|
Columns Lonneke van Kerkfort
Een jongetje aan de deur. “Wilt u loten kopen?”
Ik koop altijd loten van kinderen die aanbellen. Ik vraag
wel waarvoor het is. Ze moeten wel een beetje hun best doen
om de actie van hun school of voetbalclub bij me te promoten.
“Wat kan ik ermee winnen?”
“Een Wii”, is het antwoord. “Weet u wat
dat is?”
Ik moet lachen. Zijn grote mensen in de ogen van kinderen
standaard oud?
“Dat is een mooie prijs. Doe mij maar twee loten.”
We rekenen af. Het jongetje rent naar de volgende deur.
Ik ga verder waarmee ik bezig was. De hele dag erger ik
me kapot aan twee vliegen in huis. Met mijn elektrocutietennisracket
ren ik achter de vliegensvlugge ettertjes aan. Ik maak smashes
en backhands. Na een kwartier heb ik eindelijk één
vlieg geraakt.
Eigenlijk heb ik al een Wii.
Op naar level 2.
Lonneke
van Kerkfort © augustus
2011
Back to top
Het is een schaarse zonnige dag en ik grijp mijn kans. Voorzien
van drinken en leesvoer plof ik neer in een tuinstoel. Van
deze vrije dag ga ik eens lekker genieten. Al snel worden
de letters van het tijdschrift wazig en doezel ik weg.
Plotseling hoor ik een vrouw roepen. Ik ben meteen wakker
en veer overeind. Waarom ik ga staan, weet ik niet. Misschien
kan ik me dan beter concentreren op waar het geluid vandaan
komt? Of is het een houding ingegeven door de natuur waardoor
je meteen startklaar staat om hulp te bieden?
Ik luister aandachtig en probeer te achterhalen waar het
vandaan komt. Het is eigenlijk best dichtbij. Ik stap onder
de parasol vandaan en dan wordt het me duidelijk. Iets verderop
staat een slaapkamerraam wagenwijd open. Blijkbaar twee
mensen die het op deze warme dag behoorlijk heet hebben.
Ik gniffel. Geen vrouw in nood dus. Integendeel. Gewoon
een vrouw die ook van deze zomerse dag geniet.
Lonneke
van Kerkfort © augustus
2011
Back to top
Een man loopt de supermarkt uit en wijst abrupt mijn kant
op. "Daar loopt er nog één!" Verbaasd kijk ik achterom,
maar er is niets te zien. Dan komt een klein meisje door
de schuifdeur gewandeld. Ze blijft naast haar vader staan
en neemt me rustig op van top tot teen. "Heeft die mevrouw
ook een baby in haar buik?" "Ja", antwoordt de man en druk
pratend lopen ze met volle boodschappentassen naar de parkeerplaats.
Ik blijf verbaasd achter. In de winkel word ik dit keer
met rust gelaten en kan ik zonder oponthoud mijn boodschappen
doen. Geen vreemde mensen die me ondervragen of opzadelen
met adviezen. En gelukkig geen ongewenste intieme details
van vrouwen die al ooit zijn bevallen. Ook de caissière
laat me vandaag ongemoeid afrekenen. Op de automatische
piloot laad ik de boodschappen in de auto en breng de kar
terug. Ik besluit nog even bloemen te halen en loop via
een tussenpad naar de andere winkelstraat, waar de bloemenzaak
is. Het is hectisch op het pad. Er wordt hard gewerkt aan
een nieuw stuk winkelcentrum. Het paadje is nog maar net
begaanbaar en staat vol met cementwagens en bouwvakkers.
Altijd riskant om langs bouwvakkers te lopen. Gezien mijn
uitpuilende buik verwacht ik nu geen gefluit of onbeschaamde
opmerkingen. Net als ik het groepje ben gepasseerd, en denk
dat ik er goed van af kom, roept er toch één boven de herrie
uit: "Nou, dat is niet van de pannenkoeken!" Eenmaal thuis
zet ik de bloemen in een vaas. Hoe zal het straks gaan als
ik met een kinderwagen loop? Misschien wil ik dan wel dat
mensen in de supermarkt me aanspreken en hoop ik dat bouwvakkers
toch nog naar me fluiten.
Lonneke
van Kerkfort © april
2011
Back to top
'Goedenavond mevrouw. Klopt het dat u onlangs een bestelling
bij Wehkamp heeft gedaan?'
