www.columnschap.nl© 2010

 

Columns Matthé Kampman

 

 

Rest in Peace


Op vakantie in Ierland lijkt onze zoon zich beter uit te drukken in de Engelse taal, waar hij de eerste zes jaar van zijn leven in opgegroeid is, dan in het Nederlands. Hij praat met vreemden, leest alles wat los en vast zit en zijn woordenschat is veel groter dan we dachten. Op een druilerige vakantiedag bezoeken we een spookachtig oud vervallen klooster met mysterieuze verweerde graven van meer dan honderden jaar oud. Het is een huiveringwekkend romantische plek. We zijn er allemaal stil van. Onze zoon verbreekt plots de stilte.
'Dat is raar' zegt hij verbaasd.
'Ze rusten hier allemaal in stukjes...'
Ogenblikkelijk waan ik mij op het slagveld van 1798. Ierse rebellen leveren een bloederige slag tegen de Engelse overheersers. Bij het geluid van oorverdovend wapengekletter, oorlogskreten en kanongebulder vliegen de afgehakte ledematen in het rond.
Argh, snel wegwezen hier. Naar de pub voor een beetje rust en vrede, een Guinness en toch nog maar een lesje Engels...

 

Matthé Kampman ©, augustus 2011                                                                  Back to top



Glamping


Eén week per jaar doe ik het, zonder morren. Dat heb ik beloofd en daar hou ik me aan. Kamperen. Dit jaar kwam ik er goed mee weg, dacht ik. In het Noordwestelijkste puntje van Ierland, aan een kleine afgelegen baai, ligt de traditionele Ierse cottage die hebben we gehuurd, 'offbeat, off the grid, and very nearly off the map' en eco. Geen aansluitingen op gas, water en licht en dus ook geen telefoon of internet. Kamperen in een huisje, dat leek me al een stuk beter dan in een tent. Echte bedden, eigen WC, stahoogte en waterdicht. Dat de eigenaar onlangs wat had toegegeven aan de eisen van de moderne mens was helemaal fantastisch. Stromend koud en warm water, een koelkast, gas uit flessen voor het fornuis en zonnepanelen op het dak voor een beetje licht 's avonds. Wat een luxe!

Urenlang rijden we over een single track road, door de regen, richting het huisje. De kinderen zijn nog net zichtbaar op de achterbank bedolven onder bagage, boodschappen, linnengoed en haardhout. Links en rechts alleen maar schapen. En turf. Bij aankomst is iedereen blij maar ik vrees het ergste. Het huisje is donker en koud. Echtgenoot legt heel tevreden een vuur aan en ik zet maar een troostbakje thee. Ik draai de kraan open en schrik. Tegelijkertijd roept dochter: 'Getver, de WC is niet doorgetrokken.' Het water uit de kraan en in de plee is diarreekleurig bruin. 'Gezuiverd door de turfvelden en heerlijk bij een glas whisky' meldt de instructiebrief. Nou ja, thee is ook bruin. De kinderen krijgen melk want limonadesiroop aanmaken met bruin water gaat me te ver. Helaas zijn melk en bier deze week lauw, de beloofde koelkast blijkt een houten vliegenkast aan de buitenkant van het huis. Zucht. Dan valt de duisternis in. De zonnepanelen hebben weinig zon gehad en het licht is snel gedoofd. We koken, eten en douchen bij kaarslicht. Koken en eten gaat prima. Douchen valt vies tegen. Het douchewater valt uit een bak op het dak op je lijf. Een pisstraaltje, bruin en koud want het haardvuur heeft zijn werk nog niet gedaan. Desondanks zijn man en kids helemaal in hun element. Ze onderzoeken met een zaklamp elk hoekje en gaatje van de cottage. Ik zit moe en onwennig op een houten krukje en pook wat in het vuur. De regen klettert buiten nog altijd. Ik ga maar naar bed. Het bed ruikt muf, is klam en veel te zacht. Ik maak me ernstig zorgen over de rest van de week maar klaag niet. Ik tel schaapjes en val vrij snel in slaap.

De volgende ochtend is het huisje opgewarmd, schijnt de zon, is de Atlantische oceaan verblindend blauw, hebben we een uitzicht om nooit te vergeten en kijken een paar honderd schapen ons verbaasd aan. Ik heb heerlijk geslapen en, halleluja wat zie ik daar? Een stopcontact! Niet alleen ik maar ook de IPad, e-reader en telefoon zijn snel weer opgeladen. Glamping noemen de Ieren dat. Glamorous kamperen. Volgend jaar weer!

