|
Columns Jos de Klerk
Geen fiets vandaag. Ook niet lopen. Gewoon met de auto naar
het museum. Dat heb je met die afspraken die lang van te
voren worden gemaakt. De regen kletterde over de paden die
we hadden willen belopen. Jammer.
Gelukkig is daar midden in het park, wel het mooiste, zonnigste
museum. Alles blinkt je tegemoet. De zonnigste Van Goghs
knallen het licht uit de lijsten. Ook andere schilders laten
zich niet onbetuigd. De zon prikt door gebladerte om te
zien hoe de picknick verloopt. Mooie vrouwen openen de manden
en spreiden de kleden op het gras. Hier is het zomer. De
prachtige zuid Franse luchten en lichten neem je mee naar
huis. Verlangend naar de komende zomer.
Buiten lopen de druppels langs de ruiten. De kale bomen
bewegen in de wind.
Ik slenter naar de volgende ruimte. Of meer nog naar de
stad van mijn vader, waar op het schilderij van Isaac Israels
de kolonialen door de mariniers worden afgemarcheerd naar
de schepen die ze naar de Oost brengen. De leeuwen liggen
dan nog aan de voet van de Leeuwenbrug. Zich van geen bombardement
bewust. De zon schijnt op het gezicht van de vrouw die haar
zoon gedag zegt, op de mand –of is het een kist- op
het hoofd van het jongetje rechts, en op weergaloze wijze
weergegeven, op de koperen trommel van de tamboer die het
zooitje ongeregeld in het juiste tempo houdt. Eens in de
paar jaar moet je voor dat schilderij staan en de donkere
regenlucht boven een niet meer bestaand Rotterdam rustig
in je opnemen.
Dan Charley Toorop, vierkante stoere koppen; Mondriaan,
een prachtig zeegezicht ergens aan de Walcherse noordkust.
Van der Lek, Doesburg, de streepjes die toch iets vormen
op het doek. De hoge statige portretten van vrouwen die
verlangend opzien naar de kijker.
Dan buiten. De bronzen staan in de regen, het steen trotseert
de elementen. Sommige werken zijn ingepakt tegen de vorst
die nog niets van zich heeft laten horen.
Want het regent.
Afspraken op langere termijn laten zich maar moeilijk in
een juiste weersgesteldheid plannen. Als het komende zomer
weer zo regent als afgelopen jaar, ben ik op de Hoge Veluwe.
In dat zomerse museum.
Jos de Klerk ©,
januari 2012
Back to top
De wereld is een voetbalveld. De wereld is gek. Coaches
en spelers. Coaches hebben hun leest verlaten en storten
zich op iedere beroepsgroep die ze kunnen vinden. Iedereen
wil een coach. En ik niet.
Meegaan in de voortdurende strijd om het naakte bestaan
heeft mij nog steeds niet over de allerlaatste hobbel gebracht.
Ik ben benieuwd hoe lang ik nog kan standhouden. Ik hoop
tot de laatste snik. Ik ben namelijk nog nooit gecoacht.
En ik coach ook niemand. Allergisch voor humbug en schone
schijn. Behalve tijdens mijn imposante sportcarrière.
Daar trof ik wel eens iemand die bereid was me echt met
raad bij te staan en een blik wierp op mijn marathontrainingstabelletjes.
Het aloude gat in de markt is ondertussen een astronomisch
zwart gat geworden. Er is vraag naar alles en alles is te
koop.
Status blijkt een belangrijk en goed verkopend artikel.
Er zit ook geld in! Nieuw is belangrijk, nieuw biedt status!
Hoe nieuwer hoe beter. Dus werpen goedbetaalde coaches zich
op, voor mijn bestwil en voor hun portemonnee. Strategische
adviseurs, loopbaanbegeleiders groeitherapeuten, communicatieadviseurs,
bedrijfsadviseurs, consultants, personal trainers, personal
and executive life coach, coaching de coach-coaches, zelfsturingbegeleidingstherapeuten,
cursussen persoonlijke effectiviteit en communicatie, persoonlijk
leiderschap, en vul zelf maar verder in.
Er zal ondertussen ook wel en sterfcoach zijn. Mijn liefste
wens is niet in handen te vallen van een sterfcoach. Ik
wil niet bijgestaan worden bij iets dat ik zelf moet doen.
Dat is trouwens al lang zo. En niet alleen bij mij. Volgens
mij zeiden we dat bijna allemaal al toen we drie waren:
‘Zelf doen!’ Maar naarmate we ouder worden krijgen
sommigen het gevoel dat ze de boot missen als er niet extern
wordt ingegrepen in hun leven. Jezelf worden, eindelijk
een cursus zelfverwerkelijking. Worden wie je bent? Dat
is geen letterlijke en figuurlijke onzin, dat is een cursus.
Wie waren die mensen dan voordat ze die cursus deden? Hun
oma? Napoleon? Einstein? Een vliegtuig? Iets anders? Deze
vraag wordt meestal als een impertinente beschouwd. Ze hebben
gelijk. Ik moet ook niet vragen naar de nieuwe kleren van
de keizer. Iedereen is de keizer. Alleen zijn eigen keizer.
Maar de meesten weten dat niet. Dat is het verschil. Status
groeit met de coaching die je ondergaat. Zoals je eerst
kon melden dat je al jáááren in therapie
was, zo kun je nu melden dat je al jaááren
een coach hebt. Werd er vroeger opgevoed tot zelfstandigheid
nu wordt opgevoed tot coachbaarheid. Dan is er tenminste
je hele leven aan je te verdienen.
Ik blijf arm achter. Ik coach niet. Word ook niet gecoacht.
Ach, arme ik.
Shakespeare schreef het al: to coach or not to coach that’s
the question.
Hoewel, een aantal goede en kritische collega’s voldoet
volgens mij ook uitstekend. Want zoals de zelfbenoemde coach
der coaches zegt: ‘Je ziet het pas as je het door
heb.’
Jos de Klerk ©,
december 2011
Back to top
Enige tijd geleden las ik in HET krant een berichtje over
DE verdwijnen van de woord HET. Veel mensen kunnen tegenwoordig
blijkbaar geen onderscheid meer maken tussen DE onzijdige
en DE andere zelfstandig naamwoord. Nu was mij al eerder
opgevallen dat DE gebruik van die twee woorden HET laatste
tijd behoorlijk was veranderd.
DE Nederlandse kind leert, zo lezen wij in DE krant, niet
zoals HET oudere mensen deden, een onderscheid maken tussen
HET en DE. DE Nederlandse kind heeft een voorliefde voor
HET. Dit is wetenschappelijk vastgesteld. DE is me wat.
Nederlandstalig opgevoede kinderen blijken DE zelfde probleem
te hebben met HET lidwoorden als HET mensen die Nederlands
als tweede taal leren. Beide groepen hebben een voorliefde,
of zo u wilt een voorliefHET, ik moet daar wat makkelijker
in worden, voor DE woord DE.
