www.columnschap.nl © 2010                    

 

Columns Riens Gort

 

 

Mijn mooiste dag

 

Na een prachtige fietsdag in de Belgische Ardennen pufte mijn vriend uit boven op de laatste heuvel: “Dit is de mooiste dag van mijn leven”.

“En je trouwdag dan?” Hij moest lachen en vroeg mij om dit niet thuis door te vertellen.

 

“Vertel eens, wat zijn jouw mooiste momenten tot nu toe geweest dit jaar?”

We zitten op een terras in Sevilla en het Nederlandse stelletje naast ons heeft er geen erg in dat wij Nederlands verstaan.

Ze zijn beide begin 20 en zo te horen voor het eerst met elkaar op vakantie.

Hij oogt een beetje nonchalant, zit onderuit gezakt, slordig shirt aan en woeste bos haar. Zij is netjes, haar opgestoken en ze zit  keurig rechtop aan de tafel.

“Nou ik vond het oud en nieuw feest erg gaaf” en je ziet aan zijn gezicht dat de mooie herinneringen weer boven komen.

“Waarom vond je dat zo leuk?”

“Het was met vrienden die ik al lang ken, lekker biertje drinken, langzaam doorzakken met ze zonder ons druk te hoeven te maken over van alles”.

Zij lijkt er niet bij geweest te zijn: “Waar was dat feest en vond je nog meer mooi of bijzonder dit jaar?”

Ik, als neutrale luisteraar, proef de onvrede bij haar, maar hij zit nog in het nieuwjaarsfeest.

“Toen we dat weekend met mijn vrienden in Centerparcs zaten, ja dat vond ik ook super. Wat hebben we daar een lol gehad. Ik denk dat we er nooit meer mogen komen, haha”.

Je ziet hem weer genieten en zij lijkt mee te gaan met de verkoeling van de avond.

“Dus dat vond je je hoogtepunten”, zegt ze.

Hij prikt in een olijf, neemt een slok van zijn biertje en kijkt dromerig over het plein.

“ Vond je het geen hoogtepunt toen ik je om verkering vroeg?”

Hij draait zich verschrikt naar haar toe en beseft dat hij niet erg tactisch is.

Het prikkertje voor de olijven breekt hij in vele stukjes: “Ja natuurlijk dat was ook een hoogtepunt dit jaar”.

“Een hoogtepunt? En wat vond je van de eerste nacht dat ik bij je bleef slapen”.

Door zijn gebruinde huid heen zie je hem kleuren en zijn ogen draaien onrustig heen en weer.  “ Ja, ja dat waren de hoogtepunten. Ah joh, ik noemde ze in chronologische volgorde en dan begin je toch met één januari!” Hij kijkt triomfantelijk over de ternauwernood bereikte escape.

“ Ja, ja. En ben je ook vergeten wie er nu aan de beurt is om te betalen?” Ze staat op en praat tegen hem terwijl nu háár blik op het plein gericht is: “We kunnen het bekijken vanuit chronologisch standpunt of alfabetisch. Maar in alle gevallen ben jij volgens mijn beleving aan de beurt. En ik heb geloof ik opeens hoofdpijn en ga naar bed. See you”.

 

Mijn mooiste momenten dit jaar? Met mijn vrienden mountainbiken in de sneeuw? De dagen filmfestival waarin je even uit deze wereld stapt? Samen met mijn vrouw twee weken op vakantie? Met mijn gezin naar Corfu? Ja, allemaal mooi.

Maar één gebeurtenis springt er uit..

Het moment dat mijn vader van 91 jaar op 10 september 2011 mijn nieuwe winkel opende. Een speech van vijf regels vanaf een kladblokpapiertje, De rollator zover weg dat hij niet op de foto te zien was. Een heel bijzonder moment dat me erg raakte. Met ook nog eens mijn dochter op de Carrera poster op de achtergrond.

Deze dag staat met stip in mijn top 10 aller tijden.


Riens Gort ©, januari 2012                                                                               Back to top


 

Slechthorend en de film

 

“Ton, heb je iets aan de geluidsinstallatie veranderd?” vraagt een bezoeker na afloop van de film. Aan zijn hoortoestellen te zien heeft hij problemen met horen.

Het is ‘mannenavond’, of beter ‘men’s night’ in de plaatselijke bioscoop. ‘De Heineken Ontvoering’ is de film voor ons mannen.