 

Matthé Kampman ©, augustus 2011                                                                  Back to top



Adidasmeisjes


Ze fietsen lamlendig langzaam rondjes door de wijk. Meestal in groepjes van drie. Met hun nieuwe fietsen, voorzien van kruideniersbak en breed stuur slingeren ze vervaarlijk over de weg. Ze zijn goed te herkennen; beugel,lang haar, in de oren grote ringen en de ogen donker opgemaakt. Maar de grootste gemene deler is het Adidasvest. Drie strepen op de mouw, een rits aan de voorzijde en het enorme Adidas logo op de rug. In allerlei zoete en stoere kleuren fietsen de vestjes van de ene speeltuin naar de andere. Bij de diverse pleisterplaatsen in de wijk wordt nonchalant gecheckt wie er rondhangen en of het interessant is om te blijven. Zo niet dan is de gang naar de lokale Spar snel gemaakt en fietsen de vestjes 10 minuten later, gewapend met chips en een fles fris hetzelfde rondje nog een keer. Zo nodig worden via Hyves en MSN de populaire meisjes opgetrommeld en verandert een speeltuin in een mum van tijd in een krioelende mierenhoop van vestjes. Er wordt gegild, uitgedaagd en gehangen. Blikkerige muziek klinkt uit hun mobieltjes. Voorbij fietsende jongens zijn de klos, sluiten aan of nemen voortaan een omweg. Ouders met jonge kinderen ontvluchten haastig de speeltuin en nemen zich voor het met hun kinderen nooit zo ver te laten komen. En dan, als donderslag bij heldere hemel, is de speeltuin weer leeg en fiets de hele sliert verder de wijk in. Al enkele weken doet dit ritueel zich nu voor. Sinds de Cito achter de rug is (februari, mind you), en de puberteit als een denderende locomotief op stoom komt zonder dat de rails goed zijn aangelegd, is de kleine veilige wereld van de meisjes veranderd in één grote speeltuin met vervagende grenzen. Geen uitdaging meer op school, stiekem een beetje angst voor de middelbare en het besef dat die veilige basisschool nu toch echt bijna voorbij is. Van ellende klitten de vestjes angstvallig aan elkaar, of ze elkaar nou leuk vinden of niet. Dat ontaardt in roddel, achterklap en ruzies. Zij is met hem, hij niet met haar. Hij is lelijk en zij is te mooi en jij praat stom. Op de schaarse momenten dat de Adidasmeisjes thuis zijn, wordt er achter de computer nog menig virtueel rondje verder gefietst. Het ruzie maken en bijleggen gaat gewoon verder in de online speeltuinen. Het vestje kan dan eindelijk even uit, niemand die het ziet. Gelukkig is onze dochter niet zo. Zij vult haar vrije tijd met lezen, hardlopen, een typecursus en een partijtje tennis. Ze is niet in het bezit van de nieuwste BB of I-phone en heeft geen behoefte aan het verplichte vestje. Ze heeft wel een nieuwe fiets en een beugel maar dat is pure noodzaak. Keep on dreaming. Een paar weken terug werd ze van de een op de andere dag wakker met alle kenmerken van het Adidas meisje. Alleen het vestje ontbreekt.

 

Matthé Kampman ©, juni 2011                                                                  Back to top




