|
Columns Matthé Kampman
Op vakantie
in Ierland lijkt onze zoon zich beter uit te drukken in
de Engelse taal, waar hij de eerste zes jaar van zijn leven
in opgegroeid is, dan in het Nederlands. Hij praat met vreemden,
leest alles wat los en vast zit en zijn woordenschat is
veel groter dan we dachten. Op een druilerige vakantiedag
bezoeken we een spookachtig oud vervallen klooster met mysterieuze
verweerde graven van meer dan honderden jaar oud. Het is
een huiveringwekkend romantische plek. We zijn er allemaal
stil van. Onze zoon verbreekt plots de stilte.
'Dat is raar' zegt hij verbaasd.
'Ze rusten hier allemaal in stukjes...'
Ogenblikkelijk waan ik mij op het slagveld van 1798. Ierse
rebellen leveren een bloederige slag tegen de Engelse overheersers.
Bij het geluid van oorverdovend wapengekletter, oorlogskreten
en kanongebulder vliegen de afgehakte ledematen in het rond.
Argh, snel wegwezen hier. Naar de pub voor een beetje rust
en vrede, een Guinness en toch nog maar een lesje Engels...
Matthé Kampman ©, augustus
2011
Back to top
Eén week
per jaar doe ik het, zonder morren. Dat heb ik beloofd en
daar hou ik me aan. Kamperen. Dit jaar kwam ik er goed mee
weg, dacht ik. In het Noordwestelijkste puntje van Ierland,
aan een kleine afgelegen baai, ligt de traditionele Ierse
cottage die hebben we gehuurd, 'offbeat, off the grid, and
very nearly off the map' en eco. Geen aansluitingen op gas,
water en licht en dus ook geen telefoon of internet. Kamperen
in een huisje, dat leek me al een stuk beter dan in een
tent. Echte bedden, eigen WC, stahoogte en waterdicht. Dat
de eigenaar onlangs wat had toegegeven aan de eisen van
de moderne mens was helemaal fantastisch. Stromend koud
en warm water, een koelkast, gas uit flessen voor het fornuis
en zonnepanelen op het dak voor een beetje licht 's avonds.
Wat een luxe!
Urenlang rijden we over een single track road, door de regen,
richting het huisje. De kinderen zijn nog net zichtbaar
op de achterbank bedolven onder bagage, boodschappen, linnengoed
en haardhout. Links en rechts alleen maar schapen. En turf.
Bij aankomst is iedereen blij maar ik vrees het ergste.
Het huisje is donker en koud. Echtgenoot legt heel tevreden
een vuur aan en ik zet maar een troostbakje thee. Ik draai
de kraan open en schrik. Tegelijkertijd roept dochter: 'Getver,
de WC is niet doorgetrokken.' Het water uit de kraan en
in de plee is diarreekleurig bruin. 'Gezuiverd door de turfvelden
en heerlijk bij een glas whisky' meldt de instructiebrief.
Nou ja, thee is ook bruin. De kinderen krijgen melk want
limonadesiroop aanmaken met bruin water gaat me te ver.
Helaas zijn melk en bier deze week lauw, de beloofde koelkast
blijkt een houten vliegenkast aan de buitenkant van het
huis. Zucht. Dan valt de duisternis in. De zonnepanelen
hebben weinig zon gehad en het licht is snel gedoofd. We
koken, eten en douchen bij kaarslicht. Koken en eten gaat
prima. Douchen valt vies tegen. Het douchewater valt uit
een bak op het dak op je lijf. Een pisstraaltje, bruin en
koud want het haardvuur heeft zijn werk nog niet gedaan.
Desondanks zijn man en kids helemaal in hun element. Ze
onderzoeken met een zaklamp elk hoekje en gaatje van de
cottage. Ik zit moe en onwennig op een houten krukje en
pook wat in het vuur. De regen klettert buiten nog altijd.
Ik ga maar naar bed. Het bed ruikt muf, is klam en veel
te zacht. Ik maak me ernstig zorgen over de rest van de
week maar klaag niet. Ik tel schaapjes en val vrij snel
in slaap.
De volgende ochtend is het huisje opgewarmd, schijnt de
zon, is de Atlantische oceaan verblindend blauw, hebben
we een uitzicht om nooit te vergeten en kijken een paar
honderd schapen ons verbaasd aan. Ik heb heerlijk geslapen
en, halleluja wat zie ik daar? Een stopcontact! Niet alleen
ik maar ook de IPad, e-reader en telefoon zijn snel weer
opgeladen. Glamping noemen de Ieren dat. Glamorous kamperen.
