Columns Riens Gort
Na
een prachtige fietsdag in de Belgische Ardennen pufte
mijn vriend uit boven op de laatste heuvel: “Dit is
de mooiste dag van mijn leven”.
“En je trouwdag dan?” Hij moest lachen en vroeg mij om dit niet thuis door te vertellen.
“Vertel eens, wat zijn jouw mooiste momenten tot nu toe geweest dit jaar?”
We zitten op een terras in Sevilla en het Nederlandse stelletje naast ons heeft er geen erg in dat wij Nederlands verstaan.
Ze zijn beide begin 20 en zo te horen voor het eerst met elkaar op vakantie.
Hij oogt een beetje nonchalant, zit onderuit gezakt, slordig shirt aan en woeste bos haar. Zij is netjes, haar opgestoken en ze zit keurig rechtop aan de tafel.
“Nou ik vond het oud en nieuw feest erg gaaf” en je ziet aan zijn gezicht dat de mooie herinneringen weer boven komen.
“Waarom vond je dat zo leuk?”
“Het was met vrienden die ik al lang ken, lekker biertje drinken, langzaam doorzakken met ze zonder ons druk te hoeven te maken over van alles”.
Zij lijkt er niet bij geweest te zijn: “Waar was dat feest en vond je nog meer mooi of bijzonder dit jaar?”
Ik, als neutrale luisteraar, proef de onvrede bij haar, maar hij zit nog in het nieuwjaarsfeest.
“Toen we dat weekend met mijn vrienden in Centerparcs zaten, ja dat vond ik ook super. Wat hebben we daar een lol gehad. Ik denk dat we er nooit meer mogen komen, haha”.
Je ziet hem weer genieten en zij lijkt mee te gaan met de verkoeling van de avond.
“Dus dat vond je je hoogtepunten”, zegt ze.
Hij prikt in een olijf, neemt een slok van zijn biertje en kijkt dromerig over het plein.
“ Vond je het geen hoogtepunt toen ik je om verkering vroeg?”
Hij draait zich verschrikt naar haar toe en beseft dat hij niet erg tactisch is.
Het prikkertje voor de olijven breekt hij in vele stukjes: “Ja natuurlijk dat was ook een hoogtepunt dit jaar”.
“Een hoogtepunt? En wat vond je van de eerste nacht dat ik bij je bleef slapen”.
Door zijn gebruinde huid heen zie je hem kleuren en zijn ogen draaien onrustig heen en weer. “ Ja, ja dat waren de hoogtepunten. Ah joh, ik noemde ze in chronologische volgorde en dan begin je toch met één januari!” Hij kijkt triomfantelijk over de ternauwernood bereikte escape.
“ Ja, ja. En ben je ook vergeten wie er nu aan de beurt is om te betalen?” Ze staat op en praat tegen hem terwijl nu háár blik op het plein gericht is: “We kunnen het bekijken vanuit chronologisch standpunt of alfabetisch. Maar in alle gevallen ben jij volgens mijn beleving aan de beurt. En ik heb geloof ik opeens hoofdpijn en ga naar bed. See you”.
Mijn mooiste momenten dit jaar? Met mijn vrienden mountainbiken in de sneeuw? De dagen filmfestival waarin je even uit deze wereld stapt? Samen met mijn vrouw twee weken op vakantie? Met mijn gezin naar Corfu? Ja, allemaal mooi.
Maar één gebeurtenis springt er uit..
Het moment dat mijn vader van 91 jaar op 10 september 2011 mijn nieuwe winkel opende. Een speech van vijf regels vanaf een kladblokpapiertje, De rollator zover weg dat hij niet op de foto te zien was. Een heel bijzonder moment dat me erg raakte. Met ook nog eens mijn dochter op de Carrera poster op de achtergrond.
Deze dag staat met stip in mijn top 10 aller tijden.
Riens Gort ©, januari 2012 Back to top
“Ton,
heb je iets aan de geluidsinstallatie veranderd?” vraagt
een bezoeker na afloop van de film. Aan zijn hoortoestellen
te zien heeft hij problemen met horen.
Het
is ‘mannenavond’, of beter ‘men’s night’ in de plaatselijke
bioscoop. ‘De Heineken Ontvoering’ is de film voor ons
mannen.
