www.columnschap.nl © 2010                    

 

Columns Jos de Klerk

 

De Hoge Veluwe in de regen


Geen fiets vandaag. Ook niet lopen. Gewoon met de auto naar het museum. Dat heb je met die afspraken die lang van te voren worden gemaakt. De regen kletterde over de paden die we hadden willen belopen. Jammer.
Gelukkig is daar midden in het park, wel het mooiste, zonnigste museum. Alles blinkt je tegemoet. De zonnigste Van Goghs knallen het licht uit de lijsten. Ook andere schilders laten zich niet onbetuigd. De zon prikt door gebladerte om te zien hoe de picknick verloopt. Mooie vrouwen openen de manden en spreiden de kleden op het gras. Hier is het zomer. De prachtige zuid Franse luchten en lichten neem je mee naar huis. Verlangend naar de komende zomer.
Buiten lopen de druppels langs de ruiten. De kale bomen bewegen in de wind.
Ik slenter naar de volgende ruimte. Of meer nog naar de stad van mijn vader, waar op het schilderij van Isaac Israels de kolonialen door de mariniers worden afgemarcheerd naar de schepen die ze naar de Oost brengen. De leeuwen liggen dan nog aan de voet van de Leeuwenbrug. Zich van geen bombardement bewust. De zon schijnt op het gezicht van de vrouw die haar zoon gedag zegt, op de mand –of is het een kist- op het hoofd van het jongetje rechts, en op weergaloze wijze weergegeven, op de koperen trommel van de tamboer die het zooitje ongeregeld in het juiste tempo houdt. Eens in de paar jaar moet je voor dat schilderij staan en de donkere regenlucht boven een niet meer bestaand Rotterdam rustig in je opnemen.
Dan Charley Toorop, vierkante stoere koppen; Mondriaan, een prachtig zeegezicht ergens aan de Walcherse noordkust. Van der Lek, Doesburg, de streepjes die toch iets vormen op het doek. De hoge statige portretten van vrouwen die verlangend opzien naar de kijker.
Dan buiten. De bronzen staan in de regen, het steen trotseert de elementen. Sommige werken zijn ingepakt tegen de vorst die nog niets van zich heeft laten horen.
Want het regent.
Afspraken op langere termijn laten zich maar moeilijk in een juiste weersgesteldheid plannen. Als het komende zomer weer zo regent als afgelopen jaar, ben ik op de Hoge Veluwe. In dat zomerse museum.


Jos de Klerk ©,  januari 2012                                                                       Back to top

 

De wereld is een pijp kaneel


De wereld is een voetbalveld. De wereld is gek. Coaches en spelers. Coaches hebben hun leest verlaten en storten zich op iedere beroepsgroep die ze kunnen vinden. Iedereen wil een coach. En ik niet.
Meegaan in de voortdurende strijd om het naakte bestaan heeft mij nog steeds niet over de allerlaatste hobbel gebracht. Ik ben benieuwd hoe lang ik nog kan standhouden. Ik hoop tot de laatste snik. Ik ben namelijk nog nooit gecoacht. En ik coach ook niemand. Allergisch voor humbug en schone schijn. Behalve tijdens mijn imposante sportcarrière. Daar trof ik wel eens iemand die bereid was me echt met raad bij te staan en een blik wierp op mijn marathontrainingstabelletjes.
Het aloude gat in de markt is ondertussen een astronomisch zwart gat geworden. Er is vraag naar alles en alles is te koop.
Status blijkt een belangrijk en goed verkopend artikel. Er zit ook geld in! Nieuw is belangrijk, nieuw biedt status! Hoe nieuwer hoe beter. Dus werpen goedbetaalde coaches zich op, voor mijn bestwil en voor hun portemonnee. Strategische adviseurs, loopbaanbegeleiders groeitherapeuten, communicatieadviseurs, bedrijfsadviseurs, consultants, personal trainers, personal and executive life coach, coaching de coach-coaches, zelfsturingbegeleidingstherapeuten, cursussen persoonlijke effectiviteit en communicatie, persoonlijk leiderschap, en vul zelf maar verder in.
Er zal ondertussen ook wel en sterfcoach zijn. Mijn liefste wens is niet in handen te vallen van een sterfcoach. Ik wil niet bijgestaan worden bij iets dat ik zelf moet doen. Dat is trouwens al lang zo. En niet alleen bij mij. Volgens mij zeiden we dat bijna allemaal al toen we drie waren: ‘Zelf doen!’ Maar naarmate we ouder worden krijgen sommigen het gevoel dat ze de boot missen als er niet extern wordt ingegrepen in hun leven. Jezelf worden, eindelijk een cursus zelfverwerkelijking. Worden wie je bent? Dat is geen letterlijke en figuurlijke onzin, dat is een cursus. Wie waren die mensen dan voordat ze die cursus deden? Hun oma? Napoleon? Einstein? Een vliegtuig? Iets anders? Deze vraag wordt meestal als een impertinente beschouwd. Ze hebben gelijk. Ik moet ook niet vragen naar de nieuwe kleren van de keizer. Iedereen is de keizer. Alleen zijn eigen keizer. Maar de meesten weten dat niet. Dat is het verschil. Status groeit met de coaching die je ondergaat. Zoals je eerst kon melden dat je al jáááren in therapie was, zo kun je nu melden dat je al jaááren een coach hebt. Werd er vroeger opgevoed tot zelfstandigheid nu wordt opgevoed tot coachbaarheid. Dan is er tenminste je hele leven aan je te verdienen.

Ik blijf arm achter. Ik coach niet. Word ook niet gecoacht. Ach, arme ik.
Shakespeare schreef het al: to coach or not to coach that’s the question.
Hoewel, een aantal goede en kritische collega’s voldoet volgens mij ook uitstekend. Want zoals de zelfbenoemde coach der coaches zegt: ‘Je ziet het pas as je het door heb.’


Jos de Klerk ©,  december 2011                                                                       Back to top

 

DE probleem met DE woord HET


Enige tijd geleden las ik in HET krant een berichtje over DE verdwijnen van de woord HET. Veel mensen kunnen tegenwoordig blijkbaar geen onderscheid meer maken tussen DE onzijdige en DE andere zelfstandig naamwoord. Nu was mij al eerder opgevallen dat DE gebruik van die twee woorden HET laatste tijd behoorlijk was veranderd.
DE Nederlandse kind leert, zo lezen wij in DE krant, niet zoals HET oudere mensen deden, een onderscheid maken tussen HET en DE. DE Nederlandse kind heeft een voorliefde voor HET. Dit is wetenschappelijk vastgesteld. DE is me wat.