Volgend jaar weer!
Matthé Kampman ©, augustus
2011
Back to top
Ze fietsen
lamlendig langzaam rondjes door de wijk. Meestal in groepjes
van drie. Met hun nieuwe fietsen, voorzien van kruideniersbak
en breed stuur slingeren ze vervaarlijk over de weg. Ze
zijn goed te herkennen; beugel,lang haar, in de oren grote
ringen en de ogen donker opgemaakt. Maar de grootste gemene
deler is het Adidasvest. Drie strepen op de mouw, een rits
aan de voorzijde en het enorme Adidas logo op de rug. In
allerlei zoete en stoere kleuren fietsen de vestjes van
de ene speeltuin naar de andere. Bij de diverse pleisterplaatsen
in de wijk wordt nonchalant gecheckt wie er rondhangen en
of het interessant is om te blijven. Zo niet dan is de gang
naar de lokale Spar snel gemaakt en fietsen de vestjes 10
minuten later, gewapend met chips en een fles fris hetzelfde
rondje nog een keer. Zo nodig worden via Hyves en MSN de
populaire meisjes opgetrommeld en verandert een speeltuin
in een mum van tijd in een krioelende mierenhoop van vestjes.
Er wordt gegild, uitgedaagd en gehangen. Blikkerige muziek
klinkt uit hun mobieltjes. Voorbij fietsende jongens zijn
de klos, sluiten aan of nemen voortaan een omweg. Ouders
met jonge kinderen ontvluchten haastig de speeltuin en nemen
zich voor het met hun kinderen nooit zo ver te laten komen.
En dan, als donderslag bij heldere hemel, is de speeltuin
weer leeg en fiets de hele sliert verder de wijk in. Al
enkele weken doet dit ritueel zich nu voor. Sinds de Cito
achter de rug is (februari, mind you), en de puberteit als
een denderende locomotief op stoom komt zonder dat de rails
goed zijn aangelegd, is de kleine veilige wereld van de
meisjes veranderd in één grote speeltuin met vervagende
grenzen. Geen uitdaging meer op school, stiekem een beetje
angst voor de middelbare en het besef dat die veilige basisschool
nu toch echt bijna voorbij is. Van ellende klitten de vestjes
angstvallig aan elkaar, of ze elkaar nou leuk vinden of
niet. Dat ontaardt in roddel, achterklap en ruzies. Zij
is met hem, hij niet met haar. Hij is lelijk en zij is te
mooi en jij praat stom. Op de schaarse momenten dat de Adidasmeisjes
thuis zijn, wordt er achter de computer nog menig virtueel
rondje verder gefietst. Het ruzie maken en bijleggen gaat
gewoon verder in de online speeltuinen. Het vestje kan dan
eindelijk even uit, niemand die het ziet. Gelukkig is onze
dochter niet zo. Zij vult haar vrije tijd met lezen, hardlopen,
een typecursus en een partijtje tennis. Ze is niet in het
bezit van de nieuwste BB of I-phone en heeft geen behoefte
aan het verplichte vestje. Ze heeft wel een nieuwe fiets
en een beugel maar dat is pure noodzaak. Keep on dreaming.
Een paar weken terug werd ze van de een op de andere dag
wakker met alle kenmerken van het Adidas meisje. Alleen
het vestje ontbreekt.
Matthé Kampman ©, juni
2011
Back to top
Vroeger,
toen de lucht nog schoon was en de seks nog vies, was het
makkelijk. Het dorp waar voor mij naar een middelbare school
werd gezocht had drie mogelijkheden; de kakschool, de dijkerschool
en een school waar flink verbouwd werd. Kak waren we zogenaamd
niet, een verbouwing veroorzaakt onrust en dus werd het
de dijkerschool.
Nu, 35 jaar later is dat minder makkelijk. Het schoolkeuzetraject
voor onze dochter is als een tocht door de jungle. Het begon
zo overzichtelijk met een lesprogramma, een voorlichtingsavond
en een bezoek aan de locale scholenmarkt. Dochter zei nog
heel naïef: 'kiezen jullie maar een school uit hoor, ik
ga d'r wel heen'. Mooi denk ik. Gaan we regelen. Maar dat
is zó jaren '70. Daar komen we niet meer mee weg.