“Nee, er is niks aan veranderd, het is wel zo dat de kwaliteit van het geluid bij Nederlandse films vaak slechter is”, reageert Ton, de man die alles regelt met de films in deze bioscoop, “Een ringleiding zou een oplossing zijn voor mensen als u, maar door bezuinigingen hebben we dat hier niet”.

“Wat jammer, want het was voor mij bijna niet te volgen. Laten we dan maar hopen dat er een volgende keer een ondertitelde film draait!”

 

Een paar weken eerder was ik bij het filmfestival in Utrecht en woonde daar de VPRO Previewdag bij. Ik kom er weer een aantal bekenden tegen, die net als ik al jaren deze dagen aflopen. De tweede film die ze ons voorschotelen is ‘170 Hz’ van Joost van Ginkel. Een film met een verhaal wat in vele andere films voorkomt. De hoofdpersonen zijn twee jongeren, stapelverliefd op elkaar. Ze zetten zich als echte pubers af tegen hun ouders. Het meisje is mooi en kiest tegen de wil van de ouders voor een ‘lanterfanter’ met lange haren en wilt met hem de wereld in trekken. Een vaak gebruikt thema.

Het verschil met andere films is dat de twee hoofdrolspelers doof zijn. Voor ons als bioscoopbezoekers is het even wennen wanneer je geen woorden hoort en je de gebarentaal ziet gebruiken. Ik volg de woorden met de ondertiteling en na een kwartier ben ik me daar niet meer bewust van. Dan lees je als vanzelf de woorden mee.

Tot het moment dat ze lieve woorden tegen elkaar gaan zeggen: ”Ik hou zo veel van je” is anders in gebarentaal dan met fluisterwoorden. “Wil je voor altijd bij me blijven” kan zo mooi klinken maar met armen en benen de woorden vorm geven is voor mij als kijker wennen en toch wel wat anders.

Als de film afgelopen is hebben we een kwartier pauze. Met de kennissen loop ik al pratend naar buiten, even Utrecht in. Onze rug rechten en een frisse neus halen.

 

Bij het biertje na de ‘Heineken Ontvoering’ vertelt filmman Ton dat hij een verhaal had gehoord van een slechthorende man die een gehoorapparaat had waar een microfoontje bij hoorde. Dat microfoontje kon hij op de plek leggen waar hij een gesprek wilde volgen. Die man legde het thuis ook wel eens voor de grap in een andere kamer en kon er dan mee afluisteren. Mogelijk kun je zo’n microfoontje in de bioscoopzaal aan de geluidsinstallatie koppelen en daarmee alles goed horen.

Hoe zal het over een paar jaar gaan in de bioscoop? Geluid via je iPhone of iPad? Een App die je ondersteunt. Inloggen op de bioscoopsite en kiezen voor de taal die je wilt, met de effecten die je kiest?

 

“Tring, tring” klinkt het fel in de Utrechtse straat: “Kunt u niet uit uw doppen kijken!” en ik loop bijna onder een fiets.

Horen en zien, ik zou het beide moeten kunnen, maar liep nog even in de andere wereld.

 
Riens Gort ©, september 2011                                                                Back to top


 

Sneeuwschoenen

 

Op de één of andere manier moet ik bij veel sneeuw op straat altijd aan de Donald Duck denken. Dan zie ik ze lopen door de sneeuw met badmintonrackets aan hun voeten gebonden. Zou het echt zo makkelijk lopen als ze tekenen?

 Als kind hebben ze me leren schaatsen op de plaatselijke singel. Ik had er toen zo’n hekel aan dat ik elke ochtend hoopte dat het weer ging dooien. Het was koud, nat en vooral gingen de riempjes van de schaatsen steeds los. Een buurmeisje was door mijn moeder verzocht ze steeds vast te maken, ze heeft het geweten. Later is dat wel wat bijgetrokken, vooral toen ik noren kreeg. Alleen ze waren op de groei gekocht, een maat te groot, dus zwikte ik daar weer een paar jaar in. Uiteindelijk toch de liefde ervoor gekregen en heel wat molentochten geschaatst.