Wat moeten we met deze kennis? HET lidwoorden afschaffen?
HET voorkeur geven aan een bepaald lidwoord?
HET geschiedenis leert dat ingrepen in HET taal zelden leiden
tot een oplossing voor wat dan ook. We scheppen slechts
nieuwe problemen. En legio mogelijkheden voor wetenschappers
met een hoog stapelgehalte natuurlijk.
Als niet te horen is aan een zelfstandig naamwoord welk
lidwoord daaraan vooraf moet gaan, hoe komt DE dan, dat
DE verkeerde lidwoordgebruik bij mij werkt alsof iemand
met HET nagels over een schoolbord krast. Is er iets verkeerd
gegaan in mijn taalopvoeding? Is DE niet meer te leren zoals
ik dat heb gedaan? Jawel hoor, dat staat ook in DE stukje,
DE is gewoon te leren. Maar goed, HET arme tere kinderziel.
Als DE moeilijk is voor DE kind, dan doen we DE toch gewoon
niet?
Volgens HET wetenschapper in Mijn Taal heeft ‘HET’
ook nog andere functies. Die zouden wel eens verloren kunnen
gaan als DE zo door gaat. Jaja, DE is mooi weer vandaag.
De gaat mij goed, dank u, ook als DE regent.
Taalwetenschappers houden zich niet bezig met DE verdwijnen
van woorden uit onze taal. En ook niet met HET psychologische
gevolgen die dat voor mensen kan hebben.
Verdriet en heimwee naar HET en naar HET gulden. Voor die
mensen kan ik zeggen dat er een mooie site is: vergetenwoorden.nl
Daar zal ooit DE mooie, multifunctionele woord ‘HET’
ook terechtkomen.
De ga u goed.
Goehetmiddag
Jos de Klerk ©,
januari 2012
Back to top
of over hoe je de boel in
de maling kunt nemen met syllogismen
Syllogismen zijn mooie kleine waarheden. Een algemene bewering
en nog een specifieke bewering gevolgd door een logische
en onafwendbare conclusie.
Aristoteles mooie voorbeeld luidt:
Socrates is een mens.
Mensen zijn sterfelijk.
Socrates is sterfelijk.
Het kan ook anders. Marcel van Dams beroemde voorbeeld in
de Tweede Kamer:
Ik pas in mijn jas.
Mijn jas past in mijn tas.
Ik pas in mijn tas.
Zo stelde hij de redenering van de minister aan de kaak.
Iedereen weet meteen dat het niet klopt. Maar waar de schoen
nu precies wringt?
Als je in de krant leest over genieën en over de tegenwerking
die ze ondervinden, trek dan niet deze conclusie:
Genieën worden tegengewerkt.
Ik word tegengewerkt.
Ik ben een genie.
Bij syllogismen werkt het zo:
Als het goed is voelt iedereen aan dat er geen speld tussen
te krijgen is. Als het fout is voel je dat op je klompen
aan, maar moet je goed zoeken naar de denkfout.
Fanatieke moslims zijn terrorist.
Mannen met baarden zijn fanatieke moslims.
Mannen met baarden zijn terrorist.
Vrouwen met hoofddoek en mannen met baarden. Jan, Piert,
Joris en Korneel doen hier natuurlijk niet mee! Hoewel,
ook in dit beroemde zeeroverslied staat toch al duidelijk
dat mannen met baarden gevaarlijk zijn. Je mag alleen meedoen
met zeeroverij (‘Allen die willen te kaap’ren
varen’) als je er uitziet als een gevaarlijke moslim.
Dat wisten ze al in de zeventiende eeuw!
Vrouwen met hoofddoek worden onderdrukt, of misschien juister:
laten zich onderdrukken, vindt een zich partij noemende
club. Waarom is dat juist, of juister? Die vrouwen zijn
in ieder geval heel mooi.
In Wilders gedachten wellicht:
Een hoofddoek verbergt de schoonheid
moslimvrouwen dragen hoofddoek.
Gehoofddoekte moslimvrouwen zijn schoonheden.
Dan weet je meteen waarom ze die hoofddoek van Wilders niet
mogen dragen. Hij wil meer mooie vrouwen, zichtbaar op straat.
Omdat Aristoteles niet wil doorgaan voor een moslimterrorist
laat hij zich natuurlijk de baard afscheren. Hij vertegenwoordigt
in de ogen van de verlichtingsfundamentalisten immers een
belangrijke verworvenheid van ‘onze‘ westerse
waarden en de joods-christelijke traditie. Beide oude religies.
De ene religie bestond ten tijde van Aristoteles nog niet
de andere begon pas wereldwijde bekendheid te krijgen door
de diaspora. En voor ik het vergeet: de islam ontstond ongeveer
duizend jaar na de dood van Aristoteles.
De waarheid bestaat en wij kennen die, gelukkig. Iedereen
die ‘onze’ waarheid ontkent is ... dus een tegenstander
van zijn eigen cultuur, een vijand van het volk iemand die
‘onze’ waarden verkwanselt. Zo bestaat het verlichtingsfundamentalisme
uit vele misverstanden die worden uitgedragen in populistische
prietpraat.
Met het risico dat ik als een gevaarlijke vijand van Het
Volk word gezien, durf ik te stellen dat Aristoteles niets
met Wilders’ beweging te maken zou willen hebben.
Aristoteles is immers in het geheel geen democraat en hij
is niet ‘volks’. Hij wilde ook zeker Het Land
niet teruggeven aan de slaven. Hij zou zich wel de baard
laten afscheren. Van schaamte.
Jos de Klerk ©,
augustus 2011
Back to top
De banken zijn geplunderd, de aandelenmarkten leeggeroofd.
Miljarden in rook opgegaan. Londen likt de wonden. De grijze
streepjeskostuums zitten waar ze zaten. Geen arrestaties,
geen politie-invallen, geen ingrijpen van justitie, geen
klare taal van de Eerste Minister: keihard straffen. Wereldwijd
worden de koopjes die na de overval achterblijven gesleten
aan de speculanten. Daarmee wordt het winstmodel verstevigt,
de investeerders tevredengesteld en de verdienopties uitgebreid.
Na de plundering van de wereldeconomie direct terug naar
marktconforme salarissen. De markt waarop zij zelf vraag
en aanbod bepalen. De kranten berichten over klein-bier.
De kruimeldiefjes, winkelplunderaars, de a-socialen die
kinderen hebben die ze niet op voeden, de meelopers, het
kleine grut. Opgepakte kinderen blijken ouders te hebben
die een paar straten verderop ook plunderen. Veel geleerde
dames en heren putten zich in kranten uit in verklaringen.
Klassenstrijd, arm-rijk, niet-opgeleid, werkloosheid, rassentegenstellingen,
wat is er niet genoemd als verklaring voor de onrust. Geen
enkele artikel verklaart afdoende. Geen enkele groep is
af te bakenen. Consumptieopstand. Min of meer luxe goederen
wisselden zonder betaling van eigenaar. Hoewel, zonder betaling.