Nederlandstalig opgevoede kinderen blijken DE zelfde probleem te hebben met HET lidwoorden als HET mensen die Nederlands als tweede taal leren. Beide groepen hebben een voorliefde, of zo u wilt een voorliefHET, ik moet daar wat makkelijker in worden, voor DE woord DE.
Wat moeten we met deze kennis? HET lidwoorden afschaffen? HET voorkeur geven aan een bepaald lidwoord?
HET geschiedenis leert dat ingrepen in HET taal zelden leiden tot een oplossing voor wat dan ook. We scheppen slechts nieuwe problemen. En legio mogelijkheden voor wetenschappers met een hoog stapelgehalte natuurlijk.
Als niet te horen is aan een zelfstandig naamwoord welk lidwoord daaraan vooraf moet gaan, hoe komt DE dan, dat DE verkeerde lidwoordgebruik bij mij werkt alsof iemand met HET nagels over een schoolbord krast. Is er iets verkeerd gegaan in mijn taalopvoeding? Is DE niet meer te leren zoals ik dat heb gedaan? Jawel hoor, dat staat ook in DE stukje, DE is gewoon te leren. Maar goed, HET arme tere kinderziel. Als DE moeilijk is voor DE kind, dan doen we DE toch gewoon niet?

Volgens HET wetenschapper in Mijn Taal heeft ‘HET’ ook nog andere functies. Die zouden wel eens verloren kunnen gaan als DE zo door gaat. Jaja, DE is mooi weer vandaag. De gaat mij goed, dank u, ook als DE regent.

Taalwetenschappers houden zich niet bezig met DE verdwijnen van woorden uit onze taal. En ook niet met HET psychologische gevolgen die dat voor mensen kan hebben.
Verdriet en heimwee naar HET en naar HET gulden. Voor die mensen kan ik zeggen dat er een mooie site is: vergetenwoorden.nl
Daar zal ooit DE mooie, multifunctionele woord ‘HET’ ook terechtkomen.

De ga u goed.
Goehetmiddag


Jos de Klerk ©,  januari 2012                                                                       Back to top

 

Waarom Aristoteles zijn baard afscheert,

of over hoe je de boel in de maling kunt nemen met syllogismen


Syllogismen zijn mooie kleine waarheden. Een algemene bewering en nog een specifieke bewering gevolgd door een logische en onafwendbare conclusie.
Aristoteles mooie voorbeeld luidt:
Socrates is een mens.
Mensen zijn sterfelijk.
Socrates is sterfelijk.
Het kan ook anders. Marcel van Dams beroemde voorbeeld in de Tweede Kamer:
Ik pas in mijn jas.
Mijn jas past in mijn tas.
Ik pas in mijn tas.
Zo stelde hij de redenering van de minister aan de kaak. Iedereen weet meteen dat het niet klopt. Maar waar de schoen nu precies wringt?
Als je in de krant leest over genieën en over de tegenwerking die ze ondervinden, trek dan niet deze conclusie:
Genieën worden tegengewerkt.
Ik word tegengewerkt.
Ik ben een genie.
Bij syllogismen werkt het zo:
Als het goed is voelt iedereen aan dat er geen speld tussen te krijgen is. Als het fout is voel je dat op je klompen aan, maar moet je goed zoeken naar de denkfout.
Fanatieke moslims zijn terrorist.
Mannen met baarden zijn fanatieke moslims.
Mannen met baarden zijn terrorist.
Vrouwen met hoofddoek en mannen met baarden. Jan, Piert, Joris en Korneel doen hier natuurlijk niet mee! Hoewel, ook in dit beroemde zeeroverslied staat toch al duidelijk dat mannen met baarden gevaarlijk zijn. Je mag alleen meedoen met zeeroverij (‘Allen die willen te kaap’ren varen’) als je er uitziet als een gevaarlijke moslim. Dat wisten ze al in de zeventiende eeuw!
Vrouwen met hoofddoek worden onderdrukt, of misschien juister: laten zich onderdrukken, vindt een zich partij noemende club. Waarom is dat juist, of juister? Die vrouwen zijn in ieder geval heel mooi.
In Wilders gedachten wellicht:
Een hoofddoek verbergt de schoonheid
moslimvrouwen dragen hoofddoek.
Gehoofddoekte moslimvrouwen zijn schoonheden.
Dan weet je meteen waarom ze die hoofddoek van Wilders niet mogen dragen. Hij wil meer mooie vrouwen, zichtbaar op straat.
Omdat Aristoteles niet wil doorgaan voor een moslimterrorist laat hij zich natuurlijk de baard afscheren. Hij vertegenwoordigt in de ogen van de verlichtingsfundamentalisten immers een belangrijke verworvenheid van ‘onze‘ westerse waarden en de joods-christelijke traditie. Beide oude religies. De ene religie bestond ten tijde van Aristoteles nog niet de andere begon pas wereldwijde bekendheid te krijgen door de diaspora. En voor ik het vergeet: de islam ontstond ongeveer duizend jaar na de dood van Aristoteles.
De waarheid bestaat en wij kennen die, gelukkig. Iedereen die ‘onze’ waarheid ontkent is ... dus een tegenstander van zijn eigen cultuur, een vijand van het volk iemand die ‘onze’ waarden verkwanselt. Zo bestaat het verlichtingsfundamentalisme uit vele misverstanden die worden uitgedragen in populistische prietpraat.
Met het risico dat ik als een gevaarlijke vijand van Het Volk word gezien, durf ik te stellen dat Aristoteles niets met Wilders’ beweging te maken zou willen hebben. Aristoteles is immers in het geheel geen democraat en hij is niet ‘volks’. Hij wilde ook zeker Het Land niet teruggeven aan de slaven. Hij zou zich wel de baard laten afscheren. Van schaamte.


Jos de Klerk ©,  augustus 2011                                                                       Back to top



Gerechtigheid


De banken zijn geplunderd, de aandelenmarkten leeggeroofd. Miljarden in rook opgegaan. Londen likt de wonden. De grijze streepjeskostuums zitten waar ze zaten. Geen arrestaties, geen politie-invallen, geen ingrijpen van justitie, geen klare taal van de Eerste Minister: keihard straffen. Wereldwijd worden de koopjes die na de overval achterblijven gesleten aan de speculanten. Daarmee wordt het winstmodel verstevigt, de investeerders tevredengesteld en de verdienopties uitgebreid. Na de plundering van de wereldeconomie direct terug naar marktconforme salarissen. De markt waarop zij zelf vraag en aanbod bepalen. De kranten berichten over klein-bier. De kruimeldiefjes, winkelplunderaars, de a-socialen die kinderen hebben die ze niet op voeden, de meelopers, het kleine grut. Opgepakte kinderen blijken ouders te hebben die een paar straten verderop ook plunderen. Veel geleerde dames en heren putten zich in kranten uit in verklaringen. Klassenstrijd, arm-rijk, niet-opgeleid, werkloosheid, rassentegenstellingen, wat is er niet genoemd als verklaring voor de onrust. Geen enkele artikel verklaart afdoende. Geen enkele groep is af te bakenen. Consumptieopstand. Min of meer luxe goederen wisselden zonder betaling van eigenaar. Hoewel, zonder betaling. De verzekeringen zullen wel betalen, en de regering. Zo zorgen deze rellen voor en belangrijkere economische impuls dan de banken deden. Opbouwen van de verwoeste panden, nieuwe winkelinrichtingen, nieuwe bevoorrading… alles zorgt voor economische activiteit. Daar waar bankenjongens geld met miljarden tegelijk wegmoffelden, wordt hier geld verdiend. Deze veroorzakers van de economische opleving zouden dus geen straf moeten krijgen maar een medaille! Iedere regering zou beter onverantwoord schrapende bankiers kunnen vervolgen dan dit klein grut. Blijft het feit dat je beter je slag kunt slaan door de wereldeconomie aan het wankelen te brengen dan door een telefoontje te jatten. Doe je het eerste dan hoor je bij de machthebbers, doe je het tweede dan rekenen diezelfde machthebbers genadeloos met je af. Hun gerechtigheid zal zegevieren.