We zijn een keer op wintersport geweest met het gezin. De kinderen vonden dat het bij de opvoeding hoorde, dus moesten we wel. Het werd een week Winterberg. Thuis alle aanbiedingen voor skipakken aangepakt en daar de rest gehuurd. De kinderen snowboarden of ze het hun hele leven al gedaan hadden. Voor mij leek langlaufen al een mooie uitdaging. Naar de langlaufverhuur. Stoer mijn maat schoenen opgegeven, of ik al jaren lang lauf en naar buiten met de latten. Na een uur tobben kwam er een meisje op me af die verteld hoe ik ze aan moest klikken. Dus weer net als met schaatsen vroeger.

Op internet heb ik gezocht naar de Donald Duck badmintonsneeuwschoenen. Ik vond: 'Sneeuwschoenen met stalen stijgijzers en inclusief modulaire flotation’. Voor de Donald lezer en eenmalige wintersporter als ik onbegrijpelijke taal. Voor de kinderen is er de Trappeur, die lijkt nog het meest op een badmintonracket. ‘Een sneeuwschoen in de traditionele trappervorm, stabiliserende staart en een optimale drijfkracht. Zodat uw kind niet wegzakt in de sneeuw’. Een hele geruststelling, stel je voor dat je even niet oplet……

Riens Gort ©, december 2011                                                                          Back to top


De Zwarte Panter is dood

 

Op pagina 801 van teletekst staat het twee dagen lang bovenaan: 'De zwarte panter is dood'.
Twee dagen, dat gebeurt maar zelden. Het zal meespelen dat er vermoedelijk weinig ander voetbalnieuws is deze december dagen.
Maar dat neemt niet weg dat het bijzonder is, twee volle dagen nummer één.
Hoeveel mensen zullen weten wie het is als ze de kop lezen, de zwarte panter?

In de jaren 60 gingen wij een aantal jaren met het gezin op vakantie naar Katwijk. Zoals in die jaren vaak gebruikelijk was woonden wij gedurende die weken in een volledig ingericht rijtjeshuis. Terwijl de eigenlijke bewoners in de zomer in het schuurtje achterin de tuin bivakkeerden.

In mijn herinnering was het alle weken mooi weer en we gingen elke dag naar het strand.
De fietsroute die we dan volgden liep vlak langs het voetbalveld van Quick Boys.
Het veld lag laag in een duinpan. Naast een echte tribune met banken en overkapping aan de ene lange zijde waren er aan de andere drie kanten van het veld natuurlijke tribunes. Je ging gewoon op de duin in het duingras zitten.
Natuurlijk werden er in Katwijk voor de toeristen activiteiten georganiseerd. De reddingsbrigade toonde elk jaar zijn kunsten en in de straatjes waren markten. Dat laatste deed me toen al niks.
Voor mij was het hoogtepunt ieder jaar de oefenwedstrijd van Quick Boys tegen Fortuna '54. Fortuna '54 was toen beroemd, top van Nederland. Ik ging er ieder jaar heen voor de keeper: Frans de Munck, de Zwarte Panter.
Meer spelers kende ik niet. Frans de Munck was genoeg voor mij, zijn bijnaam fascineerde me en betekende voor mij twee helften staren naar zijn doel.

In Katwijk werd de wedstrijd weken van te voren aangekondigd op posters op de winkelruiten van het dorp. De naam Quick Boys was er mooi ingedrukt en de woorden Fortuna 54 en zijn naam waren er met een viltstift bijgeschreven.
En nu twee volle dagen op teletekst, in volle glorie, door heel Nederland.
Ik heb er naar zitten staren, vol herinneringen.


Riens Gort ©, januari 2011                                                                                Back to top


 

Lawaai

 

Wanneer een zelfde geluidsvolume dat we hier horen van een rijksweg of fabriek zou komen zou deze camping heel leeg zijn.
Maar omdat het krekels zijn die zoveel kabaal maken accepteren we het, vinden we het zelfs mooi.
Mensen zijn rare vogels


Riens Gort ©, Sienna 2010                                                                                Back to top


 

Koot en Bie

 

Ben net een paar uur in Hamburg en moet nog wat uit de auto halen. Ik loop door de smalle straatjes naar de parkeergarage, schuin achter het hotel Een wat oudere Duitser spreekt me onderweg aan: “Wo ist der Bahnhof?”, vraagt hij aan me.
Ik zie de beroemde scene van Koot en Bie voor me en kan me niet beheersen: “Do ist der Bahnhof”. Mijn hand wijst naar links, het station is rechts.
De man bedankt mij vriendelijk en loopt de verkeerde kant uit. Misschien geen dappere oorlogsactie, maar toch voelt het goed, deze hommage aan de verzetsdaad van Arie Temmes.