De verzekeringen zullen wel betalen, en de regering. Zo
zorgen deze rellen voor en belangrijkere economische impuls
dan de banken deden. Opbouwen van de verwoeste panden, nieuwe
winkelinrichtingen, nieuwe bevoorrading… alles zorgt voor
economische activiteit. Daar waar bankenjongens geld met
miljarden tegelijk wegmoffelden, wordt hier geld verdiend.
Deze veroorzakers van de economische opleving zouden dus
geen straf moeten krijgen maar een medaille! Iedere regering
zou beter onverantwoord schrapende bankiers kunnen vervolgen
dan dit klein grut. Blijft het feit dat je beter je slag
kunt slaan door de wereldeconomie aan het wankelen te brengen
dan door een telefoontje te jatten. Doe je het eerste dan
hoor je bij de machthebbers, doe je het tweede dan rekenen
diezelfde machthebbers genadeloos met je af. Hun gerechtigheid
zal zegevieren.
Jos de Klerk ©,
augustus 2011
Back to top
Zwarte maandag is al in het leven geroepen voordat het maandag
is. Sensatiebeluste media, de hang naar wat zogenaamd belangrijk
is, het verleidt menig medium tot het uitsteken van de nek.
Die nek verdient het om netjes te worden afgehakt. Maar
ja, dat moeten dan de zelfde journalisten doen die hem hadden
uitgestoken. Van een vakbekwaam afhakken komt dus niets.
De NOS kondigt een hele maandag vol extra uitzendingen aan.
Het valt zo tegen. Niets stort in, geen spoor van wanhoop,
van mensen die beroofd van hun speculatieve kapitaal uit
het raam springen. De wereld blijft gewoon bestaan. Dat
geeft de dag erna weer zogenaamd nieuws: DE WERELD NIET
VERGAAN. En natuurlijk vette koppen over hoeveel speculatief
kapitaal er is verdwenen. Verdwenen geld dus, dat er nooit
echt was. De media hebben de neiging om nieuws te maken
in plaats van het alleen te verslaan en of te becommentariëren
of te duiden. Ik ben niet zo mediagericht. Als nauwgezet
krantenlezer volg ik een beetje het nieuws op de radio en
met enige regelmaat kijk ik naar het journaal op tv. Voor
meer heb ik en neem ik geen tijd. De overdrijving in het
nieuwsaanbod is enorm. In het journaal wordt wel gewag gemaakt
van dat extra aanbod. Kanaal 24, of hoe het ook heet en
de site van de NOS. Daar is dan in uitgebreide vorm te zien
wat je net al zag. Geen idee waar dat te vinden is en wat
ik er mee moet. Ik zag immers net al het journaal. Wie hebben
daar tijd voor? vraag ik me dan af. Als de wereld echt vergaat,
helpt daar geen geplande extra uitzending meer bij. In dat
geval houden zelfs de media hun kop. Je zou daar onder zoveel
mediageweld bijna naar verlangen.
Jos de Klerk ©,
augustus 2011
Back to top
Een jaar later is de moed mij enigszins in de schoenen gezonken.
Weer mobiel en sterk (tenminste als ik op een fiets zit)
vol goede moed en klaar voor een korte en krachtige fietstocht.
Hoewel mijn lichaam weer een beetje voldoet aan de eisen
die ik eraan stel, gaat de geplande tocht niet door. Als
ik naar buiten kijk wuift het riet diep buigend over het
water. De wind jaagt er in schuimkoppen overheen. Het verkeer
over de dijk beweegt zich moeizaam in de felle windvlagen.
De spaarzame vrachtwagen die hier rijdt beweegt heftig in
de wind. Af en toe wordt mijn blik naar buiten getrokken.
Meestal door een plotselinge heftige stortbui die een vreemd
licht veroorzaakt. Alles buiten krijgt een witte gloed.
Je kunt niet goed zien. De dichtheid van de regen veroorzaakt
een gordijn van water. Een kwartier later is de straat weer
droog. De keiharde wind en een af en toe korte felle zonneschijn
jagen het water van de natte oppervlakte. De hondenuitlaters
zijn gewapend met een nutteloze paraplu. Zo'n zomer is het.
Het weer voor de komende dagen dreigt hetzelfde te worden.
Herfstachtig, nat en winderig. Ik wil het mijn rug niet
aandoen. Nat en koud, ver weg van een goed bed, ver weg
van een redelijke verbinding naar huis, gevaar te vallen
door de natte wegen. Het wordt onverantwoord om een stukje
te fietsen. Niets verloren. Volgend jaar nog eens proberen.
Misschien sterker, rustiger, misschien dan wel zonder medicijnen
en toch zonder pijn, in beter weer. Warm en droog zoals
het vaak was in een zomer. Voor alles is de overheersende
gedachte dat ik de afgelopen herfst niet durfde te denken
aan bewegen. Laat staan aan fietstochten met grote afstanden.
Ik kijk naar buiten en tel mijn zegeningen.
Jos de Klerk ©,
augustus 2011
Back to top
De prettige dingen van de vakantie laten zich raden. Rust,
het wegvallen van de druk om van alles te moeten. En als
bonus een prettige omgeving, zon, warmte en een zwembad.
Het blijkt allemaal net iets anders te zijn. Normaal kamperen
we. Dit jaar niet. Een oude boerderij staat op ons te wachten.
En wat meer is: binnen is het droog. In tegenstelling tot
buiten. Daar slaan de regens op de daken en de witgeplaveide
terrassen. Het ritme wordt bepaald door zwiepende boomtoppen.
De regen blaast bellen in het zwembad. De temperatuur komt
zelden boven de 17 of 18 graden. Er is een tv, zodat ik
voor het eerst in twintig jaar de Tour de France tot het
einde kan zien. De wijn is goed, de meeste boeken ook. De
wijn smaakt prima met de kazen van de streek. Het bed is
goed en de ramen laten genoeg licht door om af en toe te
kunnen zien dat het niet droog is. Gelukkig zijn we in de
fase dat we niet de hele dag met elkaar hoeven te praten
om het prettig te hebben. Het is eigenlijk een prima vakantie.
Geen zwembadweer, wel veel water. Samen zijn blijkt genoeg.
Daar kan geen warme zomer tegen op. Als we de auto starten
voor de terugreis komt de zon achter de wolken vandaan.
Gelukkig regent het bij thuiskomst.
Jos de Klerk ©,
augustus 2011
Back to top
Zou het vandaag lukken? Door de vaak tegenstrijdige berichten
is het maar afwachten hoe het uitpakt. Daarom is het zaak
vroeg op te staan en te kijken hoe het zich ontwikkelt.