De middelbare


Vroeger, toen de lucht nog schoon was en de seks nog vies, was het makkelijk. Het dorp waar voor mij naar een middelbare school werd gezocht had drie mogelijkheden; de kakschool, de dijkerschool en een school waar flink verbouwd werd. Kak waren we zogenaamd niet, een verbouwing veroorzaakt onrust en dus werd het de dijkerschool.
Nu, 35 jaar later is dat minder makkelijk. Het schoolkeuzetraject voor onze dochter is als een tocht door de jungle. Het begon zo overzichtelijk met een lesprogramma, een voorlichtingsavond en een bezoek aan de locale scholenmarkt. Dochter zei nog heel naïef: 'kiezen jullie maar een school uit hoor, ik ga d'r wel heen'. Mooi denk ik. Gaan we regelen. Maar dat is zó jaren '70. Daar komen we niet meer mee weg.
Want op een dag valt de 'Openbaar voortgezet onderwijs keuzekrant' in de bus, gevolgd door de 'Schoolkeuzegids Rotterdam'. Ik sta versteld, er zijn 91 Rotterdamse middelbare scholen en allemaal hebben ze verschillende afdelingen, locaties, leerwegen, onderwijssoorten en profielen. Al die varianten hebben weer meerdere voorlichtingsavonden, informatieavonden, open dagen, open avonden, open kennismakingslessen en workshops voor ouders, leerlingen of beide.
De basisschool adviseert zoveel mogelijk scholen te bezoeken en dus checken we websites, vragen we folders, brochures en schoolgidsen aan en proppen we het voorlichtingsschema in onze agenda's. Edoch, dat gaat 'm niet worden. De stapel informatie en de mate van irritatie groeit en ik besluit om de toekomst van onze dochter rigoureus in een spreadsheet te gaan beheren. Veel scholen vallen direct af door de fietsafstand, de onderwijsvorm, het niveau of de denominatie van de school. Maar er blijven nog steeds zo'n 15 scholen over. Ik wik en ik weeg over voor- en nadelen en zet alle verschillen en overeenkomsten in mijn spreadsheet. Eén overeenkomst springt er torenhoog boven uit, de benodigde toelatings cito-score. Officieel niet het enige toelatingscriterium maar ondertussen door alle middelbare scholen onverbiddelijk vermeld.
Oh oh Cito. In de zoektocht naar de middelbare loopt zij als een rode draad met ons mee. De cito entreetoets wordt gevolgd door voorlopige leerlingenrapporten en adviesindicatiegesprekken. Dan is daar het Citomonster zelf, de uitslag en het definitieve advies via schooladviesformulieren en onderwijskundige rapporten.
Mocht het ons al lukken om het schookeuze- en Cito traject samen te laten komen in de beste middelbare school voor onze dochter dan volgt er nog een traject van inschrijvingsdata, onderwijskaarten, postcode gebieden en toelatingsbesluiten. Heb je pech, begint het hele aanmeldingscircus opnieuw!
Gelukkig is de lucht nog steeds best een beetje schoon en de seks nog steeds best een beetje vies. Dan zal het met die middelbare schoolkeuze ook best wel goed komen.

 

Matthé Kampman ©, januari 2011                                                                  Back to top




 

 

Kleppervrouwtje


'Bent u ehh de vrouw des huizes?'
'Ja, dat ben ik' zeg ik nieuwsgierig.
Voor de deur staat een bejaarde vrouw die wat aarzelend haar verhaal begint af te steken. 'Kijk ik sta niet voor de lol elke dag om 4.00 uur op. Maar ja, diploma's zijn dezer dagen niets meer waard hè'.
Aha, dit is onze Volkskrantbezorgster. Maar waarom staat ze dan nu om zeven uur 's avonds bij ons op de stoep? Het lijkt me nog wat vroeg voor de kerstgratificatie maar ach ik ben niet te beroerd om die dit jaar in oktober uit te betalen.
'Ik heb in al die jaren nog nooit één klacht gehad' zegt ze en ze kijkt me streng aan. Zo, die wil het onderste uit die oktoberbonuskan halen denk ik nog naïef.
'Maar nu krijg ik van u in de afgelopen twee weken vier klachten'
Ik vertel haar rustig dat ik inderdaad een paar keer heb gemeld dat de Volkskrant niet bezorgd was en dat ik graag de krant nabezorgd wilde hebben.
'Maar ik heb de krant wel bezorgd' zegt ze fanatiek, 'ik denk dat een van uw huisgenoten de krant wegpakt zonder dat u dat weet.'
'Nou, mijn kinderen zijn 9 en 11 en lezen de Volkrant nog niet' vertel ik haar enigszins uit het veld geslagen.
'Dan neemt uw man de krant mee naar zijn werk'
'Mijn man heeft geen tijd om de krant te lezen op zijn werk', zeg ik nu licht geïrriteerd. 'Geeft u mij één reden waarom ik een bezorgklacht zou indienen terwijl ik de krant wel ontvangen heb' vraag ik haar verontwaardigd.
'U vindt het wel makkelijk om op deze manier een extra gratis krant te ontvangen'. Ze kijkt me uitdagend aan.
'Wat?, om mijn gat mee af te vegen of zo?' Ik ontplof.
Ik bedank haar voor haar komst, geef aan dat haar bezoekje niet wordt gewaardeerd, wens haar succes in haar krantenbezorgcariere en sla de deur voor haar neus dicht. Die kan fluiten naar de oktoberbonus.
Ik bezoek direct Volkskrant.nl om een klacht in te dienen over deze bezorgster maar bedenk me bijtijds. Deze bejaarde vrouw staat voor dag en dauw op, zes dagen per week om wat geld bij te verdienen. Alle lof. Ik laat het van me af glijden en vergeet het voorval. De volgende ochtend om 05.30 uur laait mijn woede weer op. Luid klepperend valt de krant in de brievenbus. Het hele gezin is wakker. We zullen het allemaal weten dat de krant bezorgd is. Een wraakactie die nu al ruim twee weken duurt. Moet ik dan toch de Volkskrant inlichten?
Dat is gelukkig niet nodig. De rust dient zich aan via een geeltje op de krant van vanochtend met daarop de sarcastische tekst: hartelijk dank voor de 'verlichting'.
'Stop met klepperen, dan doe ik het buitenlicht aan' schrijf ik terug, ook op een geeltje dat ik op de brievenbus plak.
Rust en verlichting, wat meer heeft een mens nodig.