Want op een dag valt de 'Openbaar voortgezet onderwijs keuzekrant'
in de bus, gevolgd door de 'Schoolkeuzegids Rotterdam'.
Ik sta versteld, er zijn 91 Rotterdamse middelbare scholen
en allemaal hebben ze verschillende afdelingen, locaties,
leerwegen, onderwijssoorten en profielen. Al die varianten
hebben weer meerdere voorlichtingsavonden, informatieavonden,
open dagen, open avonden, open kennismakingslessen en workshops
voor ouders, leerlingen of beide.
De basisschool adviseert zoveel mogelijk scholen te bezoeken
en dus checken we websites, vragen we folders, brochures
en schoolgidsen aan en proppen we het voorlichtingsschema
in onze agenda's. Edoch, dat gaat 'm niet worden. De stapel
informatie en de mate van irritatie groeit en ik besluit
om de toekomst van onze dochter rigoureus in een spreadsheet
te gaan beheren. Veel scholen vallen direct af door de fietsafstand,
de onderwijsvorm, het niveau of de denominatie van de school.
Maar er blijven nog steeds zo'n 15 scholen over. Ik wik
en ik weeg over voor- en nadelen en zet alle verschillen
en overeenkomsten in mijn spreadsheet. Eén overeenkomst
springt er torenhoog boven uit, de benodigde toelatings
cito-score. Officieel niet het enige toelatingscriterium
maar ondertussen door alle middelbare scholen onverbiddelijk
vermeld.
Oh oh Cito. In de zoektocht naar de middelbare loopt zij
als een rode draad met ons mee. De cito entreetoets wordt
gevolgd door voorlopige leerlingenrapporten en adviesindicatiegesprekken.
Dan is daar het Citomonster zelf, de uitslag en het definitieve
advies via schooladviesformulieren en onderwijskundige rapporten.
Mocht het ons al lukken om het schookeuze- en Cito traject
samen te laten komen in de beste middelbare school voor
onze dochter dan volgt er nog een traject van inschrijvingsdata,
onderwijskaarten, postcode gebieden en toelatingsbesluiten.
Heb je pech, begint het hele aanmeldingscircus opnieuw!
Gelukkig is de lucht nog steeds best een beetje schoon en
de seks nog steeds best een beetje vies. Dan zal het met
die middelbare schoolkeuze ook best wel goed komen.
Matthé Kampman ©, januari
2011
Back to top
'Bent u
ehh de vrouw des huizes?'
'Ja, dat ben ik' zeg ik nieuwsgierig.
Voor de deur staat een bejaarde vrouw die wat aarzelend
haar verhaal begint af te steken. 'Kijk ik sta niet voor
de lol elke dag om 4.00 uur op. Maar ja, diploma's zijn
dezer dagen niets meer waard hè'.
Aha, dit is onze Volkskrantbezorgster. Maar waarom staat
ze dan nu om zeven uur 's avonds bij ons op de stoep? Het
lijkt me nog wat vroeg voor de kerstgratificatie maar ach
ik ben niet te beroerd om die dit jaar in oktober uit te
betalen.
'Ik heb in al die jaren nog nooit één klacht gehad' zegt
ze en ze kijkt me streng aan. Zo, die wil het onderste uit
die oktoberbonuskan halen denk ik nog naïef.
'Maar nu krijg ik van u in de afgelopen twee weken vier
klachten'
Ik vertel haar rustig dat ik inderdaad een paar keer heb
gemeld dat de Volkskrant niet bezorgd was en dat ik graag
de krant nabezorgd wilde hebben.
'Maar ik heb de krant wel bezorgd' zegt ze fanatiek, 'ik
denk dat een van uw huisgenoten de krant wegpakt zonder
dat u dat weet.'
'Nou, mijn kinderen zijn 9 en 11 en lezen de Volkrant nog
niet' vertel ik haar enigszins uit het veld geslagen.
'Dan neemt uw man de krant mee naar zijn werk'
'Mijn man heeft geen tijd om de krant te lezen op zijn werk',
zeg ik nu licht geïrriteerd. 'Geeft u mij één reden waarom
ik een bezorgklacht zou indienen terwijl ik de krant wel
ontvangen heb' vraag ik haar verontwaardigd.
'U vindt het wel makkelijk om op deze manier een extra gratis
krant te ontvangen'. Ze kijkt me uitdagend aan.
'Wat?, om mijn gat mee af te vegen of zo?' Ik ontplof.