Jos de Klerk ©,  augustus 2011                                                                       Back to top



Zwarte maandag


Zwarte maandag is al in het leven geroepen voordat het maandag is. Sensatiebeluste media, de hang naar wat zogenaamd belangrijk is, het verleidt menig medium tot het uitsteken van de nek. Die nek verdient het om netjes te worden afgehakt. Maar ja, dat moeten dan de zelfde journalisten doen die hem hadden uitgestoken. Van een vakbekwaam afhakken komt dus niets. De NOS kondigt een hele maandag vol extra uitzendingen aan. Het valt zo tegen. Niets stort in, geen spoor van wanhoop, van mensen die beroofd van hun speculatieve kapitaal uit het raam springen. De wereld blijft gewoon bestaan. Dat geeft de dag erna weer zogenaamd nieuws: DE WERELD NIET VERGAAN. En natuurlijk vette koppen over hoeveel speculatief kapitaal er is verdwenen. Verdwenen geld dus, dat er nooit echt was. De media hebben de neiging om nieuws te maken in plaats van het alleen te verslaan en of te becommentariëren of te duiden. Ik ben niet zo mediagericht. Als nauwgezet krantenlezer volg ik een beetje het nieuws op de radio en met enige regelmaat kijk ik naar het journaal op tv. Voor meer heb ik en neem ik geen tijd. De overdrijving in het nieuwsaanbod is enorm. In het journaal wordt wel gewag gemaakt van dat extra aanbod. Kanaal 24, of hoe het ook heet en de site van de NOS. Daar is dan in uitgebreide vorm te zien wat je net al zag. Geen idee waar dat te vinden is en wat ik er mee moet. Ik zag immers net al het journaal. Wie hebben daar tijd voor? vraag ik me dan af. Als de wereld echt vergaat, helpt daar geen geplande extra uitzending meer bij. In dat geval houden zelfs de media hun kop. Je zou daar onder zoveel mediageweld bijna naar verlangen.


Jos de Klerk ©,  augustus 2011                                                                       Back to top




Fietsen (2)


Een jaar later is de moed mij enigszins in de schoenen gezonken. Weer mobiel en sterk (tenminste als ik op een fiets zit) vol goede moed en klaar voor een korte en krachtige fietstocht. Hoewel mijn lichaam weer een beetje voldoet aan de eisen die ik eraan stel, gaat de geplande tocht niet door. Als ik naar buiten kijk wuift het riet diep buigend over het water. De wind jaagt er in schuimkoppen overheen. Het verkeer over de dijk beweegt zich moeizaam in de felle windvlagen. De spaarzame vrachtwagen die hier rijdt beweegt heftig in de wind. Af en toe wordt mijn blik naar buiten getrokken. Meestal door een plotselinge heftige stortbui die een vreemd licht veroorzaakt. Alles buiten krijgt een witte gloed. Je kunt niet goed zien. De dichtheid van de regen veroorzaakt een gordijn van water. Een kwartier later is de straat weer droog. De keiharde wind en een af en toe korte felle zonneschijn jagen het water van de natte oppervlakte. De hondenuitlaters zijn gewapend met een nutteloze paraplu. Zo'n zomer is het. Het weer voor de komende dagen dreigt hetzelfde te worden. Herfstachtig, nat en winderig. Ik wil het mijn rug niet aandoen. Nat en koud, ver weg van een goed bed, ver weg van een redelijke verbinding naar huis, gevaar te vallen door de natte wegen. Het wordt onverantwoord om een stukje te fietsen. Niets verloren. Volgend jaar nog eens proberen. Misschien sterker, rustiger, misschien dan wel zonder medicijnen en toch zonder pijn, in beter weer. Warm en droog zoals het vaak was in een zomer. Voor alles is de overheersende gedachte dat ik de afgelopen herfst niet durfde te denken aan bewegen. Laat staan aan fietstochten met grote afstanden. Ik kijk naar buiten en tel mijn zegeningen.


Jos de Klerk ©,  augustus 2011                                                                       Back to top




Frankrijk 2011


De prettige dingen van de vakantie laten zich raden. Rust, het wegvallen van de druk om van alles te moeten. En als bonus een prettige omgeving, zon, warmte en een zwembad. Het blijkt allemaal net iets anders te zijn. Normaal kamperen we. Dit jaar niet. Een oude boerderij staat op ons te wachten. En wat meer is: binnen is het droog. In tegenstelling tot buiten. Daar slaan de regens op de daken en de witgeplaveide terrassen. Het ritme wordt bepaald door zwiepende boomtoppen. De regen blaast bellen in het zwembad. De temperatuur komt zelden boven de 17 of 18 graden. Er is een tv, zodat ik voor het eerst in twintig jaar de Tour de France tot het einde kan zien. De wijn is goed, de meeste boeken ook. De wijn smaakt prima met de kazen van de streek. Het bed is goed en de ramen laten genoeg licht door om af en toe te kunnen zien dat het niet droog is. Gelukkig zijn we in de fase dat we niet de hele dag met elkaar hoeven te praten om het prettig te hebben. Het is eigenlijk een prima vakantie. Geen zwembadweer, wel veel water. Samen zijn blijkt genoeg. Daar kan geen warme zomer tegen op. Als we de auto starten voor de terugreis komt de zon achter de wolken vandaan. Gelukkig regent het bij thuiskomst.