“Nee,
er is niks aan veranderd, het is wel zo dat de kwaliteit
van het geluid bij Nederlandse films vaak slechter is”,
reageert Ton, de man die alles regelt met de films in
deze bioscoop, “Een ringleiding zou een oplossing zijn
voor mensen als u, maar door bezuinigingen hebben we
dat hier niet”.
“Wat
jammer, want het was voor mij bijna niet te volgen.
Laten we dan maar hopen dat er een volgende keer een
ondertitelde film draait!”
Een
paar weken eerder was ik bij het filmfestival in Utrecht
en woonde daar de VPRO Previewdag bij. Ik kom er weer
een aantal bekenden tegen, die net als ik al jaren deze
dagen aflopen. De tweede film die ze ons voorschotelen
is ‘170 Hz’ van Joost van Ginkel. Een film met een verhaal
wat in vele andere films voorkomt. De hoofdpersonen
zijn twee jongeren, stapelverliefd op elkaar. Ze zetten
zich als echte pubers af tegen hun ouders. Het meisje
is mooi en kiest tegen de wil van de ouders voor een
‘lanterfanter’ met lange haren en wilt met hem de wereld
in trekken. Een vaak gebruikt thema.
Het
verschil met andere films is dat de twee hoofdrolspelers
doof zijn. Voor ons als bioscoopbezoekers is het even
wennen wanneer je geen woorden hoort en je de gebarentaal
ziet gebruiken. Ik volg de woorden met de ondertiteling
en na een kwartier ben ik me daar niet meer bewust van.
Dan lees je als vanzelf de woorden mee.
Tot
het moment dat ze lieve woorden tegen elkaar gaan zeggen:
”Ik hou zo veel van je” is anders in gebarentaal dan
met fluisterwoorden. “Wil je voor altijd bij me blijven”
kan zo mooi klinken maar met armen en benen de woorden
vorm geven is voor mij als kijker wennen en toch wel
wat anders.
Als
de film afgelopen is hebben we een kwartier pauze. Met
de kennissen loop ik al pratend naar buiten, even Utrecht
in. Onze rug rechten en een frisse neus halen.
Bij
het biertje na de ‘Heineken Ontvoering’ vertelt filmman
Ton dat hij een verhaal had gehoord van een slechthorende
man die een gehoorapparaat had waar een microfoontje
bij hoorde. Dat microfoontje kon hij op de plek leggen
waar hij een gesprek wilde volgen. Die man legde het
thuis ook wel eens voor de grap in een andere kamer
en kon er dan mee afluisteren. Mogelijk kun je zo’n
microfoontje in de bioscoopzaal aan de geluidsinstallatie
koppelen en daarmee alles goed horen.
Hoe
zal het over een paar jaar gaan in de bioscoop? Geluid
via je iPhone of iPad? Een App die je ondersteunt. Inloggen
op de bioscoopsite en kiezen voor de taal die je wilt,
met de effecten die je kiest?
“Tring,
tring” klinkt het fel in de Utrechtse straat: “Kunt
u niet uit uw doppen kijken!” en ik loop bijna onder
een fiets.
Horen
en zien, ik zou het beide moeten kunnen, maar liep nog
even in de andere wereld.
Riens Gort ©,
september 2011
Back to top
Op
de één of andere manier moet ik bij veel sneeuw op
straat altijd aan de Donald Duck denken. Dan zie ik
ze lopen door de sneeuw met badmintonrackets aan hun
voeten gebonden. Zou het echt zo makkelijk lopen als
ze tekenen?
Als
kind hebben ze me leren schaatsen op de plaatselijke
singel. Ik had er toen zo’n hekel aan dat ik elke
ochtend hoopte dat het weer ging dooien. Het was koud,
nat en vooral gingen de riempjes van de schaatsen
steeds los. Een buurmeisje was door mijn moeder verzocht
ze steeds vast te maken, ze heeft het geweten. Later
is dat wel wat bijgetrokken, vooral toen ik noren
kreeg. Alleen ze waren op de groei gekocht, een maat
te groot, dus zwikte ik daar weer een paar jaar in.
Uiteindelijk toch de liefde ervoor gekregen en heel
wat molentochten geschaatst.
We
zijn een keer op wintersport geweest met het gezin.
De kinderen vonden dat het bij de opvoeding hoorde,
dus moesten we wel. Het werd een week Winterberg.
Thuis alle aanbiedingen voor skipakken aangepakt en
daar de rest gehuurd. De kinderen snowboarden of ze
het hun hele leven al gedaan hadden. Voor mij leek
langlaufen al een mooie uitdaging. Naar de langlaufverhuur.