Ik bedank haar voor haar komst, geef aan dat haar bezoekje
niet wordt gewaardeerd, wens haar succes in haar krantenbezorgcariere
en sla de deur voor haar neus dicht. Die kan fluiten naar
de oktoberbonus.
Ik bezoek direct Volkskrant.nl om een klacht in te dienen
over deze bezorgster maar bedenk me bijtijds. Deze bejaarde
vrouw staat voor dag en dauw op, zes dagen per week om wat
geld bij te verdienen. Alle lof. Ik laat het van me af glijden
en vergeet het voorval. De volgende ochtend om 05.30 uur
laait mijn woede weer op. Luid klepperend valt de krant
in de brievenbus. Het hele gezin is wakker. We zullen het
allemaal weten dat de krant bezorgd is. Een wraakactie die
nu al ruim twee weken duurt. Moet ik dan toch de Volkskrant
inlichten?
Dat is gelukkig niet nodig. De rust dient zich aan via een
geeltje op de krant van vanochtend met daarop de sarcastische
tekst: hartelijk dank voor de 'verlichting'.
'Stop met klepperen, dan doe ik het buitenlicht aan' schrijf
ik terug, ook op een geeltje dat ik op de brievenbus plak.
Rust en verlichting, wat meer heeft een mens nodig.
Matthé Kampman ©, november
2010
Back to top
Daar loop
ik dan met m'n volle emmer, langs een evenzo vol terras.
De deksel is kwijt, iedereen kan zien wat er in zit. Ik
probeer dus geen aandacht te trekken, zo min mogelijk te
klotsen en zonder te knoeien het WC-hok van de camping te
bereiken. Vanaf de tent is dat zo'n 300 meter lopen. Eerst
een heuveltje af, dan de parkeerplaats over, dan dus langs
dat volle terras en vervolgens weer een heuveltje op.
Vandaar die emmer. 's Nachts is het in de Zwitserse bergen
zo donker en zo koud dat een tochtje in pyjama naar het
WC-hok geheel niet aantrekkelijk is. We zijn met z'n viertjes
dus de emmer zit 's ochtends goed vol. Mits hij niet al
is leeggekiept door een slaapdronken kind, in de tent.
Fijn hoor kamperen. Maar ik heb het beloofd; één week per
jaar kampeer ik met man en kinders zonder te klagen.
Dat valt echter niet altijd mee. De aankomst op de camping
is meestal op een moment dat iedereen eigenlijk al trek
heeft. Eerst even eten? Nee, eerst even de tent op zetten,
alle bedjes, tafeltjes, stoeltjes, kastjes en kookstelletjes
uitvouwen en de matjes opblazen. Anderhalf uur later is
iedereen zo chagrijnig dat zelfs man en kinders dreigen
te klagen over kamperen.
Tijdens de kampeerweek kruip ik regelmatig op mijn knieën
door de tent om kleding en andere zaken te zoeken, stoot
ik tien keer mijn hoofd tegen de lamp die zo handig midden
in de tent hangt en drinken we lauwe biertjes uit de koelbox
omdat we de koelelementen weer eens zijn vergeten te wisselen.
Het vertrek is steevast vroeg in de ochtend met als gevolg
dat tent en toebehoren altijd nat de auto in gaan. Die keren
dat we besloten dan maar wat later de boel in te pakken
regende het pijpestelen.
Het heerlijke aan kamperen, ik geef het toe, zijn de nachten
in de Zwitserse bergen. Als om negen uur de zon uitgaat
zit er niets anders op dan in mijn slaapzak te kruipen en
als een blok in te slapen. Door het monotone geruis van
stromende bergbeken blijf ik slapen totdat de zon weer aangaat.
Behalve dus als ik moet piesen.
Matthé Kampman ©, augustus
2010
Back to
top
Zelfs de
M&M's die ik wegknaag tijdens Nederland-Japan zijn rood,
wit, blauw en oranje! Nu weet ik het zeker, ik kan er niet
meer om heen. Ik ben er volledig in opgenomen. De garage
staat vol met pakken wasmiddel, keukenrollen en flessen
wijn voor nog meer juichbandjes, voetbalgogo's en andere
beesies. De kinderen zijn uiterst braaf in ruil voor een
pakje Panini voetbalkaartjes en ook die liggen dus ruim
op voorraad. Maar dat is nog niet alles.
'Mag ik vragen
wat voor TV u heeft?'
'Waarom wilt
u dat weten?'
'Omdat bij de
meeste flatscreens digitenne niet goed werkt.'