'Dat klopt'
'En u heeft deze bestelling in één keer betaald?'
'Uhh, ja'
'U kunt bij Wehkamp ook in twee of drie termijnen betalen.
Lijkt u dat niet ideaal?'
'Daar heb ik geen interesse in'
'Het is ontzettend handig voor als u in de toekomst een
grote aankoop doet.'
'Dan betaal ik nog niet in….'
'Ook niet als u een grote aankoop doet?'
'Nee, ik betaal niet in termijnen en zal dat ook nooit…..'
'Wij kunnen dit namelijk bij uw klantgegevens invoeren.
Als u een bestelling doet, kunt u heel eenvoudig aanvinken
of u in één keer betaald of in twee of drie keer.'
'Daar wil ik geen gebruik.....'
'Prima, ik zal deze optie bij u activeren.'
'Waarom belt u mij als u dit toch.....'
'Mevrouw, als u aan de lijn blijft, wordt u automatisch
doorverbonden met het bel-me-niet-register.'
'Daar ben ik al bij aange….'
Tuut, tuut, tuut
Lonneke
van Kerkfort © november
2010
Back to top
Wij hebben al aan het idee kunnen wennen. Verder weet nog
niemand dat er een klein mensje in mij groeit. De eerste
aan wie ik het vertel, is de tandarts. Noodgedwongen, omdat
hij aangeeft dat het tijd is voor de jaarlijkse foto's.
Voor mij momenteel geen straling.
Niet lang daarna krijgen we onze eerste echo. Nieuwsgierig
kijken we naar het overwegend grijze scherm. De kwaliteit
is minder dan van een oude zwart-wit tv. De verloskundige
moet goed haar best doen en af en toe floept een beweeglijk
minimensje door het beeld. Blijkbaar een kind dat niet van
de camera houdt. Wel van gymnastiek. Gelukkig is een gezond
kloppend hartje te zien. Hét teken om ons geheim te gaan
delen met anderen. Natuurlijk eerst met ouders, broers en
zussen.
Zo'n bijzonder bericht deel je niet zomaar even mee. Daarom
bedenken we verschillende manieren om het blijde nieuws
te vertellen.
Zo geven we mijn zusje, die nog thuis woont, een slabbetje
cadeau. Bij het uitpakken denkt ze dat het om een grapje
gaat. Een slabbetje voor in het café als ze te veel gedronken
heeft. Pas als ze de boodschap 'ik heb de liefste tante'
hardop leest, dringt het tot haar en mijn ouders door. De
vreugde is compleet.
Met mijn broer en schoonzus zijn we druk aan de praat over
hun nieuwe huis dat binnenkort wordt opgeleverd. Ze kijken
ons verbaasd aan als we vragen of het huis ook een logeerkamer
heeft. We leggen uit dat het leuk is als hun neefje of nichtje
kan komen logeren. De blijdschap is groot.
Mijn andere schoonzus verwacht spoedig haar eerste kindje
en ze heeft onlangs de familiewieg opgehaald. Op onze vraag
of wij de wieg na haar kunnen reserveren, klinkt luid gejuich.
Eén persoon weet het nog niet. Aan mijn vriendin ga ik vertellen
dat ons tripje naar Stockholm volgend jaar niet kan doorgaan.
Wat zal haar reactie zijn?
En de mijne?
Ik ben benieuwd of ik het dit keer droog houd.
Lonneke
van Kerkfort © oktober
2010
Back to top
Zonder na te denken ren ik zo hard als ik kan door de achtertuin.
Ik spring over het hek en land in het aangrenzende moestuintje.
Daar zie ik hem in de sloot liggen. Ik grijp de oude man
bij zijn arm en haal hem naar me toe. Doorweekt tot aan
zijn kruin, hangt hij nu met beide armen aan de waterkant.
Zo blijft zijn hoofd in elk geval boven. Ik probeer hem
verder uit het drassige water te halen, maar het vermoeide
mannetje heeft geen puf. Dit ga ik in mijn eentje niet redden.
Ik ren de dijk op en roep een nietsvermoedende voorbijganger
om hulp. We pakken ieder een schouder en na veel gekreun
en gesteun krijgen we hem dan eindelijk op de kant. Zijn
gietertje dobbert rustig na.