Gespannen sta ik op. Beneden doe ik de gordijnen open. Het
theewater kookt. De krant valt in de bus. In het oosten
begint de lucht te kleuren. Een zwakke baan licht kruipt
uit de horizon en trekt een spoor door de lucht. Daarmee
wordt een steeds groter en grijzer verlicht deel van de
lucht zichtbaar. De thee en de krant blijken ook vandaag
weer goede vrienden. De weersvooruitzichten van gisteren
vallen niet helemaal samen met de verse realiteit. De buurt
ligt er somber en nat bij. Je ruikt het vocht. 'Gelukkig
heb ik geen hond', denk ik als die arme sloebers al zo vroeg
voorbij zie schuiven met hun beesten. Als hier de zon schijnt
is het een prachtige plek. Het water weerkaatst de strakblauwe
hemel, de bomen hangen loom over het water of dragen met
trots hun frisgroene bladeren. Grote groene parkieten zwermen
schreeuwend over. De specht beklopt vlakbij een dikke boom.
De warmte van de ochtend trekt dan zo aangenaam in je lijf.
De krant ligt buiten op de tafel een beetje te ritselen
terwijl ik de thee in schenk. Na al die dagen regen en bittere
koude wind wil het zonnetje me nog niet toelachen. Hoe langer
hoe meer wordt zichtbaar dat de jagende regenwolken ook
vandaag de hemel zullen bedekken. Minstens de eerste uren.
Hoeveel grijs en grauw kan een mens verdragen? Niet meer
kijken! Gordijnen weer dicht. Geen streepje grijs valt nog
naar binnen. Dan met thee en kopjes naar boven. De thee
dampt in het kopje. Ik hoor de regen op het dak. Lekker
tegen haar aan. Goed weerbericht: dit wordt een lange warme
dag.
Jos de Klerk ©,
augustus 2011
Back to top
Wij kregen allemaal een fiets voor onze tiende verjaardag.
Ik kreeg een blauwe fiets met dikke banden. Die fiets kreeg
mij. Samen trokken we er op uit. Soms zomaar op een zonnige
woensdagmiddag. Mijn moeder dacht dat ik een beetje in de
buurt speelde. Ze heeft volgens mij nooit geweten wat ik
echt deed. Gelukkig maar. De schoolreisjes speelden zich
altijd af in Brabant. We gingen dan met de bus van Rotterdam
naar de Moerdijkbrug. Vaak eindigde de tocht bij Bosbad
Hoeve. Niemand was een auto gewend. Veel kinderen waren
al ziek bij de gedachte aan een busreis. Daarom werden we
halverwege uitgeladen bij de enorme bunkercomplexen aan
de noordzijde van de brug. We mochten dan over de brug naar
Brabant lopen. Halverwege bij de enorme stalen engel was
de grens. Onbekommerd vonden we met een voet in Holland
en met een voet in Brabant staan, ongeveer het spannendste
wat we konden doen tijdens zo'n busreis. Volgens mijn berekeningen
was het wel te doen op de fiets. Heen en terug op een woensdagmiddag,
zonder dat iemand het wist. Een mooie manier om een fietscarrière
te starten. Via de weggetjes die ik niet kende reed ik als
tien- of misschien wel als elfjarige naar het Hollands Diep.
Ik weet nog dat het heel erg spannend was. De weg vinden
helemaal daar naar toe, tot de engel! En dan weer terug.
Dat leek helemaal niet op dezelfde weg. Geen plakspullen
bij me, geen kaart, geen geld. Je moet er nu niet aan denken.
Alles paste die dag. Ook de tijd. Toen ik weer rond huis
lummelde vroeg mijn moeder: 'Jou heb ik een tijd niet gezien.
Waar ben je geweest?' 'Oh, antwoordde ik zo nonchalant mogelijk,
' ik ben naar de Moerdijkbrug gefietst.' Mijn moeder lachte.
'De Moerdijkbrug? Ja, ja.' Ik zal nooit weten of ze me geloofde.
Jos
de Klerk ©, maart
2011 Back
to top
Er
zijn op de radio mooie programma's om mijn theorie te
toetsen. Een slordige manier van praten leidt erg af van
de inhoud. Luister eens naar die programma's rond het
nieuws, zo rond zeven uur, of 's avonds rond half zes.
Tussen de middag niet naar radio 1 luisteren hoor! Dan
verdrink je in nieuwsquizjes en nieuwsspelletjes, te onzinnig
om los te lopen. Ook een indicatie voor hoe nonchalant
en dommig de journalistiek te werk gaat. Infotainmant
vóór alles. En vooral in kleine brokjes, geen eisen stellen
aan een luisteraar, dan is hij weg. Ik kan er niet naar
luisteren. Maar dat is weer een ander onderwerp. Als je
het in boeken tegenkomt is het voor mij een kwestie van
onwetendheid. Niet alleen van een schrijver maar ook van
een redacteur. ('over de clinch jagen'; bij Bas Haring
in Het aquarium van Walter Huijsmans, blz 57, in plaats
van 'over de kling jagen'.) Storend. Ook bij mensen dus,
van wie je een andere indruk hebt van hun eruditie, schrijfopvatting,
deskundigheid. Een mooi radiovoorbeeld is TROS Nieuwsshow
op zaterdagochtend. Altijd een lijstje met fijne uitdrukkingen.
Ik noem er een paar: 'ergens belangstelling voor aan de
weg leggen'; 'dat staat in mijn netvlies gegriefd'; 'een
beetje cultuurhistorische kennis is ook niet kwaad'; 'dan
vallen alle puzzelstukjes op elkaar'; 'er is niets nieuws
onder de horizon'; 'een slik of de tong' (slick of the
tongue?); 'het hangt en staat bij…'; 'kijken hoe de vlag
er voor hangt'. En dan hebben we het nog niet over de
politici die zich alles lijken te kunnen veroorloven op
taalgebied. Het vreemde is ook dat het een sport lijkt
om zo snel mogelijk die onzin over te nemen. Iedereen
probeert op een 'grote leider' te lijken. Het 'dat zullen
we met elkaar delen' van Balkenende, getver! Hij bedoelde
gewoon 'daar moeten we het eens over hebben'. Op iedere
straathoek wordt tegenwoordig 'gedeeld'. Ik denk dat als
je een uitdrukking niet kent en die toch gebruikt, of
als je je op zo'n onbeholpen manier uitdrukt, wat heb
je dan te vertellen over het onderwerp waarover je spreekt?
Het leidt af van de inhoud. Het maakt de indruk dat de
spreker inhoudelijk wel even slordig zal zijn als in het
zich uitdrukken. Als je denkt dat je uitdrukkingen beheerst,
je gebruikt ze immers, en je blijkt die niet te beheersen,
hoe is het dan met de rest? Wat stelt je inhoud dan nog
voor? Als ik tenminste door alle flauwekuluitdrukkingen
die inhoud nog hoor. Als iemand zegt 'de temperatuur handhaaft
zich op hoog niveau', vraag ik me af of het bij ons op
de grond nu warmer of kouder wordt. Soms word ik we moe
van mezelf. Waarom hoor ik het allemaal? Waarom stoort
het me? Waarom trek ik me het aan? Geen idee! Is er te
weinig aandacht voor een standaard, voor een norm? Ik
ben een zeikerd? Komt het doordat ik een hekel heb aan
desinteresse, onwetendheid, slordigheid en domheid? Stoor
ik me aan het gebrek aan goed onderwijs in taalkundige
verschijnselen als vaste uitdrukkingen, werkwoorden met
een vast voorzetsel? Het is een ramp! Alles kan, want
alles mag. Niets is te dom, niets om je voor te schamen.