Riens Gort ©, oktober 2010                                                                             Back to top


 

Vlinder

 

Hij zit er al vier dagen, op precies dezelfde plek, in precies dezelfde houding.
Mooie felle kleuren, hoog op de witte vensterbank in de kale toiletruimte van de camping. Of hij elk moment weg kan vliegen.

Na de eerste ontmoeting maak ik geen andere toiletdeur meer open.
Het is de middelste in de rij van vijf en ik wacht zelfs een keer terwijl de andere vier wel vrij zijn.
Zo mooi, het zou me niet verbazen als de schoonmakers hem bewust al die dagen hebben laten liggen.
Of ik ben door mijn lengte de enige die hem daar zo hoog kan zien.

Op dag vijf is hij verdwenen.
Kan ik de andere ruimtes ook gebruiken.


Riens Gort ©, juli 2010                                                                                   Back to top



Op het zebrapad

 

Via het Weena en de Hofpleinfonteinen loop ik terug naar mijn auto die bij de Benthemstaat geparkeerd staat. Het is de zaterdagavond na de tourstart en ik heb een biertje gedronken op een terras in de Witte de Withstraat. Het is laat en de straten zijn weer leeg.
De voetgangerslichten springen nog wel van groen naar rood maar er rijden zo weinig auto's dat ik daar nu niet op reageer. Ik kijk zelf wel uit met oversteken.

Vlak voor me loopt een vrouw die datzelfde gevoel heeft. Het licht staat op rood, maar ze stapt gewoon het zebrapad op. Zonder op of om te kijken volg ik haar.
Ineens, als ik net mijn voeten op het zebrapad heb gezet, zie ik links in mijn ooghoek een auto op ons af komen. Hij komt met hoge snelheid uit de tunnel onder het spoor vandaan. De chauffeur ziet ons niet.
In een flits grijp ik de hand van de dame en trek haar terug richting het trottoir. Ze schrikt, van mij, van de auto, van de situatie. "Shit zeg, bedankt dat je me net vast pakte. Ik was er niet helemaal met mijn gedachten bij. Moet er niet aan denken wat me had kunnen overkomen".
We staan weer op het trottoir en ze drukt nu keurig op het knopje. Als ons licht groen is steken we tegelijk over.

Terwijl we dat nu veilig doen zie ik voor me wat er had kunnen gebeuren wanneer ze ons hier gevonden hadden: overreden, hand in hand liggend op het zebrapad. Zoals in een tekenfilm, helemaal plat gereden met twee bandensporen over ons heen.
De identiteitspapieren vertellen wie we zijn, maar hoe het kwam dat we daar samen waren snapt niemand. Waarom liepen ze hand in hand, waar kennen ze elkaar van? Alles trekken ze na, maar ze komen er niet achter. Agenda's worden uitgeplozen, mobiele gesprekken teruggeluisterd, vrienden en collega's worden ondervraagd. Alles trekken ze na, maar ze komen er niet achter. Peter R de Vries laat er allerlei theorieën op los. Niemand komt er ooit achter. Na jaren schrijven de kranten nog over het onopgeloste mysterie van het ongeluk met de twee voetgangers bij de Hofpleinfontein.

Aan de overkant gaat zij naar rechts, richting Coolsingel. Ik zie mijn auto al staan, links voorbij het Shellgebouw.
We groeten elkaar, met nogmaals een dankjewel.


Riens Gort ©, juli 2010                                                                                   Back to top



Strekken

 

Iedere keer als ik mijn linkerbeen strek in het gangpad van dit vliegtuig kijkt de man die voor me zit er naar.
Als mijn lichte gekleurde schoen verschijnt op de donkere vloerbedekking naast hem, draait hij zijn hoofd naar mijn voet. Met een zelfde snelheid.
Slechts één keer lukt het me mijn voet daar neer te leggen zonder dat hij reageert.
Hij is even afgeleid door een stewardess.
Strekte ik eerst alleen om te strekken, zoveel beenruimte heb je hier niet tenslotte, nu bezorg ik de man heel bewust beweging van zijn nekspieren.
Overigens, met één of twee voeten maakt niet uit.
Ik heb het uitgeprobeerd.