We moeten er alle drie van bijkomen. Het oude mannetje kijkt
met grote ogen voor zich uit. Het enige wat hij kan uitbrengen,
is dat hij zo geschrokken is. Anders ik wel. Ik leun met
mijn handen op mijn bovenbenen. Iemand die kletsnat en moeilijk
ter been is, is maar moeilijk uit een sloot te krijgen.
Het kroos druipt van zijn hoofd. Ik haal een handdoek.
Na even gezeten te hebben, kan het mannetje weer op zijn
benen staan. Met zompige stappen loopt hij naar zijn fiets.
"Zal ik u thuisbrengen?" Het mannetje mompelt wat en wuift
mijn aanbod weg. "Dan fiets ik wel even met u mee." Maar
ook dat is niet nodig.
Eenmaal binnen trek ik mijn witte broek uit die regelrecht
de was in kan. Ik schrob het stinkende slootwater van mijn
armen. Hoe lang zou hij daar al gelegen hebben voordat ik
zijn hulpgeroep hoorde? Zou hij wel goed thuiskomen?
Mijn adrenaline ebt weg en maakt plaats voor knikkende knieën.
Lonneke
van Kerkfort © augustus
2010
Back to top
“Moordenaar!”,
roept de buurvrouw boven de kettingzaag uit. We doen alsof
we niks horen en gaan door met het omzagen van de boom. Ze
stopt haar protestactie en loopt verontwaardigd naar de overkant.
Zij vermoordt geen bomen. Bij haar komt de gemeente snoeien
omdat ze te veel ruimte van de openbare weg inneemt. Ook dan
staat ze erbij om ieder takje te redden, waardoor uiteindelijk
alleen haar voordeur iets meer toegankelijk is.
Achter die voordeur is de situatie minstens zo erg. De vloer ligt bezaaid met stapels kranten, de muren zitten vol schimmel en de katten krioelen in het rond. Die scharminkels zijn haar enige gezelschap en ze is constant met ze in de weer. Haar handen tonen hun verwoede vluchtpogingen. Ze is macrobioot en bij gebrek aan een koelkast, bewaart ze het kattenvoer in de auto. Bij warm weer kruipen de maden in het rond. Echte stukjes vlees staan op het menu.
Die auto brengt haar overal. Naar musea in Amsterdam of kunstbeurzen in Brabant. Totdat de politie op de stoep staat. Doorrijden na een botsing is een strafbaar feit. Ze kan zich van de aanrijding niets herinneren, ook niet dat ze onverzekerd rondreed. De auto wordt haar afgenomen en daarmee ook haar vrijheid.
Ook onze vrijheid wordt daardoor aangetast. De buurvrouw staat op de gekste tijden aan de brievenbus te rammelen. We hebben gewoon een bel, maar dit geluid klinkt dwingender. Of ik boodschappen met haar wil doen. Als ik vertel dat de winkels om 22.00 uur niet meer open zijn, schuifelt ze weg. Niet naar huis, maar om passerende auto’s aan te houden.
Die auto’s stoppen regelmatig. Ze nemen haar mee en brengen haar ook weer thuis. Ook ik deed dat toen ik haar ergens op straat zag staan. Ze wist niet wie ik was. Toen ik zei dat ik tegenover haar woonde, herkende ze me. Of ze speelde het. Toen we voor haar deur stonden, vroeg ze hoeveel ik van haar kreeg. Ik legde uit dat ik geen taxi was.
Op een dag waren al haar katten weg. Ook de buurvrouw zag ik niet meer.
Lonneke van Kerkfort © april 2010 Back to top
In
het fimpje gillen vrouwen van opwinding als ze tijdens een
housewarming een inloopkast te zien krijgen. Zo één als
uit het MTV-programma ‘Cribs’. Daarna klinkt het gejuich
van mannen als blijkt dat er ook een inloopkoelkast vol
bier is. Deze ‘walk-in fridge’-reclame van Heineken heeft
de STER Gouden Loekie 2009 gewonnen.
Als
tegenhanger van de beste tv-commercial reikt TROS Radar
de Loden Loekie uit. Frans Bauer had de twijfelachtige eer
het beeldje in ontvangst te nemen voor zijn rol in het spotje
van De Nederlandse Energiemaatschappij.