Stoer mijn maat schoenen opgegeven, of ik al jaren
lang lauf en naar buiten met de latten. Na een uur
tobben kwam er een meisje op me af die verteld hoe
ik ze aan moest klikken. Dus weer net als met schaatsen
vroeger.
Op
internet heb ik gezocht naar de Donald Duck badmintonsneeuwschoenen.
Ik vond: 'Sneeuwschoenen met stalen stijgijzers en
inclusief modulaire flotation’. Voor de Donald lezer
en eenmalige wintersporter als ik onbegrijpelijke
taal. Voor de kinderen is er de Trappeur, die lijkt
nog het meest op een badmintonracket. ‘Een sneeuwschoen
in de traditionele trappervorm, stabiliserende staart
en een optimale drijfkracht. Zodat uw kind niet wegzakt
in de sneeuw’. Een hele geruststelling, stel je voor
dat je even niet oplet……
Riens Gort ©,
december 2011
Back to top
Op
pagina 801 van teletekst staat het twee dagen lang bovenaan:
'De zwarte panter is dood'.
Twee dagen, dat gebeurt maar zelden. Het zal meespelen
dat er vermoedelijk weinig ander voetbalnieuws is deze
december dagen.
Maar dat neemt niet weg dat het bijzonder is, twee volle
dagen nummer één.
Hoeveel mensen zullen weten wie het is als ze de kop lezen,
de zwarte panter?
In de jaren 60 gingen wij een aantal jaren met het gezin
op vakantie naar Katwijk. Zoals in die jaren vaak gebruikelijk
was woonden wij gedurende die weken in een volledig ingericht
rijtjeshuis. Terwijl de eigenlijke bewoners in de zomer
in het schuurtje achterin de tuin bivakkeerden.
In mijn herinnering was het alle weken mooi weer en we
gingen elke dag naar het strand.
De fietsroute die we dan volgden liep vlak langs het voetbalveld
van Quick Boys.
Het veld lag laag in een duinpan. Naast een echte tribune
met banken en overkapping aan de ene lange zijde waren
er aan de andere drie kanten van het veld natuurlijke
tribunes. Je ging gewoon op de duin in het duingras zitten.
Natuurlijk werden er in Katwijk voor de toeristen activiteiten
georganiseerd. De reddingsbrigade toonde elk jaar zijn
kunsten en in de straatjes waren markten. Dat laatste
deed me toen al niks.
Voor mij was het hoogtepunt ieder jaar de oefenwedstrijd
van Quick Boys tegen Fortuna '54. Fortuna '54 was toen
beroemd, top van Nederland. Ik ging er ieder jaar heen
voor de keeper: Frans de Munck, de Zwarte Panter.
Meer spelers kende ik niet. Frans de Munck was genoeg
voor mij, zijn bijnaam fascineerde me en betekende voor
mij twee helften staren naar zijn doel.
In Katwijk werd de wedstrijd weken van te voren aangekondigd
op posters op de winkelruiten van het dorp. De naam Quick
Boys was er mooi ingedrukt en de woorden Fortuna 54 en
zijn naam waren er met een viltstift bijgeschreven.
En nu twee volle dagen op teletekst, in volle glorie,
door heel Nederland.
Ik heb er naar zitten staren, vol herinneringen.
Riens Gort ©, januari
2011
Back to top
Wanneer
een zelfde geluidsvolume dat we hier horen van een rijksweg
of fabriek zou komen zou deze camping heel leeg zijn.
Maar omdat het krekels zijn die zoveel kabaal maken accepteren
we het, vinden we het zelfs mooi.
Mensen zijn rare vogels
Riens Gort ©, Sienna
2010
Back to top
Ben
net een paar uur in Hamburg en moet nog wat uit de auto
halen. Ik loop door de smalle straatjes naar de parkeergarage,
schuin achter het hotel Een wat oudere Duitser spreekt
me onderweg aan: “Wo ist der Bahnhof?”, vraagt hij aan
me.
Ik zie de beroemde scene van Koot en Bie voor me en kan
me niet beheersen: “Do ist der Bahnhof”. Mijn hand wijst
naar links, het station is rechts.
De man bedankt mij vriendelijk en loopt de verkeerde kant
uit. Misschien geen dappere oorlogsactie, maar toch voelt
het goed, deze hommage aan de verzetsdaad van Arie Temmes.