 

Matthé Kampman ©, november 2010                                                                  Back to top




 

Kamperen


Daar loop ik dan met m'n volle emmer, langs een evenzo vol terras. De deksel is kwijt, iedereen kan zien wat er in zit. Ik probeer dus geen aandacht te trekken, zo min mogelijk te klotsen en zonder te knoeien het WC-hok van de camping te bereiken. Vanaf de tent is dat zo'n 300 meter lopen. Eerst een heuveltje af, dan de parkeerplaats over, dan dus langs dat volle terras en vervolgens weer een heuveltje op.
Vandaar die emmer. 's Nachts is het in de Zwitserse bergen zo donker en zo koud dat een tochtje in pyjama naar het WC-hok geheel niet aantrekkelijk is. We zijn met z'n viertjes dus de emmer zit 's ochtends goed vol. Mits hij niet al is leeggekiept door een slaapdronken kind, in de tent.
Fijn hoor kamperen. Maar ik heb het beloofd; één week per jaar kampeer ik met man en kinders zonder te klagen.
Dat valt echter niet altijd mee. De aankomst op de camping is meestal op een moment dat iedereen eigenlijk al trek heeft. Eerst even eten? Nee, eerst even de tent op zetten, alle bedjes, tafeltjes, stoeltjes, kastjes en kookstelletjes uitvouwen en de matjes opblazen. Anderhalf uur later is iedereen zo chagrijnig dat zelfs man en kinders dreigen te klagen over kamperen.
Tijdens de kampeerweek kruip ik regelmatig op mijn knieën door de tent om kleding en andere zaken te zoeken, stoot ik tien keer mijn hoofd tegen de lamp die zo handig midden in de tent hangt en drinken we lauwe biertjes uit de koelbox omdat we de koelelementen weer eens zijn vergeten te wisselen.
Het vertrek is steevast vroeg in de ochtend met als gevolg dat tent en toebehoren altijd nat de auto in gaan. Die keren dat we besloten dan maar wat later de boel in te pakken regende het pijpestelen.
Het heerlijke aan kamperen, ik geef het toe, zijn de nachten in de Zwitserse bergen. Als om negen uur de zon uitgaat zit er niets anders op dan in mijn slaapzak te kruipen en als een blok in te slapen. Door het monotone geruis van stromende bergbeken blijf ik slapen totdat de zon weer aangaat.
Behalve dus als ik moet piesen.

 

Matthé Kampman ©, augustus 2010                                                                             Back to top




Soccernomics


Zelfs de M&M's die ik wegknaag tijdens Nederland-Japan zijn rood, wit, blauw en oranje! Nu weet ik het zeker, ik kan er niet meer om heen. Ik ben er volledig in opgenomen. De garage staat vol met pakken wasmiddel, keukenrollen en flessen wijn voor nog meer juichbandjes, voetbalgogo's en andere beesies. De kinderen zijn uiterst braaf in ruil voor een pakje Panini voetbalkaartjes en ook die liggen dus ruim op voorraad. Maar dat is nog niet alles.

'Mag ik vragen wat voor TV u heeft?'

'Waarom wilt u dat weten?'

'Omdat bij de meeste flatscreens digitenne niet goed werkt.'