Reclames
maken veel los. Maar naast leuke of irritante, ontbreekt
er een variant: smerige commercials.
Schimpie
is ermee begonnen. Met zijn akelige stemmetje vertelt Schimpie
dat hij en zijn vriendjes nare schimmelnagels veroorzaken.
Ter demonstratie klapt het gedrocht een teennagel omhoog.
Een scène die regelrecht uit een horrorfilm afkomstig lijkt.
Het moment om weg te zappen.
De
toon was gezet. Voortaan konden vervelende kwaaltjes vrijuit
op tv worden behandeld. Zoals dat middeltje tegen de rees.
Een man staat in een rij sollicitanten en dan opeens: o
jee, diarree. Gelukkig bestaat daar een smelttablet voor.
Of
je bent een jonge, hippe vrouw die net de deur uitgaat met
de mededeling: “Ik had vanmorgen zo’n last van diarree.”
Later zit ze samen met een vriendin in de bios. Verder niemand
in de zaal.
Het
tegenovergestelde komt ook voor. Volgens de reclame is een
opgeblazen gevoel vooral een vrouwenkwaal. Vrouwen poepen
niet (tenzij voorgaande situatie het geval is). Maar nu
bestaan er yoghurtjes die de stoelgang op natuurlijke wijze
bevorderen. Ze zorgen voor een gezonde darmflorablabla.
Bruine bonen helpen ook.
Ook
maagzuurspecialist Rennie doet mee en heeft de oplossing
tegen flatulentie. Want klachten als gevolg van gasvorming
in het maag-darmkanaal komen vaak ongelegen, aldus de tablettenproducent.
Gelukkig is er Rennie Deflatine. Ter illustratie wordt een
pisgele ballon losgelaten ondersteund door de bijbehorende
pruttelgeluiden.
Ik
wil niet weten waar mensen schimmel hebben en of ze juist
wel of niet naar de wc kunnen. Daarom hoop ik dit jaar op
de uitreiking van de Ranzige Loekie.
Lonneke
van Kerkfort © april
2010
Back to top
Met
gevaar voor eigen leven zit ik naast mijn schoonzus in de
auto. Normaal gesproken is ze een prima coureur. Vandaag
niet. Vandaag is ze hyper.
“Zal ik rijden?” Ze wuift mijn aanbod vluchtig weg. Met
het gaspedaal stevig ingetrapt vervolgt ze haar weg en om
ongelukken te voorkomen, neem ik de bijrijderstaak op me.
Ik roep de opdoemende obstakels door de Clio: “Scherpe bocht
naar links!”. “Auto van rechts”. “Remmen! Het is rood.”
Haast hebben we niet, want we zijn op tijd vertrokken. Toch
begrijp ik de staat waarin mijn schoonzus verkeert: we zijn
op weg naar bruidsmodezaak Sonja in Rotterdam.
We finishen in een zo goed als lege parkeergarage. Terwijl
we naar Sonja lopen, lijkt de rust bij mijn schoonzus te
zijn teruggekeerd. Ook Sonja is nog aan het ontwaken: medewerkers
druppelen binnen en de eerste koffie wordt gezet.
Voor deze dag hebben we alle bruidsmagazines en trouwjurkensites
doorgespit. Als ultieme voorbereiding zijn we zelfs naar
de Love & Marriagebeurs in Ahoy geweest. Ook daar arriveerden
we vroeg en zaten we vooraan bij de modeshow.
De bruidjes toonden al vrolijk dansend hun japonnen. De
mannelijke modellen liepen vol zelfvertrouwen over de catwalk,
waar ze aan het eind, met half dichtgeknepen ogen, de menigte
inkeken. Ze veranderden in guitige jochies toen ze hun apenpakken
mochten showen rijdend op een trendy scooter. Ook de paar
toekomstige bruidegommen in de zaal leken zich even te amuseren.
Wij zagen tijdens de show geen enkele potentiële jurk .
Maar bij Sonja is dit gelukkig anders. Een verkoopster gaat
met mijn schoonzus aan de slag. Met succes, want dé jurk
is besteld. Opgetogen lopen we terug naar de auto. Ik hoop
dat ik als ceremoniemeester de rest van de voorbereidingen
ook overleef.
Lonneke
van Kerkfort © april
2010
Back to top
|