Riens Gort ©, oktober
2010
Back to top
Hij zit er al vier dagen, op precies dezelfde plek, in
precies dezelfde houding.
Mooie felle kleuren, hoog op de witte vensterbank in de
kale toiletruimte van de camping. Of hij elk moment weg
kan vliegen.
Na de eerste ontmoeting maak ik geen andere toiletdeur
meer open.
Het is de middelste in de rij van vijf en ik wacht zelfs
een keer terwijl de andere vier wel vrij zijn.
Zo mooi, het zou me niet verbazen als de schoonmakers
hem bewust al die dagen hebben laten liggen.
Of ik ben door mijn lengte de enige die hem daar zo hoog
kan zien.
Op dag vijf is hij verdwenen.
Kan ik de andere ruimtes ook gebruiken.
Riens
Gort ©, juli
2010
Back to top
Via het Weena en de Hofpleinfonteinen loop ik terug naar
mijn auto die bij de Benthemstaat geparkeerd staat. Het
is de zaterdagavond na de tourstart en ik heb een biertje
gedronken op een terras in de Witte de Withstraat. Het
is laat en de straten zijn weer leeg.
De voetgangerslichten springen nog wel van groen naar
rood maar er rijden zo weinig auto's dat ik daar nu niet
op reageer. Ik kijk zelf wel uit met oversteken.
Vlak voor me loopt een vrouw die datzelfde gevoel heeft.
Het licht staat op rood, maar ze stapt gewoon het zebrapad
op. Zonder op of om te kijken volg ik haar.
Ineens, als ik net mijn voeten op het zebrapad heb gezet,
zie ik links in mijn ooghoek een auto op ons af komen.
Hij komt met hoge snelheid uit de tunnel onder het spoor
vandaan. De chauffeur ziet ons niet.
In een flits grijp ik de hand van de dame en trek haar
terug richting het trottoir. Ze schrikt, van mij, van
de auto, van de situatie. "Shit zeg, bedankt dat je me
net vast pakte. Ik was er niet helemaal met mijn gedachten
bij. Moet er niet aan denken wat me had kunnen overkomen".
We staan weer op het trottoir en ze drukt nu keurig op
het knopje. Als ons licht groen is steken we tegelijk
over.
Terwijl we dat nu veilig doen zie ik voor me wat er had
kunnen gebeuren wanneer ze ons hier gevonden hadden: overreden,
hand in hand liggend op het zebrapad. Zoals in een tekenfilm,
helemaal plat gereden met twee bandensporen over ons heen.
De identiteitspapieren vertellen wie we zijn, maar hoe
het kwam dat we daar samen waren snapt niemand. Waarom
liepen ze hand in hand, waar kennen ze elkaar van? Alles
trekken ze na, maar ze komen er niet achter. Agenda's
worden uitgeplozen, mobiele gesprekken teruggeluisterd,
vrienden en collega's worden ondervraagd. Alles trekken
ze na, maar ze komen er niet achter. Peter R de Vries
laat er allerlei theorieën op los. Niemand komt er ooit
achter. Na jaren schrijven de kranten nog over het onopgeloste
mysterie van het ongeluk met de twee voetgangers bij de
Hofpleinfontein.
Aan de overkant gaat zij naar rechts, richting Coolsingel.
Ik zie mijn auto al staan, links voorbij het Shellgebouw.
We groeten elkaar, met nogmaals een dankjewel.
Riens
Gort ©, juli
2010
Back to top
Iedere keer als ik mijn linkerbeen strek in het gangpad
van dit vliegtuig kijkt de man die voor me zit er naar.
Als mijn lichte gekleurde schoen verschijnt op de donkere
vloerbedekking naast hem, draait hij zijn hoofd naar mijn
voet. Met een zelfde snelheid.
Slechts één keer lukt het me mijn voet daar neer te leggen
zonder dat hij reageert.
Hij is even afgeleid door een stewardess.
Strekte ik eerst alleen om te strekken, zoveel beenruimte
heb je hier niet tenslotte, nu bezorg ik de man heel bewust
beweging van zijn nekspieren.
Overigens, met één of twee voeten maakt niet uit.
Ik heb het uitgeprobeerd.
Riens
Gort ©, juni
2010
Back to top
“Mevrouw,
ik ben de weg kwijt in deze wereld”.