Jos de Klerk ©,  augustus 2011                                                                       Back to top




Aanhoudende regen


Zou het vandaag lukken? Door de vaak tegenstrijdige berichten is het maar afwachten hoe het uitpakt. Daarom is het zaak vroeg op te staan en te kijken hoe het zich ontwikkelt. Gespannen sta ik op. Beneden doe ik de gordijnen open. Het theewater kookt. De krant valt in de bus. In het oosten begint de lucht te kleuren. Een zwakke baan licht kruipt uit de horizon en trekt een spoor door de lucht. Daarmee wordt een steeds groter en grijzer verlicht deel van de lucht zichtbaar. De thee en de krant blijken ook vandaag weer goede vrienden. De weersvooruitzichten van gisteren vallen niet helemaal samen met de verse realiteit. De buurt ligt er somber en nat bij. Je ruikt het vocht. 'Gelukkig heb ik geen hond', denk ik als die arme sloebers al zo vroeg voorbij zie schuiven met hun beesten. Als hier de zon schijnt is het een prachtige plek. Het water weerkaatst de strakblauwe hemel, de bomen hangen loom over het water of dragen met trots hun frisgroene bladeren. Grote groene parkieten zwermen schreeuwend over. De specht beklopt vlakbij een dikke boom. De warmte van de ochtend trekt dan zo aangenaam in je lijf. De krant ligt buiten op de tafel een beetje te ritselen terwijl ik de thee in schenk. Na al die dagen regen en bittere koude wind wil het zonnetje me nog niet toelachen. Hoe langer hoe meer wordt zichtbaar dat de jagende regenwolken ook vandaag de hemel zullen bedekken. Minstens de eerste uren. Hoeveel grijs en grauw kan een mens verdragen? Niet meer kijken! Gordijnen weer dicht. Geen streepje grijs valt nog naar binnen. Dan met thee en kopjes naar boven. De thee dampt in het kopje. Ik hoor de regen op het dak. Lekker tegen haar aan. Goed weerbericht: dit wordt een lange warme dag.


Jos de Klerk ©,  augustus 2011                                                                       Back to top



Fietsen


Wij kregen allemaal een fiets voor onze tiende verjaardag. Ik kreeg een blauwe fiets met dikke banden. Die fiets kreeg mij. Samen trokken we er op uit. Soms zomaar op een zonnige woensdagmiddag. Mijn moeder dacht dat ik een beetje in de buurt speelde. Ze heeft volgens mij nooit geweten wat ik echt deed. Gelukkig maar. De schoolreisjes speelden zich altijd af in Brabant. We gingen dan met de bus van Rotterdam naar de Moerdijkbrug. Vaak eindigde de tocht bij Bosbad Hoeve. Niemand was een auto gewend. Veel kinderen waren al ziek bij de gedachte aan een busreis. Daarom werden we halverwege uitgeladen bij de enorme bunkercomplexen aan de noordzijde van de brug. We mochten dan over de brug naar Brabant lopen. Halverwege bij de enorme stalen engel was de grens. Onbekommerd vonden we met een voet in Holland en met een voet in Brabant staan, ongeveer het spannendste wat we konden doen tijdens zo'n busreis. Volgens mijn berekeningen was het wel te doen op de fiets. Heen en terug op een woensdagmiddag, zonder dat iemand het wist. Een mooie manier om een fietscarrière te starten. Via de weggetjes die ik niet kende reed ik als tien- of misschien wel als elfjarige naar het Hollands Diep. Ik weet nog dat het heel erg spannend was. De weg vinden helemaal daar naar toe, tot de engel! En dan weer terug. Dat leek helemaal niet op dezelfde weg. Geen plakspullen bij me, geen kaart, geen geld. Je moet er nu niet aan denken. Alles paste die dag. Ook de tijd. Toen ik weer rond huis lummelde vroeg mijn moeder: 'Jou heb ik een tijd niet gezien. Waar ben je geweest?' 'Oh, antwoordde ik zo nonchalant mogelijk, ' ik ben naar de Moerdijkbrug gefietst.' Mijn moeder lachte. 'De Moerdijkbrug? Ja, ja.' Ik zal nooit weten of ze me geloofde.

Jos de Klerk  ©, maart 2011                                                                      Back to top

 

 

 

 

Taal, een venster

 

Er zijn op de radio mooie programma's om mijn theorie te toetsen. Een slordige manier van praten leidt erg af van de inhoud. Luister eens naar die programma's rond het nieuws, zo rond zeven uur, of 's avonds rond half zes. Tussen de middag niet naar radio 1 luisteren hoor! Dan verdrink je in nieuwsquizjes en nieuwsspelletjes, te onzinnig om los te lopen. Ook een indicatie voor hoe nonchalant en dommig de journalistiek te werk gaat. Infotainmant vóór alles. En vooral in kleine brokjes, geen eisen stellen aan een luisteraar, dan is hij weg. Ik kan er niet naar luisteren. Maar dat is weer een ander onderwerp. Als je het in boeken tegenkomt is het voor mij een kwestie van onwetendheid. Niet alleen van een schrijver maar ook van een redacteur. ('over de clinch jagen'; bij Bas Haring in Het aquarium van Walter Huijsmans, blz 57, in plaats van 'over de kling jagen'.) Storend. Ook bij mensen dus, van wie je een andere indruk hebt van hun eruditie, schrijfopvatting, deskundigheid. Een mooi radiovoorbeeld is TROS Nieuwsshow op zaterdagochtend. Altijd een lijstje met fijne uitdrukkingen. Ik noem er een paar: 'ergens belangstelling voor aan de weg leggen'; 'dat staat in mijn netvlies gegriefd'; 'een beetje cultuurhistorische kennis is ook niet kwaad'; 'dan vallen alle puzzelstukjes op elkaar'; 'er is niets nieuws onder de horizon'; 'een slik of de tong' (slick of the tongue?); 'het hangt en staat bij…'; 'kijken hoe de vlag er voor hangt'. En dan hebben we het nog niet over de politici die zich alles lijken te kunnen veroorloven op taalgebied. Het vreemde is ook dat het een sport lijkt om zo snel mogelijk die onzin over te nemen. Iedereen probeert op een 'grote leider' te lijken. Het 'dat zullen we met elkaar delen' van Balkenende, getver! Hij bedoelde gewoon 'daar moeten we het eens over hebben'. Op iedere straathoek wordt tegenwoordig 'gedeeld'. Ik denk dat als je een uitdrukking niet kent en die toch gebruikt, of als je je op zo'n onbeholpen manier uitdrukt, wat heb je dan te vertellen over het onderwerp waarover je spreekt? Het leidt af van de inhoud. Het maakt de indruk dat de spreker inhoudelijk wel even slordig zal zijn als in het zich uitdrukken. Als je denkt dat je uitdrukkingen beheerst, je gebruikt ze immers, en je blijkt die niet te beheersen, hoe is het dan met de rest? Wat stelt je inhoud dan nog voor? Als ik tenminste door alle flauwekuluitdrukkingen die inhoud nog hoor. Als iemand zegt 'de temperatuur handhaaft zich op hoog niveau', vraag ik me af of het bij ons op de grond nu warmer of kouder wordt. Soms word ik we moe van mezelf. Waarom hoor ik het allemaal? Waarom stoort het me? Waarom trek ik me het aan? Geen idee! Is er te weinig aandacht voor een standaard, voor een norm? Ik ben een zeikerd? Komt het doordat ik een hekel heb aan desinteresse, onwetendheid, slordigheid en domheid? Stoor ik me aan het gebrek aan goed onderwijs in taalkundige verschijnselen als vaste uitdrukkingen, werkwoorden met een vast voorzetsel? Het is een ramp! Alles kan, want alles mag. Niets is te dom, niets om je voor te schamen. Iets niet weten en daarmee te koop lopen lijkt een aanbeveling. Veel mensen deinzen er niet voor terug zonder gêne de meest onsamenhangende onzin te berde brengen. Ik ook niet.