De dame van UPC zet me aan het eind van ons gesprek nog even
fijntjes in de hoek. Ik heb net bij haar mijn kabeltelevisie
abonnement per direct opgezegd. De uitzending van de tennis
finale op Roland Gaross was de druppel. Geen idee wie dat
toernooi heeft gewonnen want het was gissen of de bal in of
uit was, laat staan dat je kon zien wie tegen wie speelden.
Toen de lichte mist op het scherm uiteindelijk ook nog overging
in zware sneeuwval was ik het zat. In een opwelling bestel
ik midden in de nacht digitenne. KPN is, ondanks het late
uur, blij met mijn bestelling en binnen tien dagen ontvang
ik mijn digitale wonderkastjes. Net voor aanvang van het WK
voetbal.
'Een monteur
is onderweg hoor' zucht ze als ik mopper over de service
van UPC. 'Dat hebben jullie al zo vaak beloofd' brom ik
terug. Ze valt stil maar dan heeft ze een ingeving en komt
dus met die vraag over mijn TV.
'Dat zal toch
wel meevallen' zeg ik stoer. Maar ik begin 'm toch een beetje
te knijpen. Het zal toch niet waar zijn. Het WK staat om
de hoek en ik wil straks die bal zien rollen aan de voet
van Elia en Afellay. Ik wil dat het oranje van het scherm
afspat en ik wil zelf kunnen zien of er gescoord is zonder
af te hoeven gaan op het lawaai van de locale vuvuzela's.
Maar wat als ze gelijk
heeft en ik straks zonder kabelaansluiting en met een werkeloze
digitenne zit. Ik zap dat doemscenario nog even weg.
Op de tweede
WK-speeldag arriveren de digiboxen en ik installeer voor
de zekerheid het eerste boxje op een ouderwetse fatscreen
TV. Verdomd het werkt, binnen de beloofde tien minuten.
Voor de flatscreen durf ik het vooralsnog niet aan.
Maar dan ga
ik er voor. Ik koppel de UPC kabels af en KPN kabels aan
en ik juich met de Amerikanen mee. Net als het beeld weer
in de lucht komt scoren ze, door een fout van de Engelse
keeper en door mij loepzuiver gezien. Olééé, olé, olé, olé,
dat wordt een haarscherp WK. Ik sla de oranje tompoezen
in en hang nog maar eens wat vlaggetjes op.
Soccernomics,
Oranje doet de bal en de euro rollen. Door naar de volgende
ronde en ik doe er graag aan mee.
Matthé Kampman ©, juni
2010
Back to
top
Achteraf
twijfel ik aan mezelf. Heb ik me dat nou verbeeld of hoorde
ik het echt? Of, in dit geval, hoorde ik het echt niet?
Zondagmiddag in de auto voor een ritje van een uur. Het
is druk op de weg, het regent en de radio werkt ook niet
mee. Scannend langs de zenders klinkt eindelijk een favoriet
hitje en ik zing luid mee. Maar na twee coupletten valt
het me ineens op dat ik sommige woorden in mijn eentje meeblèr.
Het f**** woord is uit het liedje gepoetst. Ik geloof mijn
oren niet. Ik geef toe, ook ik moest even wennen aan de
vrijheid van het woordgebruik in diverse liedjes de laatste
tijd. Maar alles went en na verloop van tijd hoor je het
niet eens meer. Radio 2 denkt daar duidelijk anders over,
de KRO in dit geval, programma 'adres onbekend'.
Ik weet niet veel van muziek maar ik stel me zo voor dat
het iets is als photoshoppen. Musicshoppen dus, een liedje
aanpassen aan je eigen wensen door bijvoorbeeld woordjes
weg te laten. Maar waarom zou de KRO dat doen? Waarom een
verminkt liedje laten horen in plaats van het liedje gewoon
niet te draaien als het f*** woord je niet aanstaat. Daar
past maar een woord voor in de plaats: schijnheilig.
Nu zijn de katholieken op dit moment natuurlijk druk met
andere zaken. Het misbruik komt elke dag weer terug in het
nieuws. Daardoor komt ook aan het licht dat de Katholieke
kerk wellicht veel moderner is dan we allemaal denken. Al
tientallen jaren maken zij gebruik van de software brainshoppen
om een en ander uit het collectieve geheugen te wissen.