Riens Gort ©, juni 2010                                                                                   Back to top



Wakker in een vreemde wereld.

 

“Mevrouw, ik ben de weg kwijt in deze wereld”.

Ze glimlacht om mijn opmerking.

Het is warm, heet, zinderend. De straten zijn leeg, de ramen van de huizen zijn geblindeerd tegen de zon.

Die zon maakt het vriendelijk. Maar als het regent is deze omgeving een prachtig decor voor een droevige Vlaamse film van de gebroeders Dardenne.

In dit voor mij onbekende plaatsje in België sta ik op een kruispunt en moet een keus maken.

Na het wisselen van een band van mijn racefiets ben ik vermoedelijk een verkeerde straat ingereden en heb nu geen idee meer waar ik heen moet.

Gelukkig kruist deze mevrouw mijn pad.

 “Ik zal u eerst vertellen waar u nu bent”, klinkt het mooie en vriendelijke Vlaams:“U bent in het plaatsje Brasschaat en deze straat heet de Dries”.

Ze is een jaar of 25, zomers gekleed en kijkt me met mooie sprekende ogen aan.  

Haar stem en uiterlijk roepen warme herinneringen en associaties bij me op. Zowel Tik Tak, Goedele Liekens als K3 komen weer bij me langs.

Ze doet een stap dichterbij en wijst op mijn kaart de straat aan waar we nu staan.

Ik ruik haar parfum.

“Ik twijfel of ik via Kapellen of via Mariabrug zal rijden, heb geen idee welke kant dat op is en ook niet wat de slimste weg is.”

“Dan moet u mij voor ik u kan helpen eerst vertellen waar u heen wilt, waar u wilt zijn als het donker wordt, waar wilt u vanavond slapen?”

“Ehh”, er schiet van alles door mijn hoofd.

 “ De camping waar mijn gezin nu in het zwembad ligt is in Putte”.

“ Dan kunt u het beste via Kapellen fietsen”, is het nu ineens nuchter:“Dat is hier linksaf, tot aan de rotonde, die drie kwart nemen en dan rijdt u zo Kapellen in. En daar moet u het maar weer eens vragen”.

Ze werpt een blik op mijn wielershirt en doet ze een stap naar achteren:“Het is wel zweetweer vandaag hè”.

Als ik in Kapelle ben weet ik zeker dat ik weer op de juiste weg ben.

Riens Gort ©, juni 2010                                                                                   Back to top

 

  

Oorlog en Vrede in Israel

 

Je zou je zo ergens in zuid Frankrijk wanen. Israel maakt geen oosterse indruk, integendeel,

Behalve dan vanavond. Het is de eerste avond dat ze hier Israëlische muziek draaien. Beter nog, er speelt een band en er wordt gedanst In dit hotel zijn maar enkele Europeanen en wij zijn de enige Nederlanders.

Naast mij aan tafel zit een Fransman, een jood, een echte Parijzenaar. Hij is 65 jaar en zijn vrouw ontvlucht omdat zij de jaarlijkse schoonmaakkoorts heeft en dan is ze volgens hem onhandelbaar. Volgens mijn buurman is het bij de joden nog steeds gebruikelijk in de week voor Pasen. Heel het huis moet schoon, geen verdwaalde broodkruimel mag er te vinden zijn: “En daarom ben ik al voor de 13de keer hier in Israel. Zondag durf ik weer terug, dan is het huis schoon.”

De twee andere mannen aan mijn tafel zijn een stuk jonger dan wij, ik schat ze half in de twintig. Ze zijn net uit dienst en werken nu in het hotel. Wanneer je in Israel uit dienst komt krijg je een bonus als je een jaar in de horeca gaat werken. Ze doen dat omdat er een te kort aan horeca personeel is. En de tweede reden is dat op die manier de gewezen militairen weer kunnen wennen aan de maatschappij. De voormalige parachutist geeft surflessen en de artillerist werkt in de Kids Club. Weer eens wat anders voor ze.

We drinken Israëlisch bier en praten over van alles. Zij denken zeker te weten dat Den Haag met het Vredestribunaal de hoofdstad van Nederland is. Amsterdam kan niet, met zo’n drugsimago. Ik word bijgepraat over het verschil tussen Jodendom en religie en begrijp het nu beter. De mannen aan tafel zeggen dat ze niet religieus zijn, maar doen wel graag mee met de joodse tradities.