De dame van UPC zet me aan het eind van ons gesprek nog even fijntjes in de hoek. Ik heb net bij haar mijn kabeltelevisie abonnement per direct opgezegd. De uitzending van de tennis finale op Roland Gaross was de druppel. Geen idee wie dat toernooi heeft gewonnen want het was gissen of de bal in of uit was, laat staan dat je kon zien wie tegen wie speelden. Toen de lichte mist op het scherm uiteindelijk ook nog overging in zware sneeuwval was ik het zat. In een opwelling bestel ik midden in de nacht digitenne. KPN is, ondanks het late uur, blij met mijn bestelling en binnen tien dagen ontvang ik mijn digitale wonderkastjes. Net voor aanvang van het WK voetbal.

'Een monteur is onderweg hoor' zucht ze als ik mopper over de service van UPC. 'Dat hebben jullie al zo vaak beloofd' brom ik terug. Ze valt stil maar dan heeft ze een ingeving en komt dus met die vraag over mijn TV.

'Dat zal toch wel meevallen' zeg ik stoer. Maar ik begin 'm toch een beetje te knijpen. Het zal toch niet waar zijn. Het WK staat om de hoek en ik wil straks die bal zien rollen aan de voet van Elia en Afellay. Ik wil dat het oranje van het scherm afspat en ik wil zelf kunnen zien of er gescoord is zonder af te hoeven gaan op het lawaai van de locale vuvuzela's. Maar wat als ze gelijk heeft en ik straks zonder kabelaansluiting en met een werkeloze digitenne zit. Ik zap dat doemscenario nog even weg.

Op de tweede WK-speeldag arriveren de digiboxen en ik installeer voor de zekerheid het eerste boxje op een ouderwetse fatscreen TV. Verdomd het werkt, binnen de beloofde tien minuten. Voor de flatscreen durf ik het vooralsnog niet aan.

Maar dan ga ik er voor. Ik koppel de UPC kabels af en KPN kabels aan en ik juich met de Amerikanen mee. Net als het beeld weer in de lucht komt scoren ze, door een fout van de Engelse keeper en door mij loepzuiver gezien. Olééé, olé, olé, olé, dat wordt een haarscherp WK. Ik sla de oranje tompoezen in en hang nog maar eens wat vlaggetjes op.

Soccernomics, Oranje doet de bal en de euro rollen. Door naar de volgende ronde en ik doe er graag aan mee.

 

Matthé Kampman ©, juni 2010                                                                             Back to top




F******


Achteraf twijfel ik aan mezelf. Heb ik me dat nou verbeeld of hoorde ik het echt? Of, in dit geval, hoorde ik het echt niet?
Zondagmiddag in de auto voor een ritje van een uur. Het is druk op de weg, het regent en de radio werkt ook niet mee. Scannend langs de zenders klinkt eindelijk een favoriet hitje en ik zing luid mee. Maar na twee coupletten valt het me ineens op dat ik sommige woorden in mijn eentje meeblèr. Het f**** woord is uit het liedje gepoetst. Ik geloof mijn oren niet. Ik geef toe, ook ik moest even wennen aan de vrijheid van het woordgebruik in diverse liedjes de laatste tijd. Maar alles went en na verloop van tijd hoor je het niet eens meer. Radio 2 denkt daar duidelijk anders over, de KRO in dit geval, programma 'adres onbekend'.
Ik weet niet veel van muziek maar ik stel me zo voor dat het iets is als photoshoppen. Musicshoppen dus, een liedje aanpassen aan je eigen wensen door bijvoorbeeld woordjes weg te laten. Maar waarom zou de KRO dat doen? Waarom een verminkt liedje laten horen in plaats van het liedje gewoon niet te draaien als het f*** woord je niet aanstaat. Daar past maar een woord voor in de plaats: schijnheilig.
Nu zijn de katholieken op dit moment natuurlijk druk met andere zaken. Het misbruik komt elke dag weer terug in het nieuws. Daardoor komt ook aan het licht dat de Katholieke kerk wellicht veel moderner is dan we allemaal denken. Al tientallen jaren maken zij gebruik van de software brainshoppen om een en ander uit het collectieve geheugen te wissen.
De betreffende songtekst wordt daarmee met de dag toepasselijker en kan zonder uitleg gewoon op eerste paasdag door Paus Benedictus tijdens het Urbi et Orbi uitgesproken worden:

But it was not your fault but mine
and it was your heart on the line
I really fucked it up this time, didn't I my dear
didn't I my dear*

 

Matthé Kampman ©, maart 2010                                                                         Back to top



*Mumford and Sons, Little lion man, 2010




Winterslaap

'Preparing to hibernate.'