De betreffende songtekst wordt daarmee met de dag toepasselijker
en kan zonder uitleg gewoon op eerste paasdag door Paus
Benedictus tijdens het Urbi et Orbi uitgesproken worden:
But it was not your fault but mine
and it was your heart on the line
I really fucked it up this time, didn't I my dear
didn't I my dear*
Matthé Kampman ©, maart
2010
Back to
top
*Mumford and Sons, Little lion man, 2010
'Preparing
to hibernate.'
Ik
zie nog net de melding op het scherm van mij laptop voorbij
schieten voordat hij acculoos afhaakt. Ik voel me bijna
schuldig als ik hem weer aansluit op de netspanning. Alsof
ik hem ruw wakker schud tijdens het inslapen. Dat doe ik
liever niemand aan.
Maar
mijn jaloezie wint het van mijn schuldgevoel. Tijdens deze
lange donkere gladde en witte winter zou ik het liefst ook
een dutje willen doen. Een dutje van een paar weken totdat
alles en iedereen weer een beetje is ontdooit en weer wat
glans krijgt. Elke keer als
mijn laptop in een winterslaap dreigt te sukkelen
en mij dat trots mededeelt voel ik mij misdeeld. Waarom
hij wel en ik niet? En dus gaat de stekker er weer in.
Toch
ben ik ook nieuwsgierig naar de aangekondigde voorbereidingen
op die winterslaap. Verzamelt mijn laptop een paar extra
stroomstootjes? Verwijdert hij wat software? Gaat hij virussen
te lijf of vreet hij wormen voordat hij zichzelf op een
heel laag pitje zet? Wellicht kan ik daar iets van opsteken
om deze ijzige winter door te komen.
Een
winterslaap klinkt zo verleidelijk maar je mist natuurlijk
ook een hoop. De Olympische Spelen, de wintersport, schaatsen
op natuurijs, sleeën in het Bergsche Bos en het kerstdiner.
Al is dat laatste
voor velen wellicht juist de reden om zich in een diepe
winterslaap te wentelen.
Af
en toe een hibernation
day is misschien al voldoende. Een hele dag in pyjama,
haardvuurtje aan, de gordijnen dicht, een paar goede boeken
en een fles wijn. Dan laat ik mijn laptop een dagje slapen.
Hebben we allebei onze zin.
Matthé
Kampman ©, februari
2010
Back to top
'Koningin Beatrix is een digital
immigrant.'
De
trendwatcher uit de Volkskrant is sceptisch over de internetvisie
van onze koningin naar aanleiding van haar kersttoespraak.
'Ze is er later bijgekomen en probeert nog mee te doen.'
De
trendwatcher is jong en dus een digital
native. Zij kent geen leven zonder internet en heeft
meelij met onze koningin. Hoeveel
jaar zit er eigenlijk tussen een digital
immigrant en een digital
native? Ik ben minstens 25 jaar jonger dan Bea maar
zeker niet born
digital. Mijn eerste keer, op het internet, was 20
jaar geleden. Ben ik dan een early
adopter?
En
mijn oma? Zij is 100 en zit al jaren in een ouden van
dagen huis. Computers kennen ze daar niet. De modernisering
is blijven steken bij de ringleiding en het digitale
mededelingenbord met hele grote letters. Oma en collega
bejaarden zijn digital
illiterates.
Maar
er komt een moment dat die digital
illiterates in het ouden van dagen huis plaats
maken voor de digital
immigrants en nog wat later voor de early
adopters. Dan zullen die oudjes WiFi eisen en
high speed internet en een netwerk om al die laptops,
desktops, notebooks en tablets te laten draaien.
Ik
zie mezelf wel zitten later, als kwieke bejaarde systeembeheerder.
De wereld op mijn schoot door mijn laptop. Nooit meer
eenzaam door hyves en facebook en druk met de nieuwste
technische snufjes.
En
koningin Beatrix? Zij moet als digitale allochtoon eerst
een digitale inburgeringcursus volgen voordat zij een
voet in mijn bejaardenhuis mag zetten.
Matthé
Kampman ©, januari
2010
Back to top
|
![]() |
Columns Matthé Kampman
Rest in Peace
(augustus
2011)
Glamping
(augustus
2011)
Adidasmeisjes
(juni
2011)
De middelbare
(januari
2011)
Kleppervrouwtje
(november
2010)
Kamperen
(augustus
2010)
Soccernomics
(juni
2010)
F*****
(maart
2010)
Winterslaap
(februari
2010)
Digital Immigrant
(januari
2010)
Nog veel meer op www.kampmes.nl
|