Iets niet weten en daarmee te koop lopen lijkt een aanbeveling.
Veel mensen deinzen er niet voor terug zonder gêne de
meest onsamenhangende onzin te berde brengen. Ik ook niet.
Jos
de KLerk ©, maart
2011 Back
to top
Geheimen
uit lang vervlogen tijden blijken nu een goudmijn voor
de media. Iedereen die in zijn jeugd te maken had met
katholieke instituten moet wel iets hebben meegemaakt.
Dat gaat helaas, of gelukkig, niet voor iedereen op. Ik
was leerling op een lagere school waar onderwijs werd
verzorgd door katholieke geestelijken. Nu de laatste jaren
herinneringen aan die tijd met regelmaat worden opgehaald,
ben ik me gaan afvragen wat ik me zelf herinner. Er zijn
natuurlijk wel dingen voorgevallen. Ze sloegen Hard en
veel. Met linialen, stokken en met de blote hand. Niet
iedereen. Alleen een doorgeslagen sadistische enkeling.
Geen sappige details die tot rechtsvervolging van onderwijspersoneel
kunnen leiden. Ik heb pas een geheim als anderen weten
dat ik iets weet dat zij niet weten. Mijn geheim is dat
ik geen geheim heb. Tenminste niet op het gebied van de
katholieke instituten. Ik wil geen therapietje om me dingen
te herinneren die niet hebben plaatsgevonden. Geen gedoe
om een vergoeding van € 5000,- Niemand weet nu méér over
mijn geheimen dan even geleden. Ik zwijg. Daarover is
nu geloof ik een televisieprogramma. Iemand geheimen ontfutselen.
Ik doe niet mee. Blijft de vraag of ik wel een geheim
heb.
Jos
de KLerk ©, maart
2011 Back
to top
Behulpzaam
willen zijn heeft ook een keerzijde. Ze trekt een plakbandje
van de rol op de houder. Ze duwt het plakband naar een
kant en lijkt het er af te willen trekken of te duwen
zonder de tandjes te gebruiken. 'Rotding!' 'Als je duwt
werkt het niet. Gewoon naar beneden trekken.' Ze trekt
enkele plakbandjes van de rol met wisselend resultaat.
Ze trekt, duwt of wil scheuren. Geïrriteerd wordt de plakbandhouder
mishandeld. Hier wordt iemand een beetje boos. 'Gewoon
naar beneden trekken,'zeg ik nog een keer. 'Ga je nou
ruzie maken om een plakbandje?' Ruzie? Ik? Ik verdiep
me zwijgend in de krant. Mijn mond houden is nog steeds
moeilijker dan een helpende hand toesteken.
Jos
de KLerk ©, december
2010 Back
to top
Ze
vindt me onthecht. Het werkt als een linkse directe,
een uppercut. Ik ga neer in verwarring, maar niet knock
out. Net niet. Wat bedoelt ze? Deze zaterdag ga ik doorbrengen
met maar 4 pillen. Een dieptepunt in het normale gebruik.
Gewoontegetrouw vallen aan het eind van de middag mijn
ogen dicht. Ik moet iets anders doen dan lezen. Ik besluit
me aan te passen aan haar wens. Ik ga hechten! Geen
verzet meer. Ik laat mijnogen dichtvallen. Twee uur
later doe ik ze weer open. Ben ik nu beter af dan wanneer
ik niet had geslapen? Had ik dat al die maanden moeten
doen? Gewoon er bij gaan liggen en toegeven aan slaap?
En vannacht dan? Ik ben steeds bang dat de pillen mijn
slaap binnenkomen. Dat deden ze geregeld. Mij vanaf
vier uur uit de slaap houden. Dat had ook weer voordelen.
Ik keek eindeloos naar haar. Hoorde haar ademhaling.
Zag haar wakker worden en haar ogen open slaan, want
dat gebeurt pas later. Ik lig en kijk de duisternis
in. Kan het me schelen.? Ja, het kan me schelen! Volgende
zomer op de fiets, de wind voelen en de warmte. Buiten
is het ondertussen aardedonker. Binnen ook. Ik pieker
wat na en sla het woordenboek open. Wat betekent dat
nu precies? Zo beland ik plotseling in het boeddhisme.
De dharma, de werkelijke diepere betekenis die leidt
tot de echte bevrijding. O, dit is wel heftig! Ik maak
me los van de aarde. Instant Karma van John Lennon zingt
en stampt mijn hoofd binnen. (En de jukebox in Oudewater
waar dat nummer inzat.) Mijn ascetische inborst leidt
mij naar loutering. Naar wat ik wilde: deze gedwongen
time-out gebruiken om een tijdje na te denken. Niet
dat wat ik denk invloed heeft op de werkelijkheid. Maar
wel om deze tijd te wegen tegen al die andere tijden
volgestopt met werk en activiteiten. Het is niet zo
dat ik nu niet meer eet, dat ik mijn boeken aan het
verbranden ben, erger nog , mijn schepen, of dat ik
me voorbereid om de aarde te verlaten. Integendeel.
Houd je vast: Ik kom er weer aan!
Jos
de KLerk ©, december
2010 Back
to top
Het
is een jonge jongen. Vaak zwart of mediterraan. Hij
sjouwt inderdaad je boodschappen tot in de keuken. Enorme
opluchting Albert te ontdekken als je te ziek bent om
zelf boodschappen te doen, of gewoon bent uitgeschakeld.
Albert neemt cadeautjes voor je mee en doet veel om
het je naar de zin te maken. Als in een Cees Buddinghgedicht
laat je de dingen gebeuren en constateert alleen wat
je overkomt. Het deksel van de Heinz sandwichspread
en het dekseltje van het marmitepotje… In dit geval
gaat het over een erfenis. Albert heeft namelijk een
erfenis. Als je uiteindelijk weer beter bent en zelf
weer gaat op stap gaat voor de boodschappen, blijft
er gewoon een stapel opvouwbare Albert kratten staan.
Een klein sommetje levert op dat er toch vele duizenden
kratten moeten zijn uitgezet in Nederland. Kratten die
nooit meer worden opgehaald. Alleen als Albert weer
mag komen neemt hij de vorige kratten weer mee. In studentenhuizen
zie ik de boekenkasten geheel opgetrokken uit Albertkratjes.
Hele archieven opgetast in lichtbruine kratten, wanden
vol. Nergens zo goedkoop als bij Albert. Je moet er
wel heel veel voor eten.