Jos de KLerk  ©, maart 2011                                                                      Back to top

 

 

 

 

Plakband

 

Geheimen uit lang vervlogen tijden blijken nu een goudmijn voor de media. Iedereen die in zijn jeugd te maken had met katholieke instituten moet wel iets hebben meegemaakt. Dat gaat helaas, of gelukkig, niet voor iedereen op. Ik was leerling op een lagere school waar onderwijs werd verzorgd door katholieke geestelijken. Nu de laatste jaren herinneringen aan die tijd met regelmaat worden opgehaald, ben ik me gaan afvragen wat ik me zelf herinner. Er zijn natuurlijk wel dingen voorgevallen. Ze sloegen Hard en veel. Met linialen, stokken en met de blote hand. Niet iedereen. Alleen een doorgeslagen sadistische enkeling. Geen sappige details die tot rechtsvervolging van onderwijspersoneel kunnen leiden. Ik heb pas een geheim als anderen weten dat ik iets weet dat zij niet weten. Mijn geheim is dat ik geen geheim heb. Tenminste niet op het gebied van de katholieke instituten. Ik wil geen therapietje om me dingen te herinneren die niet hebben plaatsgevonden. Geen gedoe om een vergoeding van € 5000,- Niemand weet nu méér over mijn geheimen dan even geleden. Ik zwijg. Daarover is nu geloof ik een televisieprogramma. Iemand geheimen ontfutselen. Ik doe niet mee. Blijft de vraag of ik wel een geheim heb.

Jos de KLerk  ©, maart 2011                                                                      Back to top

 

 

 

 

Plakband

 

Behulpzaam willen zijn heeft ook een keerzijde. Ze trekt een plakbandje van de rol op de houder. Ze duwt het plakband naar een kant en lijkt het er af te willen trekken of te duwen zonder de tandjes te gebruiken. 'Rotding!' 'Als je duwt werkt het niet. Gewoon naar beneden trekken.' Ze trekt enkele plakbandjes van de rol met wisselend resultaat. Ze trekt, duwt of wil scheuren. Geïrriteerd wordt de plakbandhouder mishandeld. Hier wordt iemand een beetje boos. 'Gewoon naar beneden trekken,'zeg ik nog een keer. 'Ga je nou ruzie maken om een plakbandje?' Ruzie? Ik? Ik verdiep me zwijgend in de krant. Mijn mond houden is nog steeds moeilijker dan een helpende hand toesteken.

Jos de KLerk  ©, december 2010                                                                      Back to top

 

 

 

 

Tegen de onthechting?

 

Ze vindt me onthecht. Het werkt als een linkse directe, een uppercut. Ik ga neer in verwarring, maar niet knock out. Net niet. Wat bedoelt ze? Deze zaterdag ga ik doorbrengen met maar 4 pillen. Een dieptepunt in het normale gebruik. Gewoontegetrouw vallen aan het eind van de middag mijn ogen dicht. Ik moet iets anders doen dan lezen. Ik besluit me aan te passen aan haar wens. Ik ga hechten! Geen verzet meer. Ik laat mijnogen dichtvallen. Twee uur later doe ik ze weer open. Ben ik nu beter af dan wanneer ik niet had geslapen? Had ik dat al die maanden moeten doen? Gewoon er bij gaan liggen en toegeven aan slaap? En vannacht dan? Ik ben steeds bang dat de pillen mijn slaap binnenkomen. Dat deden ze geregeld. Mij vanaf vier uur uit de slaap houden. Dat had ook weer voordelen. Ik keek eindeloos naar haar. Hoorde haar ademhaling. Zag haar wakker worden en haar ogen open slaan, want dat gebeurt pas later. Ik lig en kijk de duisternis in. Kan het me schelen.? Ja, het kan me schelen! Volgende zomer op de fiets, de wind voelen en de warmte. Buiten is het ondertussen aardedonker. Binnen ook. Ik pieker wat na en sla het woordenboek open. Wat betekent dat nu precies? Zo beland ik plotseling in het boeddhisme. De dharma, de werkelijke diepere betekenis die leidt tot de echte bevrijding. O, dit is wel heftig! Ik maak me los van de aarde. Instant Karma van John Lennon zingt en stampt mijn hoofd binnen. (En de jukebox in Oudewater waar dat nummer inzat.) Mijn ascetische inborst leidt mij naar loutering. Naar wat ik wilde: deze gedwongen time-out gebruiken om een tijdje na te denken. Niet dat wat ik denk invloed heeft op de werkelijkheid. Maar wel om deze tijd te wegen tegen al die andere tijden volgestopt met werk en activiteiten. Het is niet zo dat ik nu niet meer eet, dat ik mijn boeken aan het verbranden ben, erger nog , mijn schepen, of dat ik me voorbereid om de aarde te verlaten. Integendeel. Houd je vast: Ik kom er weer aan!

Jos de KLerk  ©, december 2010                                                                       Back to top

 

 

 

 

Albert

 

Het is een jonge jongen. Vaak zwart of mediterraan. Hij sjouwt inderdaad je boodschappen tot in de keuken. Enorme opluchting Albert te ontdekken als je te ziek bent om zelf boodschappen te doen, of gewoon bent uitgeschakeld. Albert neemt cadeautjes voor je mee en doet veel om het je naar de zin te maken. Als in een Cees Buddinghgedicht laat je de dingen gebeuren en constateert alleen wat je overkomt. Het deksel van de Heinz sandwichspread en het dekseltje van het marmitepotje… In dit geval gaat het over een erfenis. Albert heeft namelijk een erfenis. Als je uiteindelijk weer beter bent en zelf weer gaat op stap gaat voor de boodschappen, blijft er gewoon een stapel opvouwbare Albert kratten staan. Een klein sommetje levert op dat er toch vele duizenden kratten moeten zijn uitgezet in Nederland. Kratten die nooit meer worden opgehaald. Alleen als Albert weer mag komen neemt hij de vorige kratten weer mee. In studentenhuizen zie ik de boekenkasten geheel opgetrokken uit Albertkratjes. Hele archieven opgetast in lichtbruine kratten, wanden vol. Nergens zo goedkoop als bij Albert. Je moet er wel heel veel voor eten.