Ze
glimlacht om mijn opmerking.
Het
is warm, heet, zinderend. De straten zijn leeg, de ramen
van de huizen zijn geblindeerd tegen de zon.
Die
zon maakt het vriendelijk. Maar als het regent is deze
omgeving een prachtig decor voor een droevige Vlaamse
film van de gebroeders Dardenne.
In
dit voor mij onbekende plaatsje in België sta ik op een
kruispunt en moet een keus maken.
Na
het wisselen van een band van mijn racefiets ben ik vermoedelijk
een verkeerde straat ingereden en heb nu geen idee meer
waar ik heen moet.
Gelukkig
kruist deze mevrouw mijn pad.
“Ik
zal u eerst vertellen waar u nu bent”, klinkt het mooie
en vriendelijke Vlaams:“U bent in het plaatsje Brasschaat
en deze straat heet de Dries”.
Ze
is een jaar of 25, zomers gekleed en kijkt me met mooie
sprekende ogen aan.
Haar
stem en uiterlijk roepen warme herinneringen en associaties
bij me op. Zowel Tik Tak, Goedele
Liekens als K3 komen weer bij me langs.
Ze
doet een stap dichterbij en wijst op mijn kaart de straat
aan waar we nu staan.
Ik
ruik haar parfum.
“Ik
twijfel of ik via Kapellen of via Mariabrug zal rijden,
heb geen idee welke kant dat op is en ook niet wat de
slimste weg is.”
“Dan
moet u mij voor ik u kan helpen eerst vertellen waar u
heen wilt, waar u wilt zijn als het donker wordt, waar
wilt u vanavond slapen?”
“Ehh”,
er schiet van alles door mijn hoofd.
“
De camping waar mijn gezin nu in het zwembad ligt is in
Putte”.
“
Dan kunt u het beste via Kapellen fietsen”, is het nu
ineens nuchter:“Dat is hier linksaf, tot aan de rotonde,
die drie kwart nemen en dan rijdt u zo Kapellen in. En
daar moet u het maar weer eens vragen”.
Ze
werpt een blik op mijn wielershirt en doet ze een stap
naar achteren:“Het is wel zweetweer vandaag hè”.
Als
ik in Kapelle ben weet ik zeker dat ik weer op de juiste
weg ben.
Riens
Gort ©, juni
2010
Back to top
Je
zou je zo ergens in zuid Frankrijk wanen. Israel maakt geen
oosterse indruk, integendeel,
Behalve
dan vanavond. Het is de eerste avond dat ze hier Israëlische
muziek draaien. Beter nog, er speelt een band en er wordt
gedanst In dit hotel zijn maar enkele Europeanen en wij
zijn de enige Nederlanders.
Naast
mij aan tafel zit een Fransman, een jood, een echte Parijzenaar.
Hij is 65 jaar en zijn vrouw ontvlucht omdat zij de jaarlijkse
schoonmaakkoorts heeft en dan is ze volgens hem onhandelbaar.
Volgens mijn buurman is het bij de joden nog steeds gebruikelijk
in de week voor Pasen. Heel het huis moet schoon, geen verdwaalde
broodkruimel mag er te vinden zijn: “En daarom ben ik al
voor de 13de keer hier in Israel. Zondag durf
ik weer terug, dan is het huis schoon.”
De
twee andere mannen aan mijn tafel zijn een stuk jonger dan
wij, ik schat ze half in de twintig. Ze zijn net uit dienst
en werken nu in het hotel. Wanneer je in Israel uit dienst
komt krijg je een bonus als je een jaar in de horeca gaat
werken. Ze doen dat omdat er een te kort aan horeca personeel
is. En de tweede reden is dat op die manier de gewezen militairen
weer kunnen wennen aan de maatschappij. De voormalige parachutist
geeft surflessen en de artillerist werkt in de Kids Club.
Weer eens wat anders voor ze.
We
drinken Israëlisch bier en praten over van alles. Zij denken
zeker te weten dat Den Haag met het Vredestribunaal de hoofdstad
van Nederland is. Amsterdam kan niet, met zo’n drugsimago.
Ik word bijgepraat over het verschil tussen Jodendom en
religie en begrijp het nu beter. De mannen aan tafel zeggen
dat ze niet religieus zijn, maar doen wel graag mee met
de joodse tradities.