Jos
de KLerk ©, december
2010 Back
to top
Iedere
week zorgt ze voor een verse bos bloemen. Een nieuw
uitzicht, nieuwe belofte, een teken van betrokkenheid,
liefde. Ik lig en bewonder de kleuren, de vormen, het
veranderen van de bloemen. Hoe langer ik kijk, hoe meer
ik haar bewonder. Een woord als ‘schoonheid’ dringt
zich op. Ze kopieert zichzelf in die bloemen. Fris,
met een zweem van speelse vrolijkheid staat de vaas
geurend aan mijn voeten. Ze is een engel in vermomming.
Buiten mijn blikveld spelen de dagelijkse dingen zich
af. Ze praat over beter, over weer gewoon, over samen.
Ze is er! Ik vind geen vorm voor dankbaarheid. Als het
andersom was zou ik hetzelfde doen, weet ik. Die gedachte
alleen doet haar daden geen recht. Dat ik hier min of
meer nutteloos lig maakt het moeilijk. Liefde is onvoorwaardelijk.
Liefde lijkt nu ook: accepteren dat een ander liefde
toont zonder dat daar meteen iets tegenover gesteld
kan worden. Stil schuift ze door het huis. Zonder lantaarn.
Want zij is het licht en de schaduw die over me heen
valt om het bed recht te trekken, de koffie aan te reiken.
De gestalte van liefde, de bloem die ze me te zien geeft.
Jos
de KLerk ©, oktober
2010 Back
to top
Ziekenhuis.
Wachten op een behandeling. Toch nog maar even plassen.
Dan het uitkleden, operatiejasje aan, comfortabel gaan
liggen. Iedereen stelt zich voor. Bekende en onbekende
gezichten. Gezellig gekeuvel. Het is koud. Ik krijg een
deken over mijn benen. Dan begint het. Je voelt nu dat
ze aan je werken. Iedere handeling wordt gemeld. We doen
nu dit, u gaat dat voelen. Onder het werk wordt over het
werk gesproken. Vragen worden snel beantwoord. Geen toevalligheden.
Verdoven, hele korte felle pijn. Dan wordt er via de monitor
gezocht naar de juiste wervels, de juiste zenuwen.
‘L5,
daar moeten we zijn.’
In
een keer er bovenop. Goed zo. Wat gerommel, gepraat.
‘Ik
leg nu de kabeltjes even over uw rug. Dan weet u wat er
ligt’
Dan
krijg ik weer te horen wat er gebeurt. De zenuwwortel
behandelen met stroompjes.
‘U
voelt korte tintelingen. Als u dat niet meer voelt moet
u het direct zeggen.’
’Vier
minuten, vier milliseconden per seconde, 45 volt. Dat
moet helpen.’
De
verpleegkundige die bij mijn hoofd zit houdt me inde gaten.
Ze telt af. Stelt me gerust.
‘We
spuiten het nog even vol dan gaat de naald eruit.’
‘Nog
even stil blijven liggen.’
‘Je
voelt je rug en je been even heel zwaar worden. Dat gaat
zo over.’
De
uitslaapkamer. Het plafond, de platen, de luchtbehandelingselementen
die er uit steken, de verlichting (lampen en buizen),
ondefinieerbare ophangbeugels, de monitoren die zachtjes
zoemen. Alles hangt daar ter observatie. Ik kijk dus en
probeer het in me op te nemen.
‘Heeft
u pijn?’
‘Nee,
helemaal niet!’
‘Mooi,
dat horen we graag.’
Alle
monitoren hangen duidelijk zichtbaar. Behalve die van
mij. Rode en groene lampjes knipperen, getallen lichten
op en verdwijnen weer. Alles straalt een onontkoombare
rust uit. Ik lig. De tijd voltrekt zich aan me.
‘Kopje
thee meneer?’
‘Ja,
lekker.’
De
band van de bloeddrukmeter zoemt iedere tien minuten,
zwelt op en knelt zich daarna om mijn arm. Meet de druk
en registreert.
‘Iets
anders drinken misschien?’
Bloeddruk
is goed.
Ik
wil kijken of ik kan staan. Hoe het voelt. Daar wordt
ook steeds naar gevraagd.
De
anesthesist komt vragen hoe het is. We praten over medicijnen.
Aankleden,
naar huis. Naar buiten gaan voelt hier toch altijd beter
dan naar binnen gaan.
Jos
de KLerk ©, oktober
2010 Back
to top
Ik
praat niet met haar. Ik ben niet gek! Ze kijkt ook niet
naar me. Ik zie haar rug. Haar blonde staart –samengebonden
in iets roods- hangt over haar blote schouder. Ze lijkt
in de verte te staren, het bovenlijf gedraaid, zodat haar
blote rug naar mij gekeerd is. De schouders vangen licht.
Ze zit. Een arm staat op een niet zichtbare ondergrond
achter haar been. Haar gezicht is niet te zien.
Ze
is niet dik. Haar ribben zijn zichtbaar, evenals haar
dunne buik. Daaronder een vermoeden van schaamhaar. Door
het rood waarin ze verkeert ziet ze er zonnig uit. Grove
strepen en streken maken een bil zichtbaar.
Nee,
ik praat niet met haar. Toch hebben we op een of andere
manier contact. Ik kijk en zij laat zich bekijken.
Ze
bestaat uit houtskool, krijt en verf. En toch doet ze
me iets. Ze leeft, ze verwarmt, ze vergroot de kamer,
vergroot mijn wereld door haar aanwezigheid. Het vergeelde
papier in een goudkleurige lijst maakt alles oud. Alleen
zij niet. Zij blijft mooi en jong. Ze is muziek en leven,
ze bruist. Ze is toekomst. Verwachting, dat alles beter
wordt. Ik ben een beetje gek. Daarom mag ze blijven hangen.
Ze houdt de wacht, mijn beschermengel.
Jos
de KLerk ©, oktober
2010 Back
to top
Stel,
je zou en verhaal maken dat ging over iemand die heel
veel op jezelf lijkt.
Je bent het natuurlijk niet. Je zou het alleen
maar willen zijn. Op die manier kun je je eigen leven
verleuken. Dat is nodig, na twee maanden gekluisterd te
zijn. Van stilte naar het leven. Ja! Andere mensen om
je heen.Het leven als één groot feest. Bruisende geesten,
mooie vrouwen en nooit gebrek aan wat dan ook. Dan tel
je de weken af die je al ligt. Je overweegt, omdat je
de tel kwijtraakt, met een potlood, het moet altijd een
stompje potlood zijn, of een stukje krijt, de dagen op
de muur boven je bed te krassen. Een soort Graaf van Monte
Christo-achtige kerker maar dan lichter en je kunt ook
gewoon naar de keuken waggelen om koffie te maken. De
spinnenwebben denk je er gewoon bij en er eten ook geen
ratten mee van de stukken afvalbrood die naar binnen worden
geworpen.
Ver
weg gloort altijd een beetje licht. Vage gravures van
een of andere beroemde kunstenaar laten dat altijd zo
mooi zien.