Jos de KLerk  ©, december 2010                                                                     Back to top

 

 

 

 

Bloem

 

Iedere week zorgt ze voor een verse bos bloemen. Een nieuw uitzicht, nieuwe belofte, een teken van betrokkenheid, liefde. Ik lig en bewonder de kleuren, de vormen, het veranderen van de bloemen. Hoe langer ik kijk, hoe meer ik haar bewonder. Een woord als ‘schoonheid’ dringt zich op. Ze kopieert zichzelf in die bloemen. Fris, met een zweem van speelse vrolijkheid staat de vaas geurend aan mijn voeten. Ze is een engel in vermomming. Buiten mijn blikveld spelen de dagelijkse dingen zich af. Ze praat over beter, over weer gewoon, over samen. Ze is er! Ik vind geen vorm voor dankbaarheid. Als het andersom was zou ik hetzelfde doen, weet ik. Die gedachte alleen doet haar daden geen recht. Dat ik hier min of meer nutteloos lig maakt het moeilijk. Liefde is onvoorwaardelijk. Liefde lijkt nu ook: accepteren dat een ander liefde toont zonder dat daar meteen iets tegenover gesteld kan worden. Stil schuift ze door het huis. Zonder lantaarn. Want zij is het licht en de schaduw die over me heen valt om het bed recht te trekken, de koffie aan te reiken. De gestalte van liefde, de bloem die ze me te zien geeft.

Jos de KLerk  ©, oktober 2010                                                                            Back to top

 

 

 

De pijnpoli

 

Ziekenhuis. Wachten op een behandeling. Toch nog maar even plassen. Dan het uitkleden, operatiejasje aan, comfortabel gaan liggen. Iedereen stelt zich voor. Bekende en onbekende gezichten. Gezellig gekeuvel. Het is koud. Ik krijg een deken over mijn benen. Dan begint het. Je voelt nu dat ze aan je werken. Iedere handeling wordt gemeld. We doen nu dit, u gaat dat voelen. Onder het werk wordt over het werk gesproken. Vragen worden snel beantwoord. Geen toevalligheden. Verdoven, hele korte felle pijn. Dan wordt er via de monitor gezocht naar de juiste wervels, de juiste zenuwen.

‘L5, daar moeten we zijn.’

In een keer er bovenop. Goed zo. Wat gerommel, gepraat.

‘Ik leg nu de kabeltjes even over uw rug. Dan weet u wat er ligt’

Dan krijg ik weer te horen wat er gebeurt. De zenuwwortel behandelen met stroompjes.

‘U voelt korte tintelingen. Als u dat niet meer voelt moet u het direct zeggen.’

’Vier minuten, vier milliseconden per seconde, 45 volt. Dat moet helpen.’

De verpleegkundige die bij mijn hoofd zit houdt me inde gaten. Ze telt af. Stelt me gerust.

‘We spuiten het nog even vol dan gaat de naald eruit.’

‘Nog even stil blijven liggen.’

‘Je voelt je rug en je been even heel zwaar worden. Dat gaat zo over.’

De uitslaapkamer. Het plafond, de platen, de luchtbehandelingselementen die er uit steken, de verlichting (lampen en buizen), ondefinieerbare ophangbeugels, de monitoren die zachtjes zoemen. Alles hangt daar ter observatie. Ik kijk dus en probeer het in me op te nemen.

‘Heeft u pijn?’

‘Nee, helemaal niet!’

‘Mooi, dat horen we graag.’

Alle monitoren hangen duidelijk zichtbaar. Behalve die van mij. Rode en groene lampjes knipperen, getallen lichten op en verdwijnen weer. Alles straalt een onontkoombare rust uit. Ik lig. De tijd voltrekt zich aan me.

‘Kopje thee meneer?’

‘Ja, lekker.’

De band van de bloeddrukmeter zoemt iedere tien minuten, zwelt op en knelt zich daarna om mijn arm. Meet de druk en registreert.

‘Iets anders drinken misschien?’

Bloeddruk is goed.

Ik wil kijken of ik kan staan. Hoe het voelt. Daar wordt ook steeds naar gevraagd.

De anesthesist komt vragen hoe het is. We praten over medicijnen.

Aankleden, naar huis. Naar buiten gaan voelt hier toch altijd beter dan naar binnen gaan.

Jos de KLerk  ©, oktober 2010                                                                            Back to top

 

 

 

De stille dame

 

Ik praat niet met haar. Ik ben niet gek! Ze kijkt ook niet naar me. Ik zie haar rug. Haar blonde staart –samengebonden in iets roods- hangt over haar blote schouder. Ze lijkt in de verte te staren, het bovenlijf gedraaid, zodat haar blote rug naar mij gekeerd is. De schouders vangen licht. Ze zit. Een arm staat op een niet zichtbare ondergrond achter haar been. Haar gezicht is niet te zien. 

Ze is niet dik. Haar ribben zijn zichtbaar, evenals haar dunne buik. Daaronder een vermoeden van schaamhaar. Door het rood waarin ze verkeert ziet ze er zonnig uit. Grove strepen en streken maken een bil zichtbaar.

Nee, ik praat niet met haar. Toch hebben we op een of andere manier contact. Ik kijk en zij laat zich bekijken.

Ze bestaat uit houtskool, krijt en verf. En toch doet ze me iets. Ze leeft, ze verwarmt, ze vergroot de kamer, vergroot mijn wereld door haar aanwezigheid. Het vergeelde papier in een goudkleurige lijst maakt alles oud. Alleen zij niet. Zij blijft mooi en jong. Ze is muziek en leven, ze bruist. Ze is toekomst. Verwachting, dat alles beter wordt. Ik ben een beetje gek. Daarom mag ze blijven hangen. Ze houdt de wacht, mijn beschermengel.

Jos de KLerk  ©, oktober 2010                                                                            Back to top

 

 

 

Droomgraaf

 

Stel, je zou en verhaal maken dat ging over iemand die heel veel op jezelf lijkt.  Je bent het natuurlijk niet. Je zou het alleen maar willen zijn. Op die manier kun je je eigen leven verleuken. Dat is nodig, na twee maanden gekluisterd te zijn. Van stilte naar het leven. Ja! Andere mensen om je heen.Het leven als één groot feest. Bruisende geesten, mooie vrouwen en nooit gebrek aan wat dan ook. Dan tel je de weken af die je al ligt. Je overweegt, omdat je de tel kwijtraakt, met een potlood, het moet altijd een stompje potlood zijn, of een stukje krijt, de dagen op de muur boven je bed te krassen. Een soort Graaf van Monte Christo-achtige kerker maar dan lichter en je kunt ook gewoon naar de keuken waggelen om koffie te maken. De spinnenwebben denk je er gewoon bij en er eten ook geen ratten mee van de stukken afvalbrood die naar binnen worden geworpen.

Ver weg gloort altijd een beetje licht. Vage gravures van een of andere beroemde kunstenaar laten dat altijd zo mooi zien.