Oorlog en vrede komen natuurlijk ruim aan bod. Ze zien dienstplicht als een eer. Zonder leger zou er geen Israel zijn. Maar ze reageren ook scherp ontkennend naar mij als ik vertel dat wij denken dat zij altijd met hun gedachten en leven met de oorlog bezig zijn.

Doodgewone jongens, we zouden zo in een bar in west Europa kunnen zitten.

“Wish you a good night, is bedtime for me, I need to wake up early”, zegt de kidsclub man.

Als hij weg is schuiven de andere twee dichter naar me toe. Alsof ze iets bijzonders willen vertellen en mij niks mag ontgaan als ze gaan praten.

“Weet je dat die man een hero is in Israel?, zegt de Parijzenaar:”Hij is er zelf erg bescheiden onder. Maar door zijn heldhaftig ingrijpen is een bloedvergieten onder Israëli’s voorkomen”.

Ik draai mijn glas rond om het dode bier een beetje leven in te blazen.

De surfleraar vult aan:“Hij heeft de trekker overgehaald, waardoor een aantal terroristen de dood vonden die op het punt stonden Israëli’s te doden. De terroristen zaten in een schoolgebouw en gelukkig klopte de informatie dat er geen kinderen meer in het gebouw zaten.”

Het schuim komt niet meer terug op mijn bier.

Riens Gort ©, maart 2010                                                                                   Back to top

 

 

Genieten

 

“Een knal, een seconde, en daarna de eeuwigheid”.

Vijf toneelspelers staan op het podium dat als een catwalk met vier poten door de zaal slingert.

Prachtige rake zinnen schieten van de ene naar de andere kant van het podium.

‘Hemel of hel: je bent jong en je gaat dood’ heet het stuk.

Over het tijdelijke van het leven en de kwetsbare balans van hier en nu.

Waar kom je terecht na je dood.

Over wat jongeren bezighoudt en de confrontatie die er is als het leven ineens afgelopen is.

“Ik leef tenminste, want ik heb een mobiele telefoon”. Helaas, ze komen er snel achter dat deze niet werkt in de After World.

Ik ben er omdat één van de schrijfsters me had verteld dat er inspiratie was ontleend uit het boek After Dark van Haruka Murakami, mijn favoriete schrijver.

Vier talentvolle schrijvers hebben het geschreven en vijf jonge acteurs brengen de teksten tot leven.

Er heerst een aangename premièresfeer. De spanning is op de gezichten van de spelers te lezen.

In het eigentijds decor word ik meegevoerd met het spel, de inspirerende stijl en de gekozen woorden. De muziek is soms onderhoudend op de achtergrond en dan hakt het er stampend in als in een disco. De ruim zestig minuten vliegen om en het applaus en de bloemen zijn naar mijn mening bijzonder verdiend.

Na afloop van een voorstelling maak ik vaak mee dat mensen commentaar hebben: Op het acteren, op het geluid, op de teksten, op alles lijkt men commentaar te moeten geven. Ik heb dat bijna nooit.

Ligt dat aan mij, ben ik te oppervlakkig, te kritiekloos?

Misschien kom ik te weinig in theaters en lees ik te weinig boeken. Bereid ik me te weinig voor of let ik niet goed op? Ik lees van te voren maar een paar regels, weet amper iets van het toneelgezelschap en heb geen verstand van acteren.

Of kom ik teveel met een voor ingenomen positivisme de zaal in?.

Ik vind het jammer als mijn genieten door die mening van anderen onderbroken wordt.

Had het ook een keer bij een campingconcert van Room Eleven.

Natuurlijk, het was inderdaad niet gepolijst en het geluid was slecht op de plek waar wij stonden. Maar dat de drummer uit het ritme was en ze daarom een nummer opnieuw begonnen vond ik juist vertederend en helemaal passen bij de band en de locatie.

De vriend waar ik mee terugfietste benadrukte alles wat fout was. Ik had echter genoten van het mooie dunne stemmetje van de charismatische zangeres.

Dat is het verschil

Of het aan mij ligt is eigenlijk niet zo belangrijk.

Over kwaliteit, ritme, geluid, stoelen, acteurs, garderobe nadenken laat ik aan anderen over.

Laat zij maar mopperen, is hun probleem.

Ik geniet gewoon wanneer ik wil en laat dat niet meer verstoren.