Ik zie nog net de melding op het scherm van mij laptop voorbij schieten voordat hij acculoos afhaakt. Ik voel me bijna schuldig als ik hem weer aansluit op de netspanning. Alsof ik hem ruw wakker schud tijdens het inslapen. Dat doe ik liever niemand aan.

Maar mijn jaloezie wint het van mijn schuldgevoel. Tijdens deze lange donkere gladde en witte winter zou ik het liefst ook een dutje willen doen. Een dutje van een paar weken totdat alles en iedereen weer een beetje is ontdooit en weer wat glans krijgt. Elke keer als  mijn laptop in een winterslaap dreigt te sukkelen en mij dat trots mededeelt voel ik mij misdeeld. Waarom hij wel en ik niet? En dus gaat de stekker er weer in.

Toch ben ik ook nieuwsgierig naar de aangekondigde voorbereidingen op die winterslaap. Verzamelt mijn laptop een paar extra stroomstootjes? Verwijdert hij wat software? Gaat hij virussen te lijf of vreet hij wormen voordat hij zichzelf op een heel laag pitje zet? Wellicht kan ik daar iets van opsteken om deze ijzige winter door te komen.

Een winterslaap klinkt zo verleidelijk maar je mist natuurlijk ook een hoop. De Olympische Spelen, de wintersport, schaatsen op natuurijs, sleeën in het Bergsche Bos en het kerstdiner. Al  is dat laatste voor velen wellicht juist de reden om zich in een diepe winterslaap te wentelen.  

Af en toe een hibernation day is misschien al voldoende. Een hele dag in pyjama, haardvuurtje aan, de gordijnen dicht, een paar goede boeken en een fles wijn. Dan laat ik mijn laptop een dagje slapen. Hebben we allebei onze zin.

 

Matthé Kampman ©, februari 2010                                                                     Back to top

 

 

 

 

Digital immigrant

'Koningin Beatrix is een digital immigrant.'

De trendwatcher uit de Volkskrant is sceptisch over de internetvisie van onze koningin naar aanleiding van haar kersttoespraak. 'Ze is er later bijgekomen en probeert nog mee te doen.'

De trendwatcher is jong en dus een digital native. Zij kent geen leven zonder internet en heeft meelij met onze koningin. Hoeveel jaar zit er eigenlijk tussen een digital immigrant en een digital native? Ik ben minstens 25 jaar jonger dan Bea maar zeker niet born digital. Mijn eerste keer, op het internet, was 20 jaar geleden. Ben ik dan een early adopter?

En mijn oma? Zij is 100 en zit al jaren in een ouden van dagen huis. Computers kennen ze daar niet. De modernisering is blijven steken bij de ringleiding en het  digitale mededelingenbord met hele grote letters. Oma en collega bejaarden zijn digital illiterates.

Maar er komt een moment dat die digital illiterates in het ouden van dagen huis plaats maken voor de digital immigrants en nog wat later voor de early adopters. Dan zullen die oudjes  WiFi eisen en high speed internet en een netwerk  om al die laptops, desktops, notebooks en tablets te laten draaien.

Ik zie mezelf wel zitten later, als kwieke bejaarde systeembeheerder. De wereld op mijn schoot door mijn laptop. Nooit meer eenzaam door hyves en facebook en druk met de nieuwste technische snufjes.

En koningin Beatrix? Zij moet als digitale allochtoon eerst een digitale inburgeringcursus volgen voordat zij een voet in mijn bejaardenhuis mag zetten.

 

Matthé Kampman ©, januari 2010                                                                      Back to top

 

 

 

 

 

 

Columns Matthé Kampman

 

Rest in Peace

(augustus 2011)

 

Glamping

(augustus 2011)

 

Adidasmeisjes

(juni 2011)

 

De middelbare

(januari 2011)

 

Kleppervrouwtje

(november 2010)

 

Kamperen

(augustus 2010)

 

Soccernomics

(juni 2010)

 

 

F*****

(maart 2010)

 

Winterslaap

(februari  2010)

 

Digital Immigrant

(januari 2010)

 

 

Nog veel meer op www.kampmes.nl