Je eigen ontbijt vindt plaats in het schemerdonker. Dat is omdat je de medicijnen op tijd moet nemen. Een beetje lullig om steeds met pijn wakker te worden. Een mooie vrouw ontbijt met je. Na de pillenberg te hebben genuttigd probeer je te ontspannen. Zonder vrouw. Uiteindelijk keer je terug naar de werkelijkheid. Als je heel intensief droomt heeft de realiteit z’n glans verloren. Je wordt wakker met een teleurstelling. Met het stompje potlood waar soms de ratten mee aan te spelen zijn, zet je weer een streepje op de muur. De  autoriteiten die hierover gaan, lijken niet te vermurwen. Is dit te Kafka?  Is er niet een commissie die de straffen van de ongestraften herziet? Zo, dat ik net als in die echte gerechtelijke dwalingen kan worden vrijgesproken en weer mag gaan en staan waar ik wil?  Met natuurlijk een vette financiële vergoeding. Nee, helaas, weer een streepje op de muur.

De afstand tussen werkelijkheid en medicijnendroom neemt toe. Niet een dag onderscheidt zich van de andere. Verzet is lijdzaam en zonder merkbaar gevolg. Ook het alternatieve verzet is nog niet merkbaar.

Ondertussen kruipt de tijd verder. Dringt. Ik onderga de tijd. Mijn vrouw vraagt hoe die krassen toch op de muur komen. Ik heb geen antwoord.

Is er een dokter in de zaal?

Jos de KLerk  ©, oktober 2010                                                                            Back to top

 

 

 

De mooiste dag van mijn leven

 

Wat een feest! De mooiste dag ooit…Nu hoef  ik die datum nooit meer te onthouden. Het is een deel van mij geworden.  Is het de spanning vooraf of juist de verrassing naderhand, waardoor een gebeurtenis een eeuwige glans krijgt? Sommige dingen blijven rondspoken in je hoofd. Als dingen die historisch hadden kunnen worden. Maar zoals mijn goede vader zei: ‘Als hadden komt, is hebben te laat!’

Ach, voor de wedstrijd ben ik zelf de held die rustig en afstandelijk zal gaan bekijken hoe het afloopt. Dan ben ik nog de winnaar. Tijdens de wedstrijd speel ik bijna mee. Mijn benen bewegen met de cadans van de schoten en ik blokkeer beter dan de beste verdediger. Van bovenaf bekijk ik mijn willekeurige bewegingen. Mijn afstandelijk kijkende geest is vervreemd van mijn eigen lichaam.

We kijken weer samen met broers, zussen, neven en nichten. Alsof de oude tijde weerom keren. En na afloop kunnen we het beste zelf napraten.

 

Die dag in juli  kon  de mooiste dag worden. Mooier dan… al die andere dagen die de mooiste zijn? Helaas weet ik al niet eens meer of het 10 of 11 juli was. Wel weet ik waar ik was en met wie ik keek. Had Robben maar … en was de teen van Van der Vaart maar een centimeter langer geweest … en had de scheids geen rode kaart gegeven aan Heitinga, maar  aan die Iniësta die Robben zo opzichtig schopte, dan was het de mooiste dag van mijn leven geweest. Een dag die mijn vader en geen enkele liefhebber voor ons ooit heeft meegemaakt. Dan had zelfs ik een shirt gekocht met een ster! Toch trots om er op een bepaalde manier deel van uit te maken. Ook wel een beetje genoeg van de focus en het focussen, van omschakeling, magneetarmbandjes , de jabulani (dat betekent geloof ik: zwabberbal), en oh god de vuvuzela… gezever en gezanik, vallende voetballers. Alles altijd voetbal is te veel

Eindelijk sport weer gewoon terug op de sportpagina!

 

Wat telt (achteraf), is dat een finale verliezen eigenlijk niets uitmaakt. De constatering dat het gewoon een spelletje is en dat je kunt verliezen, klinkt misschien te nuchter, het is wel waar. Als je verliest was het gewoon leuk. De spanning en het saamhorigheidsgevoel dat ondanks alles ontstaat is voor herhaling vatbaar.

Op naar het volgende toernooi!

Jos de KLerk  ©, oktober 2010                                                                           Back to top

 

 

 

Samen voor je eigen

 

De puinhopen van rechts liggen al klaar achter de horizon. Wij gaan vrolijk op weg naar ‘nieuw’ en ‘alles anders’ en ‘hervormingen’.

De VVD als winnaar van deze verkiezingen, dat is vreemd. Midden in deze crisis is het raar dat de partij die bij uitstek geldt en gold als propagandist van het gedachtegoed dat de crisis heeft veroorzaakt, de verkiezingen wint. Hebzucht, aangewakkerd door marktwerking of marktwerking aangewakkerd door hebzucht.

Economisch liberalen... er is voor een soort mensen geen verschil tussen illegaal en illegitiem. In de VS vullen de gevangenissen zich heel langzaam met het geteisem dat ten koste van letterlijk alles zichzelf wilde verrijken. Het idee dat criminaliteit gepleegd kan worden (en wordt) door mensen uit hun eigen klasse is in liberale kringen –waar ook rechters zich bevinden-  nu juist niet zo goed ontwikkeld. Evenmin is het morele gehalte van die lui na hun kleuterjaren nog gegroeid. Ze verkopen de duvel en hun ouwe moer voor en paar centen. Ik ben benieuwd wat we na de openbare nutsbedrijven (water, elektriciteit, post, telefoon, zorg, kinderopvang etc) nog gaan verkopen. Scholen, universiteiten, bibliotheken, snelwegen, parkeerplaatsen, parken. Hek er om en een zo hoog mogelijke en dividend uitkeren. De hemel op aarde. Alleen blijkt er dan na een poosje niets meer te bestaan. We gaan het weer horen. Wie niet werkt hoeft ook niet te eten, maar mag wel bijdragen aan de hypotheekrenteaftrek voor anderen. Heel lang geleden had ik een poster in mijn kamer hangen. Daarop stond een afschrikwekkend portret van Hans Wiegel in schemerachtig groen. Daaronder stond de tekst: ‘Gehakt is goed genoeg voor jullie!’. (Ik zal mijn plaats niet vergeten.)

Dat nu juist die partij de verkiezingen wint is opmerkelijk.

Eigenlijk ook weer niet. Ruim twee derde van de HBO-opgeleiden blijkt te denken dat er ministers in de Tweede Kamer zitten. Vreemd? Voor mensen die wérkzaam zijn in het HBO kan de vraag ‘Hoeveel leden heeft de Tweede Kamer?’ al erg moeilijk zijn. ‘Moet je dat weten dan?’ Dat soort dingen moeten zijn als eten en drinken. Je vergeet als je oversteekt toch ook niet dat verkeer van links komt? Hoewel, ik ken ook mensen van middelbare leeftijd die beweren het verschil tussen linker- en rechterkant niet te kunnen onthouden.