Riens Gort ©, maart 2010                                                                                   Back to top

 

 

Bar in Hamburg

 

De kruk naast me is leeg. Ik heb bewust voor deze plek gekozen om iets ongestoorder te kunnen zitten. Aan de andere kant van de lege kruk zit een Duitser van Turkse afkomst. De Ieren naast hem doen verwoede pogingen om een gesprek met hem te voeren. Maar het bewijs is er weer dat harder praten niet helpt als je elkaars taal niet kent. Het doet me denken aan de Koot en Bie sketch waarbij Koot een perfect Nederlands sprekende Turk speelt. En Bie ook heel dom en hard gaat praten. Het bier maakt de Ieren steeds baldadiger maar het lukt ze niet om hun woorden te laten begrijpen. Ik zie de Duitser vertwijfeld en vermoeid kijken, van laat me nu maar met rust.

Mijn boek is mooi. Ik kruip in het verhaal en het geroezemoes zakt langzaam weg. Het zijn korte verhalen van mijn Japanse schrijver. Als altijd zit er weer een stukje mystiek bij.

Na een tijdje schuift de Turkse Duitser een kruk op en komt naast me zitten: “Die Manner dachten das Ich English konn sprechen und verstehen. Aber das kann ich nicht, verstehe nur yes und no. Wird mude von ihn, besser sprech ich mit dich“.

‘Sorry, i dont understand you, speak no German“.

Hij keek me verbouwereerd aan.

“Haha, war ein Wits, ich spreche Deutsch wie die meiste Hollander“

Gelukkig kon hij er hard om lachen, sloeg me op de schouders en bood me direct een biertje aan. Duits bier.

In deze bar hoef ik niet te vrezen dat ik wegzak in de mystiek van het boek. Het is een te alledaagse bar met mensen, bier, rook, het leven van alledag. Internationaal, je kunt de mensen hier zo overzetten naar andere noord Europese landen, Net als de bediening, ze zouden zo in Nederland of Engeland achter de bar kunnen staan.

De bar is lang, hij loopt door de hele zaak heen naar achteren.

De hoofdpersoon in mijn verhaal ontmoet een meisje in de tuinen die afgesloten achter de huizenblokken liggen. Ze zijn alleen, het is warm en stil en ontmoeten elkaar voor het eerst. Ze praten wat en hij krijgt een biertje van haar. Op de ligstoel valt hij in slaap en als hij wakker wordt is ze verdwenen. Hij vraagt zich af of ze er echt geweest is, maar gelukkig ligt er naast het lege flesje bier ook een leeg blikje cola. De herinneringen van de gesprekken komen weer bij hem naar boven. Ze was echt, ook al is de hele tuin nu leeg en kan ze niet verdwenen zijn.

Het korte verhaal is afgelopen en ik sluit mijn boek.

Ben nog wat in de sfeer van het verhaal en staar in de verte naar de andere kant van de bar, naar het eind van de zaak.

Zonder aanleiding opent zich helemaal achterin een deur. De ruimte er achter is fel verlicht en in de deuropening staat het silhouet van een Japanner, met een slagersmes in zijn hand.

Ik schrik.

Dan zie ik dat hij de ober wenkt, het zal over een bestelling gaan.

Zal ik nog een bier nemen of eens een saki aandurven?

Riens Gort ©, december 2009                                                                             Back to top

 

 

Dromen of hallucinaties

 

Je rijdt in de auto en ineens, zonder dat je je daar bewust van bent, ben je een paar kilometer verder.

Op de racefiets overkomt me dat nog makkelijker. In st1:PersonName w:st="on" ProductID="de cadans van mijn">de cadans van mijn hartslag en de pedaalslagen verdwijnen vele kilometers onopvallend en ongemerkt.

Zoals ook bij Sliedrecht, op het fietspad dat langzaam langs de spoorbaan omhoog kruipt naar st1:PersonName w:st="on" ProductID="de Baanhoekbrug. Van dat">de Baanhoekbrug. Van dat mooie gladde asfalt, waar je zonder zijwegen heerlijk weg kan dromen.

Tot ik een keer wakker schrik van het geraas van de naderende trein en om uit te wijken mijn stuur omgooide. En daar lig ik dan in het gras.

Belachelijk.

Of een trein het fietspad zal nemen.