Oorlog
en vrede komen natuurlijk ruim aan bod. Ze zien dienstplicht
als een eer. Zonder leger zou er geen Israel zijn. Maar
ze reageren ook scherp ontkennend naar mij als ik vertel
dat wij denken dat zij altijd met hun gedachten en leven
met de oorlog bezig zijn.
Doodgewone
jongens, we zouden zo in een bar in west Europa kunnen zitten.
“Wish
you a good night, is bedtime for me, I need to wake up early”,
zegt de kidsclub man.
Als
hij weg is schuiven de andere twee dichter naar me toe.
Alsof ze iets bijzonders willen vertellen en mij niks mag
ontgaan als ze gaan praten.
“Weet
je dat die man een hero is in Israel?, zegt de Parijzenaar:”Hij
is er zelf erg bescheiden onder. Maar door zijn heldhaftig
ingrijpen is een bloedvergieten onder Israëli’s voorkomen”.
Ik
draai mijn glas rond om het dode bier een beetje leven in
te blazen.
De
surfleraar vult aan:“Hij heeft de trekker overgehaald, waardoor
een aantal terroristen de dood vonden die op het punt stonden
Israëli’s te doden. De terroristen zaten in een schoolgebouw
en gelukkig klopte de informatie dat er geen kinderen meer
in het gebouw zaten.”
Het
schuim komt niet meer terug op mijn bier.
Riens
Gort ©, maart
2010
Back to top
“Een
knal, een seconde, en daarna de eeuwigheid”.
Vijf
toneelspelers staan op het podium dat als een catwalk met
vier poten door de zaal slingert.
Prachtige
rake zinnen schieten van de ene naar de andere kant van
het podium.
‘Hemel
of hel: je bent jong en je gaat dood’ heet het stuk.
Over
het tijdelijke van het leven en de kwetsbare balans van
hier en nu.
Waar
kom je terecht na je dood.
Over
wat jongeren bezighoudt en de confrontatie die er is als
het leven ineens afgelopen is.
“Ik
leef tenminste, want ik heb een mobiele telefoon”. Helaas,
ze komen er snel achter dat deze niet werkt in de After
World.
Ik
ben er omdat één van de schrijfsters me had verteld dat
er inspiratie was ontleend uit het boek After Dark van Haruka
Murakami, mijn favoriete schrijver.
Vier
talentvolle schrijvers hebben het geschreven en vijf jonge
acteurs brengen de teksten tot leven.
Er
heerst een aangename premièresfeer. De spanning is op de
gezichten van de spelers te lezen.
In
het eigentijds decor word ik meegevoerd met het spel, de
inspirerende stijl en de gekozen woorden. De muziek is soms
onderhoudend op de achtergrond en dan hakt het er stampend
in als in een disco. De ruim zestig minuten vliegen om en
het applaus en de bloemen zijn naar mijn mening bijzonder
verdiend.
Na
afloop van een voorstelling maak ik vaak mee dat mensen
commentaar hebben: Op het acteren, op het geluid, op de
teksten, op alles lijkt men commentaar te moeten geven.
Ik heb dat bijna nooit.
Ligt
dat aan mij, ben ik te oppervlakkig, te kritiekloos?
Misschien
kom ik te weinig in theaters en lees ik te weinig boeken.
Bereid ik me te weinig voor of let ik niet goed op? Ik lees
van te voren maar een paar regels, weet amper iets van het
toneelgezelschap en heb geen verstand van acteren.
Of
kom ik teveel met een voor ingenomen positivisme de zaal
in?.
Ik
vind het jammer als mijn genieten door die mening van anderen
onderbroken wordt.
Had
het ook een keer bij een campingconcert van Room Eleven.
Natuurlijk,
het was inderdaad niet gepolijst en het geluid was slecht
op de plek waar wij stonden. Maar dat de drummer uit het
ritme was en ze daarom een nummer opnieuw begonnen vond
ik juist vertederend en helemaal passen bij de band en de
locatie.
De
vriend waar ik mee terugfietste benadrukte alles wat fout
was. Ik had echter genoten van het mooie dunne stemmetje
van de charismatische zangeres.
Dat
is het verschil
Of
het aan mij ligt is eigenlijk niet zo belangrijk.
Over
kwaliteit, ritme, geluid, stoelen, acteurs, garderobe nadenken
laat ik aan anderen over.
Laat
zij maar mopperen, is hun probleem.
Ik
geniet gewoon wanneer ik wil en laat dat niet meer verstoren.