Veel mensen stemmen waarschijnlijk op een gezicht dat hun rancune, boosheid en verontwaardiging kan dragen. Je hoort steeds weer hetzelfde gezeur: de kiezer heeft altijd gelijk’. Gelul! In 1933 werd Adolf H gekozen. Hadden die kiezers gelijk? In 2002 met de LPF? Hadden de kiezers gelijk die toen zorgden dat dat zooitje ongeregeld in de Kamer en in de regering belandde? Hadden daar veel mensen over nagedacht?

Na alle verklaringen in de kranten over het hiërarchische denken en het gebrek aan autoriteit waar (voormalig) katholieken last van schijnen te hebben, doen we de PVV heel Limburg cadeau. Dan kan Geert W daar vast oefenen met ‘het land teruggeven aan de burgers’. Lachen! Kijken wat er dan gebeurt. Laat hij daar nog veel meer  verkiezingsbeloften breken. Ondertussen houden wij gewoon vol tot de volgende verkiezingen.

Concentreer je als je hem hoort spreken: steeds bedenken dat 84,5% van de kiezers NIET op hem heeft gestemd.

En het gemurmel op de achtergrond dat zijn ex-CDA-stemmers:

O Heer, dat wij de liberalen mogen overleven, verhoor ons Heer.

 

Jos de KLerk  ©, juni 2010                                                                                 Back to top

 

 

 

Oost west thuis best

 

Ook weer eens toe aan een fijne rustige maandag? Zo een waarop je niet in de file staat? Let op, hier volgt een goed advies.

Iedere tweede kerst- paas- of pinksterdag staan de wegen vol met mensen die zo nodig iets moeten. Meestal naar een pretpark of een woonboulevard. Als je weggaat, is het dus je eigen schuld dat je overal in de file staat. Dat vinden mensen namelijk fijn, overal in de rij staan. De file, de parkeerplaatsen, de attracties of de lift, of gewoon een winkel in of uit. Er zijn mensen die daarop kicken. Kunnen ze zich lekker kwaad maken en op de radio roepen dat dat alleen in Nederland zo gaat. En maar klagen. Alsof files alleen in Nederland voorkomen. Ja, elders blijven mensen misschien gewoon thuis. Of doen ze dingen waarbij ze wat minder kilometers afleggen. Maar hier wil men in ieder geval niet thuis blijven. Moet je je altijd ergens laten zien? Ergens naar toe? Geen rust in je kont? Alsmaar sjouwen van hot naar her? Waar is het goed voor?

Niets doen… heerlijk. Gewoon lekker opstaan, beetje krant lezen. Een goed boek is ook een aanrader. Als je samen bent: samen iets doen. Maak een ommetje, loop eens door je eigen buurt in plaats van er alleen maar met de auto door heen te raggen. Zeg iedereen die je tegenkomt vriendelijk gedag. Het maakt niet uit of het regent. Straks ben je weer thuis trek je iets droogs en warms aan. Niets aan de hand. Of pak de fiets, rijd een blokje om stap ergens af om van het uitzicht te genieten, laat de wind over je gezicht strijken.

Je kunt daarna weer gewoon thuiskomen. De plek waar je wilt zijn en waar je je prettig voelt.

Kijk elkaar diep in de ogen. Daar voor hoef je niet eens naar buiten. Gewoon thuis een beetje aanrommelen verdient ook aanbeveling. Desnoods af en toe een spelletje. Of niets… dat mag ook. Voel je al hoe heerlijk dat is?

Thuis blijven: het kost niets. Ook al een voordeel. Geen brandstof, geen parkeergeld, geen overbodige meubelen. Heerlijk! Allemaal voordelen door iets niet te doen. Voor de thuisblijvers is het makkelijk praten.

Na het Pinksterweekend denk ik weer: een ezel stoot zich in ’t gemeen geen tweemaal aan de zelfde steen. Nederlanders wel. Ik hoef niet weg…

Jos de KLerk  ©, april 2010                                                                                 Back to top

 

 

 

Svenergie

 

Rotterdam

Van onze correspondent 

Jos de Klerk

Bijna zeven miljoen kijkers waren rechtstreeks getuige van de blunder van de Nederlandse schaatscoach waardoor Sven Kramer geen tweede gouden Olympische medaille won. Enig speurwerk levert al snel de reden voor dit zogenaamde coach-pupil misverstand.
Iedereen heeft wel de reclames gezien die Eneco laat uitzenden om ons te bekeren tot hun energie.

Voor Sven Kramer (zeven maal de Balkenende-norm) maakt een medaille meer of minder niet uit, dacht men,. Zijn coach verdient niet zo’n astronomisch bedrag bij de Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijders Bond.

De Telegraaf maakte in september al gewag van een forse winstdaling bij het energieconcern. Door de extra onkosten en investeringen dit jaar, stond de winst echter zo onder druk dat de aandeelhouders zich zorgen begonnen te maken. Het effect was op de beurs te zien.

De persoonlijke sponsor van Kramer belooft iedereen die overstapt naar hun energiemaatschappij een vette korting. Hoe meer goud hoe hoger de korting.

Naar nu bekend wordt, heeft Eneco zo’n toeloop gehad dat ze moesten zoeken naar een rem op de premies. Eneco maakte in 2008 nog 457 miljoen euro winst. De directie speelde ‘een ragfijn spel’.

Door één telefoontje naar Vancouver vond het aandeel weer de weg onhoog. Dat telefoontje ging ten koste van Sven Kramer Hij liep hierdoor een gouden medaille mis. Wat het ‘misverstand’ de coach heeft opgeleverd, is niet bekend.

 

Jos de KLerk  ©, februari 2010                                                                           Back to top

 

 

 

 

 

Jos de KLerk

 

De Hoge Veluwe in de regen

(januari 2012)

 

De wereld is een pijp kaneel

(december 2011)

 

DE probleem met DE woord HET

(januari 2012)

 

Waarom Aristoteles zijn baard afscheert...

(augustus 2011)

 

Gerechtigheid

(augustus 2011)

 

Zwarte maandag

(augustus 2011)

 

Fietsen (2)

(augustus 2011)

 

Frankrijk 2011

(augustus 2011)

 

Aanhoudende regen

(maart 2011)

 

Fietsen

(maart 2011)

 

Taal, een venster

(maart 2011)

 

Plakband

(december 2010)

 

Tegen de onthechting?

(december 2010)

 

Albert

(december 2010)

 

Bloem

(oktober 2010)

 

De pijnpoli

(oktober 2010)

 

De stille dame

(oktober 2010)

 

Droomgraaf

(oktober 2010)

 

De mooiste dag van mijn leven(oktober 2010)

 

Samen voor je eigen

(juni 2010)

 

Oost west thuis best

(april 2010)

 

Svenergie

(februari 2010)