Riens Gort © najaar 2009                                                                                     Back to top

 

 

Mystery of toeval

 

“Ga je nog mee naar het dorpje wandelen of blijf je liever op de camping?’

Het is begin van de avond na zo’n hete dag aan de Spaanse kust. Een groot gedeelte van de dag heb ik doorgebracht in de schaduw onder de bomen. Gedoucht en nog steeds loom zit ik het laatste, spannende hoofdstuk te lezen van een Japans boek met de titel: ‘Dance, dance, dance‘.

“Nog ongeveer 10 bladzijden, dan heb ik het boek uit, dan ga ik mee” antwoord ik.

Ik hou wel van Japanse verhalen, ga ook graag naar films uit dat land. Mij boeit de andere manier van denken, het anders omgaan met emoties. Maar ook de mystieke verhalen over het leven na de dood. Ze beschrijven dat vaak als een bestaande wereld naast de onze, waar je gewoon mee in aanraking kan komen.

Centraal in dit boek is het “Delphi hotel”. De hoofdpersoon is een keer op de 13de etage uitgestapt en in de andere wereld terecht gekomen. De mystiek  boeit mij, die gaat niet te ver en lijkt met beide benen op de grond te staan. Voor mij komt het in elk geval over als iets wat de Japanners bezig houdt. In hoeverre ze het als mooie verhalen beschouwen of er echt in geloven weet ik niet. Ik ben wel geïnteresseerd maar zeker ook nuchter. Het boeit me maar ik geloof er zelf niet in.

“Ik loop vast de camping af en zie je zo op de boulevard, okay? “.

“Graag”, denk ik, dan heb ik even de rust voor de laatste bladzijden.

Voor ons in de verte ligt het dorp. Het wordt al donker en de lichtjes van de kramen aan het eind van de boulevard beginnen zichtbaar te worden. Rechts ligt de zee met wat laatste badgasten en aan de linkerkant wisselen campings en hotels elkaar af.

Bij de eerste kraampjes staan we stil en snuffelen tussen de uitgestalde spullen. Naar mijn idee is het elk jaar hetzelfde en lijken alle markten op elkaar.

Mijn blik dwaalt af naar de hotels. Vele handdoeken sieren de balkons, je kunt zien uit welke landen de bewoners komen. Uitbundige versieringen die het gebouw kleur geven.

Het meest rechtse hotel heeft dat niet. Daar hangen geen handdoeken, de verf bladdert, het ziet er onverzorgd uit. Ik heb zelfs moeite om de ingang te zien, zo slecht verlicht is het. Boven de plek waar ik de ingang vermoed kan ik met moeite op een vaal bord de naam van het hotel lezen: Delphi Hotel.

Minuten lang sta ik perplex te staren.

Dit kan toch geen toeval zijn, en de beelden uit het boek komen weer langs.

Ik tel de 13de etage en kan zo op het oog niks bijzonders ontdekken.

Wat een ongelooflijk toeval dat ik net het boek uit heb en nu hier dit hotel zie.

Het boek heeft me in zijn greep, of grijpt de Japanse mystiek me bij de kladden?

“Kom, we gaan weer verder”, klinkt het naast me.”Is er wat met je, je kijkt zo vreemd. Voel je je wel goed?“. Met klamme handen vertel ik waarom ik zo ben.

“ Pff, volgens mij heeft elke Spaanse plaats een hotel dat zo heet. Geen toeval hoor.

Kom op, we gaan naar het terras”.

Het klinkt zo nuchter dat ik gelijk dronken wil worden.

  

Riens Gort © zomer 2009                                                                                     Back to top

 

Riens Gort

 

Mijn mooiste dag

(januari 2011)

 

Slechthorend en de film

(januari 2011)

 

Sneeuwschoenen

(januari 2011)

 

De Zwarte Panter is dood

(januari 2011)

 

Lawaai

(Sienna 2010)

 

Koot en Bie

(oktober 2010)

 

Vlinder

(juli 2010)

 

Op het zebrapad

(juli 2010)

 

Strekken

(juli 2010)

 

Wakker in een vreemde wereld

(juni 2010)

 

Oorlog en Vrede in Israel

(april 2010)

 

Genieten

(maart 2010)

 

Bar in Hamburg

(december 2009)

 

Dromen of hallucinaties

(najaar 2009)

 

Mystery of toeval

(zomer 2009)