Riens
Gort ©, maart
2010
Back to top
De
kruk naast me is leeg. Ik heb bewust voor deze plek gekozen
om iets ongestoorder te kunnen zitten. Aan de andere kant
van de lege kruk zit een Duitser van Turkse afkomst. De
Ieren naast hem doen verwoede pogingen om een gesprek met
hem te voeren. Maar het bewijs is er weer dat harder praten
niet helpt als je elkaars taal niet kent. Het doet me denken
aan de Koot en Bie sketch waarbij Koot een perfect Nederlands
sprekende Turk speelt. En Bie ook heel dom en hard gaat
praten. Het bier maakt de Ieren steeds baldadiger maar het
lukt ze niet om hun woorden te laten begrijpen. Ik zie de
Duitser vertwijfeld en vermoeid kijken, van laat me nu maar
met rust.
Mijn
boek is mooi. Ik kruip in het verhaal en het geroezemoes
zakt langzaam weg. Het zijn korte verhalen van mijn Japanse
schrijver. Als altijd zit er weer een stukje mystiek bij.
Na
een tijdje schuift de Turkse Duitser een kruk op en komt
naast me zitten: “Die Manner dachten das Ich English konn
sprechen und verstehen. Aber das kann ich nicht, verstehe
nur yes und no. Wird mude von ihn, besser sprech ich mit
dich“.
‘Sorry,
i dont understand you, speak no German“.
Hij
keek me verbouwereerd aan.
“Haha,
war ein Wits, ich spreche Deutsch wie die meiste Hollander“
Gelukkig
kon hij er hard om lachen, sloeg me op de schouders en bood
me direct een biertje aan. Duits bier.
In
deze bar hoef ik niet te vrezen dat ik wegzak in de mystiek
van het boek. Het is een te alledaagse bar met mensen, bier,
rook, het leven van alledag. Internationaal, je kunt de
mensen hier zo overzetten naar andere noord Europese landen,
Net als de bediening, ze zouden zo in Nederland of Engeland
achter de bar kunnen staan.
De
bar is lang, hij loopt door de hele zaak heen naar achteren.
De
hoofdpersoon in mijn verhaal ontmoet een meisje in de tuinen
die afgesloten achter de huizenblokken liggen. Ze zijn alleen,
het is warm en stil en ontmoeten elkaar voor het eerst.
Ze praten wat en hij krijgt een biertje van haar. Op de
ligstoel valt hij in slaap en als hij wakker wordt is ze
verdwenen. Hij vraagt zich af of ze er echt geweest is,
maar gelukkig ligt er naast het lege flesje bier ook een
leeg blikje cola. De herinneringen van de gesprekken komen
weer bij hem naar boven. Ze was echt, ook al is de hele
tuin nu leeg en kan ze niet verdwenen zijn.
Het
korte verhaal is afgelopen en ik sluit mijn boek.
Ben
nog wat in de sfeer van het verhaal en staar in de verte
naar de andere kant van de bar, naar het eind van de zaak.
Zonder
aanleiding opent zich helemaal achterin een deur. De ruimte
er achter is fel verlicht en in de deuropening staat het
silhouet van een Japanner, met een slagersmes in zijn hand.
Ik
schrik.
Dan
zie ik dat hij de ober wenkt, het zal over een bestelling
gaan.
Zal
ik nog een bier nemen of eens een saki aandurven?
Riens
Gort ©, december
2009
Back to top
Je
rijdt in de auto en ineens, zonder dat je je daar bewust
van bent, ben je een paar kilometer verder.
Op
de racefiets overkomt me dat nog makkelijker. In st1:PersonName
w:st="on" ProductID="de cadans van mijn">de cadans van
mijn hartslag en de pedaalslagen verdwijnen vele kilometers
onopvallend en ongemerkt.
Zoals
ook bij Sliedrecht, op het fietspad dat langzaam langs de
spoorbaan omhoog kruipt naar st1:PersonName w:st="on" ProductID="de
Baanhoekbrug. Van dat">de Baanhoekbrug. Van dat mooie
gladde asfalt, waar je zonder zijwegen heerlijk weg kan
dromen.
Tot
ik een keer wakker schrik van het geraas
van de naderende trein en om uit te wijken mijn stuur omgooide. En daar lig ik dan in het gras.
Belachelijk.
Of
een trein het fietspad zal nemen.