Je
eigen ontbijt vindt plaats in het schemerdonker. Dat is
omdat je de medicijnen op tijd moet nemen. Een beetje
lullig om steeds met pijn wakker te worden. Een mooie
vrouw ontbijt met je. Na de pillenberg te hebben genuttigd
probeer je te ontspannen. Zonder vrouw. Uiteindelijk keer
je terug naar de werkelijkheid. Als je heel intensief
droomt heeft de realiteit z’n glans verloren. Je wordt
wakker met een teleurstelling. Met het stompje potlood
waar soms de ratten mee aan te spelen zijn, zet je weer
een streepje op de muur. De autoriteiten
die hierover gaan, lijken niet te vermurwen. Is dit te
Kafka? Is
er niet een commissie die de straffen van de ongestraften
herziet? Zo, dat ik net als in die echte gerechtelijke
dwalingen kan worden vrijgesproken en weer mag gaan en
staan waar ik wil?
Met natuurlijk een vette financiële vergoeding.
Nee, helaas, weer een streepje op de muur.
De
afstand tussen werkelijkheid en medicijnendroom neemt
toe. Niet een dag onderscheidt zich van de andere. Verzet
is lijdzaam en zonder merkbaar gevolg. Ook het alternatieve
verzet is nog niet merkbaar.
Ondertussen
kruipt de tijd verder. Dringt. Ik onderga de tijd. Mijn
vrouw vraagt hoe die krassen toch op de muur komen. Ik
heb geen antwoord.
Is
er een dokter in de zaal?
Jos
de KLerk ©, oktober
2010
Back
to top
Wat
een feest! De mooiste dag ooit…Nu hoef
ik die datum nooit meer te onthouden. Het is een
deel van mij geworden.
Is het de spanning vooraf of juist de verrassing
naderhand, waardoor een gebeurtenis een eeuwige glans
krijgt? Sommige dingen blijven rondspoken in je hoofd.
Als dingen die historisch hadden kunnen worden. Maar zoals
mijn goede vader zei: ‘Als hadden komt, is hebben te laat!’
Ach,
voor de wedstrijd ben ik zelf de held die rustig en afstandelijk
zal gaan bekijken hoe het afloopt. Dan ben ik nog de winnaar.
Tijdens de wedstrijd speel ik bijna mee. Mijn benen bewegen
met de cadans van de schoten en ik blokkeer beter dan
de beste verdediger. Van bovenaf bekijk ik mijn willekeurige
bewegingen. Mijn afstandelijk kijkende geest is vervreemd
van mijn eigen lichaam.
We
kijken weer samen met broers, zussen, neven en nichten.
Alsof de oude tijde weerom keren. En na afloop kunnen
we het beste zelf napraten.
Die
dag in juli kon
de mooiste dag worden. Mooier dan… al die andere
dagen die de mooiste zijn? Helaas weet ik al niet eens
meer of het 10 of 11 juli was. Wel weet ik waar ik was
en met wie ik keek. Had Robben maar … en was de teen van
Van der Vaart maar een centimeter langer geweest … en
had de scheids geen rode kaart gegeven aan Heitinga, maar
aan die Iniësta die Robben zo opzichtig schopte,
dan was het de mooiste dag van mijn leven geweest. Een
dag die mijn vader en geen enkele liefhebber voor ons
ooit heeft meegemaakt. Dan had zelfs ik een shirt gekocht
met een ster! Toch trots om er op een bepaalde manier
deel van uit te maken. Ook wel een beetje genoeg van de
focus en het focussen, van omschakeling, magneetarmbandjes
, de jabulani (dat betekent geloof ik: zwabberbal), en
oh god de vuvuzela… gezever en gezanik, vallende voetballers.
Alles altijd voetbal is te veel
Eindelijk
sport weer gewoon terug op de sportpagina!
Wat
telt (achteraf), is dat een finale verliezen eigenlijk
niets uitmaakt. De constatering dat het gewoon een spelletje
is en dat je kunt verliezen, klinkt misschien te nuchter,
het is wel waar. Als je verliest was het gewoon leuk.
De spanning en het saamhorigheidsgevoel dat ondanks alles
ontstaat is voor herhaling vatbaar.
Op
naar het volgende toernooi!
Jos
de KLerk ©, oktober
2010 Back
to top
De
puinhopen van rechts liggen al klaar achter de horizon.
Wij gaan vrolijk op weg naar ‘nieuw’ en ‘alles anders’
en ‘hervormingen’.
De
VVD als winnaar van deze verkiezingen, dat is vreemd.
Midden in deze crisis is het raar dat de partij die bij
uitstek geldt en gold als propagandist van het gedachtegoed
dat de crisis heeft veroorzaakt, de verkiezingen wint.
Hebzucht, aangewakkerd door marktwerking of marktwerking
aangewakkerd door hebzucht.
Economisch
liberalen... er is voor een soort mensen geen verschil
tussen illegaal en illegitiem. In de VS vullen de gevangenissen
zich heel langzaam met het geteisem dat ten koste van
letterlijk alles zichzelf wilde verrijken. Het idee dat
criminaliteit gepleegd kan worden (en wordt) door mensen
uit hun eigen klasse is in liberale kringen –waar ook
rechters zich bevinden-
nu juist niet zo goed ontwikkeld. Evenmin is het
morele gehalte van die lui na hun kleuterjaren nog gegroeid.
Ze verkopen de duvel en hun ouwe moer voor en paar centen.
Ik ben benieuwd wat we na de openbare nutsbedrijven (water,
elektriciteit, post, telefoon, zorg, kinderopvang etc)
nog gaan verkopen. Scholen, universiteiten, bibliotheken,
snelwegen, parkeerplaatsen, parken. Hek er om en een zo
hoog mogelijke en dividend uitkeren. De hemel op aarde.
Alleen blijkt er dan na een poosje niets meer te bestaan.
We gaan het weer horen. Wie niet werkt hoeft ook niet
te eten, maar mag wel bijdragen aan de hypotheekrenteaftrek
voor anderen. Heel lang geleden had ik een poster in mijn
kamer hangen. Daarop stond een afschrikwekkend portret
van Hans Wiegel in schemerachtig groen. Daaronder stond
de tekst: ‘Gehakt is goed genoeg voor jullie!’. (Ik zal
mijn plaats niet vergeten.)
Dat
nu juist die partij de verkiezingen wint is opmerkelijk.
Eigenlijk
ook weer niet. Ruim twee derde van de HBO-opgeleiden blijkt
te denken dat er ministers in de Tweede Kamer zitten.
Vreemd? Voor mensen die wérkzaam zijn in het HBO kan de
vraag ‘Hoeveel leden heeft de Tweede Kamer?’ al erg moeilijk
zijn. ‘Moet je dat weten dan?’ Dat soort dingen moeten
zijn als eten en drinken. Je vergeet als je oversteekt
toch ook niet dat verkeer van links komt? Hoewel,
ik ken ook mensen van middelbare leeftijd die beweren
het verschil tussen linker- en rechterkant niet te kunnen
onthouden.