Riens
Gort © najaar 2009
Back to top
“Ga
je nog mee naar het dorpje wandelen of blijf je liever op
de camping?’
Het
is begin van
de avond na zo’n hete dag aan de Spaanse
kust. Een groot gedeelte van
de dag heb ik doorgebracht in de schaduw
onder de bomen. Gedoucht en nog steeds loom zit ik het laatste,
spannende hoofdstuk te lezen van een Japans boek met de
titel: ‘Dance, dance, dance‘.
“Nog
ongeveer 10 bladzijden, dan heb ik het boek uit, dan ga
ik mee” antwoord ik.
Ik
hou wel van Japanse verhalen, ga ook graag naar films uit
dat land. Mij boeit de andere manier van denken, het anders
omgaan met emoties. Maar ook de mystieke verhalen over het
leven na de dood. Ze beschrijven dat vaak als een bestaande
wereld naast de onze, waar je gewoon mee in aanraking kan
komen.
Centraal
in dit boek is het “Delphi hotel”. De hoofdpersoon is een
keer op de
13de etage uitgestapt en in
de andere wereld terecht gekomen. De mystiek
boeit mij, die gaat niet te ver en lijkt met beide
benen op de grond te staan. Voor mij komt het in elk geval
over als iets wat de Japanners bezig houdt. In hoeverre
ze het als mooie verhalen beschouwen of er echt in geloven
weet ik niet. Ik ben wel geïnteresseerd maar zeker ook nuchter.
Het boeit me maar ik geloof er zelf niet in.
“Ik
loop vast de camping af en zie je zo op de boulevard, okay?
“.
“Graag”,
denk ik, dan heb ik even de rust voor de laatste bladzijden.
Voor
ons in de verte ligt het dorp. Het wordt al donker en de
lichtjes van
de kramen aan het eind van
de boulevard beginnen zichtbaar te worden.
Rechts ligt de zee met wat laatste badgasten en aan de linkerkant
wisselen campings en hotels elkaar af.
Bij
de eerste kraampjes staan we stil en snuffelen tussen de
uitgestalde spullen. Naar mijn idee is het elk jaar hetzelfde
en lijken alle markten op elkaar.
Mijn
blik dwaalt af naar de hotels. Vele handdoeken sieren de
balkons, je kunt zien uit welke landen de bewoners komen.
Uitbundige versieringen die het gebouw kleur geven.
Het
meest rechtse hotel heeft dat niet. Daar hangen geen handdoeken,
de verf bladdert, het ziet er onverzorgd uit. Ik heb zelfs
moeite om de ingang te zien, zo slecht verlicht is het.
Boven de plek waar ik de ingang vermoed kan ik met moeite
op een vaal bord de
naam van het hotel lezen: Delphi Hotel.
Minuten
lang sta ik perplex te staren.
Dit
kan toch geen toeval zijn, en de beelden uit het boek komen
weer langs.
Ik
tel de
13de etage en kan zo op het
oog niks bijzonders ontdekken.
Wat
een ongelooflijk toeval dat ik net het boek uit heb en nu
hier dit hotel zie.
Het
boek heeft me in zijn greep, of grijpt de Japanse mystiek
me bij de kladden?
“Kom,
we gaan weer verder”, klinkt het naast me.”Is er wat met
je, je kijkt zo vreemd. Voel je je wel goed?“. Met klamme
handen vertel ik waarom ik zo ben.
“
Pff, volgens mij heeft elke Spaanse plaats een hotel dat
zo heet. Geen toeval hoor.
Kom
op, we gaan naar het terras”.
Het
klinkt zo nuchter dat ik gelijk dronken wil worden.
Riens
Gort © zomer 2009
Back to top
|
![]() |
Riens Gort
Mijn mooiste dag
(januari
2011)
Slechthorend en de film
(januari
2011)
Sneeuwschoenen
(januari
2011)
De Zwarte Panter is dood
(januari
2011)
Lawaai
(Sienna 2010)
Koot en Bie
(oktober
2010)
Vlinder
(juli 2010)
Op het zebrapad
(juli 2010)
Strekken
(juli 2010)
Wakker in een vreemde
wereld
(juni 2010)
Oorlog en Vrede in Israel
(april 2010)
Genieten
(maart 2010)
Bar in Hamburg
(december 2009)
Dromen of hallucinaties
(najaar 2009)
Mystery of toeval
(zomer 2009)
|