Veel
mensen stemmen waarschijnlijk op een gezicht dat hun rancune,
boosheid en verontwaardiging kan dragen. Je hoort steeds
weer hetzelfde gezeur: de kiezer heeft altijd gelijk’.
Gelul! In 1933 werd Adolf H gekozen. Hadden die kiezers
gelijk? In 2002 met de LPF? Hadden de kiezers gelijk die
toen zorgden dat dat zooitje ongeregeld in de Kamer en
in de regering belandde? Hadden daar veel mensen over
nagedacht?
Na
alle verklaringen in de kranten over het hiërarchische
denken en het gebrek aan autoriteit waar (voormalig) katholieken
last van schijnen te hebben, doen we de PVV heel Limburg
cadeau. Dan kan Geert W daar vast oefenen met ‘het land
teruggeven aan de burgers’. Lachen! Kijken wat er dan
gebeurt. Laat hij daar nog veel meer
verkiezingsbeloften breken. Ondertussen houden
wij gewoon vol tot de volgende verkiezingen.
Concentreer
je als je hem hoort spreken: steeds bedenken dat 84,5%
van de kiezers NIET op hem heeft gestemd.
En
het gemurmel op de achtergrond dat zijn ex-CDA-stemmers:
O
Heer, dat wij de liberalen mogen overleven, verhoor ons
Heer.
Jos
de KLerk ©, juni
2010 Back
to top
Oost
west thuis best
Ook
weer eens toe aan een fijne rustige maandag? Zo een waarop
je niet in de file staat? Let op, hier volgt een goed
advies.
Iedere
tweede kerst- paas- of pinksterdag staan de wegen vol
met mensen die zo nodig iets moeten. Meestal naar een
pretpark of een woonboulevard. Als je weggaat, is het
dus je eigen schuld dat je overal in de file staat. Dat
vinden mensen namelijk fijn, overal in de rij staan. De
file, de parkeerplaatsen, de attracties of de lift, of
gewoon een winkel in of uit. Er zijn mensen die daarop
kicken. Kunnen ze zich lekker kwaad maken en op de radio
roepen dat dat alleen in Nederland zo gaat. En maar klagen.
Alsof files alleen in Nederland voorkomen. Ja, elders
blijven mensen misschien gewoon thuis. Of doen ze dingen
waarbij ze wat minder kilometers afleggen. Maar hier wil
men in ieder geval niet thuis blijven. Moet je je altijd
ergens laten zien? Ergens naar toe? Geen rust in je kont?
Alsmaar sjouwen van hot naar her? Waar is het goed voor?
Niets
doen… heerlijk. Gewoon lekker opstaan, beetje krant lezen.
Een goed boek is ook een aanrader. Als je samen bent:
samen iets doen. Maak een ommetje, loop eens door je eigen
buurt in plaats van er alleen maar met de auto door heen
te raggen. Zeg iedereen die je tegenkomt vriendelijk gedag.
Het maakt niet uit of het regent. Straks ben je weer thuis
trek je iets droogs en warms aan. Niets aan de hand. Of
pak de fiets, rijd een blokje om stap ergens af om van
het uitzicht te genieten, laat de wind over je gezicht
strijken.
Je
kunt daarna weer gewoon thuiskomen. De plek waar je wilt
zijn en waar je je prettig voelt.
Kijk
elkaar diep in de ogen. Daar voor hoef je niet eens naar
buiten. Gewoon thuis een beetje aanrommelen verdient ook
aanbeveling. Desnoods af en toe een spelletje. Of niets…
dat mag ook. Voel je al hoe heerlijk dat is?
Thuis
blijven: het kost niets. Ook al een voordeel. Geen brandstof,
geen parkeergeld, geen overbodige meubelen. Heerlijk!
Allemaal voordelen door iets niet te doen. Voor de thuisblijvers
is het makkelijk praten.
Na
het Pinksterweekend denk ik weer: een ezel stoot zich
in ’t gemeen geen tweemaal aan de zelfde steen. Nederlanders
wel. Ik hoef niet weg…
Jos
de KLerk ©, april
2010 Back
to top
Svenergie
Rotterdam
Van
onze correspondent
Jos
de Klerk
Bijna
zeven miljoen kijkers waren rechtstreeks getuige van de
blunder van de Nederlandse schaatscoach waardoor Sven Kramer
geen tweede gouden Olympische medaille won. Enig speurwerk
levert al snel de reden voor dit zogenaamde coach-pupil
misverstand.
Iedereen heeft wel de reclames gezien die Eneco laat
uitzenden om ons te bekeren tot hun energie.
Voor
Sven Kramer (zeven maal de Balkenende-norm) maakt een medaille
meer of minder niet uit, dacht men,. Zijn coach verdient
niet zo’n astronomisch bedrag bij de Koninklijke Nederlandse
Schaatsenrijders Bond.
De
Telegraaf maakte in september al gewag van een forse winstdaling
bij het energieconcern. Door de extra onkosten en investeringen
dit jaar, stond de winst echter zo onder druk dat de aandeelhouders
zich zorgen begonnen te maken. Het effect was op de beurs
te zien.
De
persoonlijke sponsor van Kramer belooft iedereen die overstapt
naar hun energiemaatschappij een vette korting. Hoe meer
goud hoe hoger de korting.
Naar
nu bekend wordt, heeft Eneco zo’n toeloop gehad dat ze moesten
zoeken naar een rem op de premies. Eneco maakte in 2008
nog 457 miljoen euro winst. De directie speelde ‘een ragfijn
spel’.
Door
één telefoontje naar Vancouver vond het aandeel weer de
weg onhoog. Dat telefoontje ging ten koste van Sven Kramer
Hij liep hierdoor een gouden medaille mis. Wat het ‘misverstand’
de coach heeft opgeleverd, is niet bekend.
Jos
de KLerk ©, februari
2010 Back
to top
|
![]() |
Jos de KLerk
De Hoge Veluwe in de regen
(januari 2012)
De wereld is een pijp kaneel
(december 2011)
DE probleem met DE woord HET
(januari 2012)
Waarom Aristoteles zijn baard
afscheert...
(augustus 2011)
Gerechtigheid
(augustus 2011)
Zwarte maandag
(augustus 2011)
Fietsen (2)
(augustus 2011)
Frankrijk 2011
(augustus 2011)
Aanhoudende regen
(maart 2011)
Fietsen
(maart 2011)
Taal, een venster
(maart 2011)
Plakband
(december 2010)
Tegen de onthechting?
(december 2010)
Albert
(december 2010)
Bloem
(oktober 2010)
De pijnpoli
(oktober 2010)
De stille dame
(oktober 2010)
Droomgraaf
(oktober 2010)
De mooiste dag van
mijn leven(oktober 2010)
Samen voor je eigen
(juni 2010)
Oost west thuis best
(april 2010)
Svenergie
(februari 2010)
|